DE SCHIM VAN KONDRATIEFF?

(22 augustus 2007)
 

Hoewel men in de V.S. van nature optimistisch is, blijkt deze schim thans weer op te doemen. Dit houdt vooral verband met de tot nog toe onbekende omvang van het ongekende probleem van “schuldinflatie” zowel binnen de V.S. als ook er buiten. Het vervelende is dat vele grote financiële instituten hierbij direct of indirect in mindere of meerdere mate betrokken zijn. Onzekerheid en wantrouwen zijn niet de beste raadgevers. Deze verschijnselen deden zich ook kort vóór de grote beurscrash in oktober 1929 voor. Verdamping van veel kapitaal, grote werkloosheid en algehele somberheid waren toen het gevolg.
 
De lange cyclus
Wie was Kondratieff ook al weer? Als topeconoom in de jaren ’20 in de voormalige Sovjet-Unie werd hem door Stalin gevraagd hoe lang het kapitalisme nog te leven had. Zijn empirisch antwoord luidde: “het gaat altijd op en neer!”. Als dank voor deze wijsheid werd hij daarop naar Gulag Archipel afgevoerd waar de beste man ook is overleden. Hij werd vooral befaamd door zijn zienswijze van de lange op- en neergaande economische cyclus, die op zich weer werd gekenmerkt door kortere op- en neergaande cycli.
 
De lange cyclus kwam voort uit zijn onderzoek naar de relatie tussen cycli in de goederenprijzen en het investeringsgedrag over een periode van een mensenleven. De gemiddelde leeftijd lag in die tijd niet veel hoger dan 60 jaar. Dus zolang zou ook de lange cyclus duren. Intussen ligt de crisis van oktober 1929 bijna 80 jaar achter ons. Tachtig jaar is ook de huidige gemiddelde leeftijd, ofschoon er vóór 2007 ook al het een en ander is gebeurd. Volgens de leer van Kondratieff zouden deze bewegingen niettemin tot de kortere cycli moeten worden gerekend.
 

 
Grote verschil met 1929
De centrale banken stonden destijds nog met “een mond vol tanden” en draaiden impulsief de kredietkraan dicht. Deze actie leidde de zware economische depressie van de jaren ’30 in. Die fout wordt niet meer gemaakt. De centrale banken voelen ook thans de hete adem in hun nek. Tot dusver wist men de voorgaande crises het hoofd te bieden door tijdig de rente te verlagen. Dat gebeurde zo na de beurscrash van 1987, de Azië-crisis in 1997, de ‘melt-down’ van het hedgefund Long Term Capital Management in 1998, alsmede na de implosie van de high tech boom in 2001. Zolang de inflatie niet opspeelde, kon dat ook. Thans wordt er veel liquiditeit in het financiële circuit gepompt werd vorige week tevens de discount rate in de V.S. met een half procent verlaagd. Hiermee wordt weliswaar de veenbrand in het financiële systeem “nat” gehouden maar ook niet meer. Veel analisten gaan evenwel opnieuw van een echte renteverlaging uit.
 
Symptoombestrijding
De omstandigheden in de voorgaande episoden zijn echter niet identiek aan die van vandaag. Door de geldmarkt thans te verruimen in een Umfeld, waarin de inflatiedruk juist toeneemt, de animo in de dollar afneemt en de wereldgroei door het IMF met 5,2% naar boven is bijgesteld werkt deze kredietverruimende maatregel juist inflatieversterkend. Immers, meer geldt in omloop creëert meer vraag.
 
Inflatie
Inflatiedreiging is reëel aan de orde gezien de lange termijnstijging van de grondstoffen-prijzen, die zich thans – zij het met een korte onderbreking – in alle geledingen zal voortzetten. Het gaat niet alleen om de grondstoffenprijzen sec, maar ook om landbouwgewassen, vlees en zuivelproducten. De centrale bankiers staan nu opmerkelijk dichter tegen de muur. Het is al opmerkelijk genoeg dat energie en voeding als gevolg van fluctuatie buiten deze index vallen. De vrees bestaat dat de centrale banken nu bezig zijn een spagaat te maken. Voorrang wordt thans gegeven aan het vergroten van de liquiditeit in de financiële markten. Anderzijds ligt de inflatie op de loer gegeven de stijging van de commodityprijzen.
 
