OPNIEUW GOUDEN TIJDEN!

(12 september 2007)
 

De afgelopen week brak de goudprijs voor het eerst weer opwaarts door het 700 dollar niveau. De aanvankelijke verwachting dat de edelmetalen juist zouden stijgen naarmate de problemen op de kredietmarkten manifester werden, kwam  niet uit…. tot afgelopen vrijdag. Deze vertraagde ontwikkeling had ongetwijfeld te maken met de aanzienlijk grotere goudverkopen door de centrale banken in de afgelopen maanden alsmede de asset dumping door de hedgefunds. Van dit laatste waren ook de meeste basismetalen slachtoffer. In ieder geval is de lucht er intussen overal wel uit.
 
Eveneens opvallend was dat de olieprijs zo rustig aan de hoge kant bleef liggen. Dit in weerwil van eerdere uitspraken van voormalig bestuursvoorzitter van BP, John Browne, die een olieprijs van ca. 50 dollar voorzag en meneer Forbes van het gelijknamige zakenmedium die nog verder ging met een daling tot 30 dollar per vat. De stemmen zijn gesmoord maar de partijen die hierop hebben ingezet, hebben daarvan weinig plezier beleefd.
 

 
Gezien de buitengewoon sterke groei in Azië lijkt het prematuur om te denken dat een eventuele instorting van de Amerikaanse economie aldaar diepe sporen zou trekken. Vooral China en India timmeren hard aan hun thuismarkt waar zich jaarlijks vele miljoenen nieuwe consumenten aandienen. Die willen allemaal hetzelfde als wij na WO II  nl. een auto, ijskast, tv, wasmachine etc. De potentiële groei in deze regio is vele malen sterker dan in onze eigen verzadigingseconomieën. In geval van een crisis zochten de meeste buitenlandse beleggers tot nu toe juist een “veilig heenkomen” uit deze regio.     

 

De vraag naar grondstoffen zal echter veel minder afnemen dan gevreesd, mede gezien de enorme pot geld van meer dan 2.500 miljard dollar, die o.m. wordt ingezet voor de aanleg van strategische grondstoffenreserves. Daarbij gelden grondstoffen als een goede bescherming tegen inflatie. Grondstoffen kennen niet alleen een prijs- maar ook een onderpand- en voorraadrendement, in het bijzonder bij groeiende reserves.

 

Mocht er evenwel een wereldwijde recessie ontstaan dan zullen mijnbouwers minder geneigd zijn nieuwe reserves aan te boren, zodat er een aanbodcontractie ontstaat met als gevolg opnieuw opwaartse druk op de prijzen.
 

 
Dominante rol
Goud vormt nog steeds de dominante factor in de edelmetaalmarkt. Als bijzonderheid geldt dat er naast regulaire marktpartijen ook de gezamenlijke centrale banken als partij optreden. Binnen de afspraak van de Central Bank Gold Agreement (CBGA) mogen ze jaarlijks totaal 500 ton goud verkopen. Dit aanbod houdt de goudprijs gedrukt maar anderzijds is het opmerkelijk dat er door dit aanbod geen prijsbederf is opgetreden. Anders gezegd, het aanbod werd in de afgelopen 12 maanden “met veel animo” opgenomen tegen een gemiddelde marktprijs van US$ 660 – US$ 680. Dit is mede te danken aan nieuwe ETF’s (Exchange Traded Funds, die in fysieke grondstoffen beleggen). Deze hebben intussen al meer dan 800 ton goud opgenomen. Nu per 26 september a.s. de CBGA verkooptermijn sluit, lijkt het dat de goudmarkt hierop al een voorschot neemt.
 
Voorts zou de goudprijs kunnen oplopen als gevolg van steeds heftiger commotie van milieupartijen in de V.S., die actie wensen tegen de vrijkomende kwikemissie bij het mijnen.
 
Fundamenteel
Van fundamentele aard is de alsmaar afnemende koopkracht zichtbaar in de stijging van het goud, waarop in deze column al menigmaal is gewezen. We spreken de laatste jaren aldoor van een stijging van de goudprijs met zilver en platinum in de slipstream, maar we zouden beter kunnen spreken van een evenredige waardedaling van het papiergeld.
 
