VENSTER OP DE V.S.
(in Aziatisch perspectief)

(26 juli 2007)
 

Hoewel de wereldeconomische focus nog steeds op de VS gericht is, is het niemand ontgaan hoe snel de ontwikkelingen zich met name in AziŽ aan het voltrekken zijn. Met groeicijfers van meer dan 11% in China en ruim 8% in India, afgezet tegen de Ďschameleí groeicijfers van minder dan 2% in de VS en nog geen 3% in Europa, zullen we er aan moeten wennen dat beleggers gehouden zijn zich hoe langer hoe meer op de groei in AziŽ in te stellen. Het ziet er niet naar uit dat we vanuit de verzadigingseconomie in de westerse wereld deze groeicijfers zullen kunnen benaderen, net zomin het er naar uitziet dat de groeicijfers daar vooralsnog zullen terugvallen naar ons niveau.
 
Het is in de eerste plaats te danken aan leider Deng Chiao Ping, de opvolger van de Ďgrote roergangerí Mao Tse Tung, die gesterkt door zijn bezoek aan Amerika in 1984 het belang inzag van de opening van Chinaís handelsmuren om het land in de vaart der volkeren op te stuwen. Immers, er heerste grote armoede en deze zou met het toenmalige rigide communistische regime niet te doorbreken zijn geweest. India als grote tegenhanger van China begon eveneens in te zien, dat de vriendschappelijke militaire en ook economische banden met de geÔmplodeerde Sovjet-Unie evenmin voor economisch soelaas zouden kunnen zorgen en kon niet achterblijven.
 
AziŽ niet langer alleen voor de Aziaten
Pas in de jaren í90 begonnen ook westerse, met name Amerikaanse bedrijven, in te zien dat zich in deze landen een gigantisch economisch potentieel begon te ontwikkelen. Daarbij kwam dat ook het kennispotentieel aldaar met rasse schreden vooruitging. De meeste kennis werd in de eerste plaats opgedaan aan Amerikaanse wetenschappelijke instituten. Deze kennis, gepaard met het enorme en goedkope arbeidspotentieel, bracht talrijke bedrijven ertoe om hun productie over te brengen naar deze regio. Men treft er zo langzamerhand de gehele Fortune-500 alsmede talrijke Europese en Japanse bedrijven aan, die alle bijdragen tot de enorme groei aldaar en tegelijkertijd tot een lage inflatie te onzent. Dit proces heeft een wereldwijde uitstraling gekregen waarvan ook omliggende landen als MaleisiŽ, Thailand, Vietnam en zelfs IndonesiŽ flink profiteren. Overigens, met uitzondering van Vietnam, kennen deze landen een grote Chinese minderheid.
 
Heilzame werking van de economische groei in AziŽ
Naarmate de economische problemen zich in de VS opstapelen Ė enorme schulden waarvan meer dan 80% in buitenlandse (Aziatische) handen is, vertaald in een alsmaar dalende dollar, voorts stijgende energieprijzen alsmede de groeiende onzekerheid op de vastgoedmarkt en de daaraan geparenteerde nerveuze krediet(derivaten)markt Ė begint AziŽ de rol van Amerika als locomotief van de wereldeconomie steeds meer over te nemen. Er wordt in de VS al gefluisterd dat de Amerikaanse economie aan de Aziatische beademingsapparatuur ligt.
 
De gunstige gevolgen voor het Westen
De financiŽle kracht van China laat zich niet alleen afmeten aan de grootschalige opname van Amerikaans schuldpapier, maar nu ook middels staatsdeelname in private equity ondernemingen als Blackstone alsmede bijvoorbeeld in het zojuist uitgebrachte bod van Barclays op ABN Amro. Het blijkt dat de Chinezen niet meer alleen genoegen nemen met de lage rendementen uit Amerikaanse obligaties.
 
In de komende 10 jaar zullen er volgens het McKinsey Instituut alleen al in China en India een slordige 450 miljoen middenklassers bijkomen Ė bijna evenveel als de EU inwoners telt Ė terwijl de koopkracht van de Amerikaanse consument begint in te boeten. Dus AziŽ vult het gat dat Amerika laat vallen. Daar helpt geen lieve moedertje meer aan en dat is maar goed ook. Anders zouden de VS zich thans in soortgelijke omstandigheden hebben bevonden als na de oliecrises van 1973 en 1979 met een bijna gierende inflatie van meer dan 15% om daarna op een zware recessie zoals in de jaren í80 af te stevenen.
 
Meer technologische hulp vanuit het westen geboden
Groei in AziŽ is goed voor de wereldeconomie maar geeft als nadeel de snel stijgende CO2 uitstoot en de daarmee samenhangende problemen. Daartoe zou ook vanuit het westen veel meer technologische hulp moeten worden geboden vůůral om locale milieuproblemen het hoofd te kunnen bieden. Juist omdat men in AziŽ in de eerste plaats bezig is centjes te verdienen zonder vooralsnog prioriteit te schenken aan de nadelige milieuaspecten. Bovendien valt hiermee goed geld te verdienen. General Electric, ťťn der grootste bedrijven in de VS, heeft als geen ander de problemen in China terdege onderkend zowel op het terrein van energieopwekking als waterzuivering en -voorziening. Deze problemen blijken evenwel niet alleen uniek voor China maar ook voor de VS waar gedurende vele tientallen jaren niets aan de hopeloos verouderde infrastructuur is gedaan.
 
Amerikaans bedrijfsleven vooral positief door AziŽ
Hoewel het Amerikaanse bedrijfsleven van nature altijd positivistisch is ingesteld, realiseert men zich daar intussen maar al te goed, dat dit positivisme nu vooral wordt gevoed door de krachtige economische ontwikkelingen in AziŽ. Meer dan de helft van het Amerikaanse bruto binnenlands product wordt in deze ontwikkelingslanden gegenereerd.
 
Zolang het grote goedkope arbeidspotentieel in deze regio voorhanden blijft, zal de inflatie nog niet zoín vaart lopen. De OESO berekende onlangs dat 45% van het mondiale arbeidsaanbod uit de BRIC-landen (BraziliŽ, Rusland, India en China) komt, terwijl de 30 OESO staten samen niet verder komen dan een aanbod van 19%.
 
Voor de Amerikanen is er haast geen ontkomen aan en dreigt het leven op vele terreinen duurder te worden door:
 

1)
 

goedkopere dollar en daardoor duurdere import waaronder grondstoffen (ondermeer olie)

2)

stijgende olieprijs

3)
 

op termijn stijgende rente naarmate het buitenlandse vertrouwen in een oplossing van de problemen uitblijft.

 
ďDe wijzen komen uit het OostenĒ, het geld nu ook!
 
Robert Broncel
www.score-investments.nl