Hoofd koel houden
Hoe onder de huidige omstandigheden om te gaan met de zgn. credit risk (alle posities opgeteld en afgetrokken)? Dit risico werd een half jaar geleden door de Bank of International Settlements (BIS) – de bank der centrale banken te Basel – geschat op een dikke 2.000 miljard dollar. Stel nu dat het hypothekenbestand hiervan de helft bedraagt. Tot voor kort gold 2% hiervan als illiquide dus niet opvraagbaar. Dit percentage zal ongetwijfeld verder oplopen. Anderzijds, hoe meer duidelijkheid wordt verkregen over de omvang van het reële risico, hoe meer het vertrouwen in de markt kan terugkeren. Immers, men lijdt het meest door het lijden dat men vreest. Daarom: Hoe sneller de onderste steen boven komt, hoe beter!
 
De vraag is in hoeverre de groei in Azië de rest van wereld op sleeptouw weet te houden. Japan met de yen-carry trade (goedkope yen lenen tegen 1% en omzetten in kredietderivaten tegen een rendement van bijv. 8% of meer) doet nog niet mee. In de afbouwfase hiervan loopt de yen op met een negatief effect op de Japanse export. De rest van Azië staat er aanmerkelijk beter voor met groeicijfers tussen 6% en 11% (China).
 
Gevolgen
Als schulden voor langere tijd niet langer dan alleen tegen  aanzienlijk hogere risicopremie (rente) kunnen worden gefinancierd, trekt dat de rek uit de groei van de economie. Banken worden  terughoudend bij het verstrekken van nieuwe leningen. Bedrijven gaan bijgevolg minder investeren. De groei neemt af met het risico van toenemende werkloosheid. Voor zover het bedrijfsleven de duurdere inkoop op het bordje van de consument weet te leggen, krijgt de laatste te maken met duurdere dagelijkse levensbehoeften.
 
Buiten duurdere energie wordt ons voedsel niet alleen duurder door de toenemende vraag uit Azië. Onze voedselvoorziening komt ook steeds meer onder druk te staan door het onttrekken van landbouwgrond ten gunste van de productie van bio-ethanol, alsmede door de toenemende opwarming met als gevolg meer en zwaardere natuurrampen.
 
V.S. onder curatele?
Normaal zijn recessies en depressies verschijnselen van conjuncturele aard. Dat speelt nu niet. Er is thans sprake van een structureel probleem, in gang gezet door een te ruim monetair beleid met structureel onverantwoord handelen van met name Amerikaanse grootbanken als gevolg. Na de junk food, de junk bonds, nu de junk mortgages. Genoeg is genoeg!

Je kunt je intussen afvragen of het niet tijd wordt de V.S. rechtstreeks onder toezicht van de BIS te plaatsen, in de wetenschap dat:
 

1)

tweederde van de staatsschuld ad 9.000 miljard in buitenlandse handen is

2)

 

de overheidsverplichtingen (overheidspensioenen, medische zorg, sociale uitkeringen) intussen ruim 180.000 dollar per hoofd van de bevolking bedragen – wie gaat dat betalen?

3)

het handelstekort onverminderd aanhoudt.

 
Het kan toch niet zo zijn dat een “failliet” land met dergelijk schuld”complex” en zo weinig respect en scrupules voor de rest van de wereld het wereldbeeld kan blijven bepalen? Dat roept niet alleen ten onrechte wrevel op, maar ook bijgestelde beleggingsadviezen.
 
Een greep uit de adviezen van onafhankelijke Amerikaanse analisten:

*
Zorg voor een beheersbare schuld; immers, bij een kleine schuld heeft u een probleem, bij een grote heeft uw bank een probleem.
 
* Koop puts op banken en vastgoedfondsen om je eigen bezit te beschermen (geldt alleen voor de V.S.)
 
* Zorg voor een broodje goud mocht een broodje van de bakker onbetaalbaar worden, ongeacht of we belanden in een inflatie of deflatie.
 
* Zorg er vooral voor in strategische grondstoffen te zijn belegd; deze zijn door hun recente afwaardering spotgoedkoop – vooral de aandelen in grondstoffenfondsen zijn de afgelopen maanden door uitverkoop van de hedgefunds met soms meer dan 40% afgewaardeerd.
 
* Zorg voor een betrouwbare bank!
 
Ook beleggers buiten de V.S. kunnen hiermee hun voordeel doen!
 
Robert Broncel

22 augustus 2007
www.score-investments.nl