Immers, tot 1971 kenden we het Bretton Woods Accoord (1944), waarbij een troy ounce

(31,1 gram) voor 35 dollar te boek stond. Nu kost dat zelfde beetje goud ruwweg 700 dollar. Dat betekent omgekeerd in geld een waardevermindering of een koopkrachtverlies van ca. 95%. Dat zelfde rekensommetje in euro’s zou een soortgelijk resultaat hebben opgeleverd. Een kilo goud is in de tijd van de gouden standaard (de tijd van het gouden tientje) ooit duizend gulden waard geweest. Dat zelfde kilootje kost nu bijna 16.000 euro en komt neer op nagenoeg 100% koopkrachtverlies. Vreemd genoeg hoor je hierover zelden iemand klagen. Het is kennelijk allemaal te lang geleden.
 
Kortom, bij afwezigheid van een gouden standaard staat het bankiers en politici vrij om ons door middel van inflatie van onze koopkracht te beroven. Dit proces vindt nog openlijker plaats door energie en voedsel, zonder welke geen mens het lang volhoudt, buiten de kerninflatie te houden.
 
Evenmin rustgevend is de huidige kredietcrisis als gevolg van de onverschrokken goklust op een blijvend lage rente door de bonusjagers bij de grote zakenbanken in de V.S., die veel beter zouden moeten weten! De Bank of International Settlements (de Bank der Centrale Banken) in Basel begon zich hierover een klein jaar geleden al ernstige zorgen te maken.. Nu deze 400 biljoen dollar bom dreigt te barsten, neemt de twijfel en het wantrouwen in de internationale financiële sector hand over hand toe. Centrale banken kunnen daaraan uiteindelijk maar weinig veranderen.
 
In de V.S. ziet men de huidige kredietcrisis als een veel ernstiger probleem dan Al Qaeda, ofschoon 11 september 2001 een keerpunt in onze geschiedenis markeert. Als de FED wordt genoopt om de rente te verlagen – een half procent wordt reeds als een ‘Fed accompli’ gezien – zal  de dollar tenderen tot verder dalen. Voorts is tendentieus dat de zgn. Money Supply (zeg maar de openstaande geldkraan) thans met 36,4% de hoogste stand sinds 1973 (eerste oliecrisis) laat zien. Vreemd genoeg maar wellicht juist om deze reden wordt hieraan geen aandacht meer geschonken.
 
Intussen gaat de FED i.s.m. andere centrale banken onverdroten door met het openhouden van de geldpers totdat de financiële markten tot rust komen. Op grond hiervan zullen de markten aanvankelijk niet negatief  reageren. Pas als duidelijk wordt dat dit een fopspeen is, zal het sentiment overnight keren om in te zetten op een ‘sell off’. Pas dan zal sprake zijn van een echte financiële crisis met een wegzakkende dollar, stijgende inflatie en werkloosheid en een instortende vastgoedmarkt. Dit is een ‘worse case scenario’, waarbij tevens het einde van de dollar als sleutelvaluta wordt ingeluid. Zover is het evenwel nog niet, omdat niemand buiten de ”intimi”van de grote Amerikaanse zakenbanken de omvang van deze crisis kent.
 
Goudprijs
Het vertrouwen in de financiële markten zal de toon zetten voor de prijs van het goud! De verwachting is, dat een daling van de rente de inflatie in de kaart speelt en een duidelijk signaal zal afgeven voor een verdere stijging van de edelmetalen. Daarbij komt dat de productie eveneens tendeert tot verder dalen nu de bankrente is gestegen en financiering van de flink gestegen exploratiekosten hier en daar tot problemen zal leiden. Daartegenover staat een groei van het afval en aanbod van tweedehands juwelen met ongeveer 1.300 ton die naar verwachting verder zal stijgen naarmate de prijs oploopt. De beleggingsvraag zal echter naar schatting voor dit jaar minstens 1.360 ton bedragen. Op grond van deze vraagtendens zal de goudprijs naar alle waarschijnlijkheid eerst het vorige hoogtepunt van mei vorig jaar weer gaan opzoeken.
 
Goudaandelen
Op de beurs was er de afgelopen zomer sprake van een forse uitverkoop in nagenoeg alle mijnbouwfondsen, met een gemiddelde daling van 34% in de goudsector, bijna 50% in de platinumsector en dik 50% in de uraniumsector (uranium was de afgelopen 12 maanden door speculatie op een illiquide markt wel met meer dan 300% gestegen!). De grootste fondsen ondervonden evenwel de minste schade. Gezien het algemene achterblijven van de aandelen vergeleken bij de stijging van de goudprijs ligt een inhaalmanoeuvre voor de hand. Wellicht zullen de marktprijzen eerst nog wat meer moeten aantrekken om de aandelen weer in beweging te krijgen.

UPDATE 19 SEPTEMBER 2007
 
Intussen lijkt het alsof de goudprijs het niveau van 700 dollar per troy ounce (definitief) achter zich heeft gelaten. De recente ruk naar boven had veel te maken met de ontwikkelingen in de V.S. die zich ook aftekenden in de prijzen van andere commodities, waarbij met name de prijs van olie opviel. Door de verlaging van de korte rente in de V.S. is de reële rente (rente minus inflatie) gekrompen en wordt er tegelijk weer nieuwe liquiditeit in de markt gepompt.
 
Een verdere versterking van de edelmetaalsector werd deze zomer bij het uitbreken van de subprime crisis (60% van de Amerikaanse hypotheken kent een variabele rente) al zichtbaar, doordat de verkopen niet breed werden gedragen. Die verkopen bleken alleen daar nodig waar instituten in de problemen waren gekomen en liquiditeit nodig hadden.
 


 

Liggen er voor zilver en platina eveneens “gouden bergen” in het verschiet?

Zilver
De zilverprijsontwikkeling is in het verleden met een gemiddelde range van 36% volatieler geweest dan goud met een range van 23% of platinum met een range van 28%. Volgens de COMEX (Commodity Exchange) is de speculatie in zilver sinds 2003 niet zo laag geweest. Dit zou op zich op een verdere prijsstijging kunnen duiden, temeer daar de marktvraag vanuit India – goed voor 12% van de zilveren juwelenmarkt in de wereld – blijkt aan te trekken naarmate de goudprijs verder oploopt. Zilver wordt niet als een safe haven beschouwd maar wel aangeduid met poor man’s crisis hedge.
 
De recente verschuiving in de goud/zilver ratio van bijna 10% is evenmin onopgemerkt gebleven. De toegenomen industriële vraag was ook groter, ofschoon de industriële marktpartijen de huidige prijsvorming aan de hoge kant vinden. De zilvermarkt is anderzijds moeilijker te overzien dan bijv. de goudmarkt, omdat het primaire mijnaanbod (van de pure zilvermijnen) slechts 18% bedraagt van het totale aanbod (primair + secundair als restproduct van andere mijnbouwers, verkopen door overheden en scrap of restafval). Zilver bleek op bepaalde momenten met een min van tien of meer procentpunten op een luttel aantal handelsdagen meer te lijden onder de kredietperikelen dan goud of platina. In elk geval wordt er geen gebrek aan aanvoer voorzien temeer daar er in de komende jaren diverse nieuwe mijnen in productie gaan.

Love Affair
Door de grote voorliefde voor zilver in India in combinatie met de snelle economische groei mag met vrij grote zekerheid van een structurele groei van de marktvraag worden uitgegaan, zo goed als dat ook geldt voor goud bij de Chinezen.
 
Waar India 750 – 800 ton goud (ca. 1/5 van de wereldproductie) importeert met een omzet van 60% in de juwelensector, ligt de zilverimport intussen op 2.500 – 3.000 ton per jaar met een omzet van ca. 25% in de juwelensector;  het merendeel is bestemd voor de industrie.

Marktfactor
In ieder geval zijn er wat zilver betreft geen centrale banken die regelmatig zilver dumpen. Een complicerende factor is wel de “manipulatie” van de markt door slechts een negental grote marktpartijen op de futuresmarkt. Dit is een andere belangrijke reden van de volatiliteit. Een positief signaal is thans dat het aantal netto short posities met 27.000 contracten of ca. 14 miljoen ounces sinds 4 jaar niet zo gering is geweest. Voorts wordt verwacht dat ETF’s na een afwachtende periode in de afgelopen zomer weer een actievere rol zullen gaan spelen. Dit zou op een tijdelijke opleving van de zilverprijs kunnen duiden, maar dit beeld kan ook zo weer omslaan.
 
Kenmerkend van een ETF is, dat direct in het fysieke metaal wordt belegd en de aandeelhouder bij inlevering van een minimaal aantal aandelen (meestal in de tienduizenden) zijn baren kan opvragen. Dit geldt in het algemeen voor grotere  marktpartijen, die bijgevolg niet zelf het metaal in eigen beheer hoeven te houden. Nadeel bij een ETF is dat bij een verdere prijsstijging de mijnvoorraden in de aandelenprijs zullen worden verdisconteerd, meer dan thans het geval is. Dit geldt eigenlijk voor alle grondstoffenfondsen.


 

Platina
De prijsontwikkeling van platina geeft een wat meer genuanceerd beeld, waarbij de prijs aanvankelijk voor langere tijd rond de top van 1.300 dollar per ounce hooverde om vervolgens na een terugval richting 1.200 dollar weer terug te veren tot boven het 1.300 dollar niveau thans. In de jaren 2004 en 2005 was er nauwelijks sprake van een surplusaanbod. Vorig jaar steeg dit aanbod evenwel naar ca. 100.000 ounces. De dip in de prijs deed daardoor de juwelenvraag in China weer toenemen.
 
Dit jaar doet zich de situatie voor, dat Zuid-Afrika – met driekwart van de wereldproductie verreweg de grootste producent – een tekort laat zien van ca. 200.000 ounces. De tekorten komen vooral voor rekening van de grootste producenten Anglo Platinum en Lonmin. Ook voor volgend jaar wordt er een aanbodtekort voorzien. Gezien de oplopende tekorten in Zuid-Afrika gaat men er vanuit dat deze niet binnen enkele jaren zullen zijn opgelost.
 
De vraag naar platinum zal intrinsiek sterk blijven en vooral worden gedreven door de snel stijgende autoproductie in landen als China en India. Platina wordt met name toegepast in katalysatoren in auto’s om de uitstoot te reduceren. Hiermee kan op een verdere stijging van de vraag worden geanticipeerd.
 
Platinumaandelen hebben ‘grosso modo’ een grotere voorkeur genoten dan aandelen in de goud- en zilversector. Dit komt door de gezonde marktontwikkeling, waarbij het aanbod enigszins elastischer inspringt op de vraag. Evenmin is hier sprake van aanbod der centrale banken. Ongeacht hoe hoog de goudprijs en daarmee ook de platinaprijs in de komende jaren stijgt, verwachten analisten dat platinumaandelen het gemiddeld genomen beter zullen doen.
 
Eén van de voordelen van platinaproducenten is dat er doorgaans sprake is van een aanzienlijke “bijvangst” zoals palladium, rhodium ruthenium en bijvoorbeeld nikkel. Deze bijvangst speelt een niet onbelangrijke rol in de te realiseren winst. Voorts zijn gemiddeld genomen de productiekosten lager dan in de goud- en zilverproductie, omdat veel platinumaders zich dicht onder de oppervlakte bevinden.

Zoals reeds eerder aangegeven, is het gegeven de marktomstandigheden raadzaam minstens 10% van uw portefeuille in edelmetaal – in baren, beleggingsfondsen, ETF’s of rechtstreeks in goud-, zilver- en of platinafondsen (meer risico met kans op hogere opbrengsten) aan te houden.
 
Paul van der Veer
19 september 2007