Venster op de VS

(12 januari 2007)


Om een goede kijk te krijgen op het wel en wee van de Amerikaanse economie is het nuttig niet uitsluitend naar de cijfers te kijken maar ook te letten op de krachten die deze cijfers dragen. Een 2-weeks verblijf in de V.S. vormde een vruchtbare  aanleiding om een tussentijdse balans op te maken. In alle toonaarden is er reeds gespeculeerd op neergang of stabilisering van de Amerikaanse economie in 2007 als gevolg van het rentebeleid sinds medio ’04.
 
Veel wijst intussen op een alleszins zachte landing. De consument laat zich niet zo maar de kaas van het brood grissen. Om de kooplust van de consument te meten hoef je niet alleen te kijken wat hij in z’n karretje stopt, doch minstens zo nuttig is om het aantal lege parkeerplaatsen bij een ‘shopping mall’ te tellen. Nog interessanter is om dat niet alleen vóór maar vooral ook ná de feestdagen te doen.
 
Volle bak
Voor een compleet beeld is het natuurlijk ondoenlijk om het gehele land in zo’n korte periode af te reizen, dus bleef dit onderzoek beperkt tot North Carolina vanaf New Jersey via Washington DC aan de Amerikaanse oostkust. De zojuist uitgekomen landelijke cijfers bevestigen overigens een nagenoeg ongehinderde kooplust in een land waar de commercie nog steeds alles bepalend is,  mede aangelokt door de prijzenlokkertjes van de grote warenhuizen. Dat leidde er mede toe dat er bij nagenoeg elke ‘mall’ naar een parkeerplaatsje moest worden gezocht. Dat gold trouwens ook de restaurants, die zich in een overmatige klandizie mochten verheugen met soms wachttijden van meer dan een half uur!
 
Keerpunt in de groei?
Waarom dan zo veel beroering over de richting van de Amerikaanse economie? Wel, dat heeft alles te maken met de wet van de zwaartekracht. De Amerikaanse consument bepaalt nog steeds voor bijna 25% goeddeels de omvang van de wereldeconomie. De groei van de Amerikaanse economie is vorig jaar teruggevallen van 5,6% in het 1e kwartaal via 2,6% in het 2e kwartaal naar 1,6% in het 3e kwartaal. Echter, het laatste cijfer is al weer naar boven bijgesteld naar 2,2%. Ligt hier dan ongeveer het keerpunt? De bevestiging hiervan zal zijn terug te vinden in het nog te publiceren cijfer over het 4e kwartaal van 2006.
 
Perceptie
Het is niet alleen nuttig te kijken naar de Amerikaanse cijfers vanuit de Europese perceptie maar minstens zo nuttig is dat te doen vanuit de Amerikaanse perceptie. Dan blijkt dat de Amerikaanse perceptie per definitie positiever is dan de Europese. Wellicht mede hierdoor is de ‘resilience’ (het weerstandsvermogen) van de gemiddelde Amerikaan groter dan van de gemiddelde Europeaan. Als het slechter dreigt te gaan, gaat de Amerikaan er des te harder tegenaan. Hij is bereid langer te werken, soms zelfs 2 banen op één dag.
 
Aziatische rol
In een gesprek met één der correspondenten van de Washington Post bleek onder meer hoe belangrijk de V.S. de ontwikkelingen in het Verre Oosten duiden. Weliswaar levert het handelsverkeer een flink negatieve balans op, maar daarvan ligt men in Amerika niet wakker. Er zijn veel Amerikaanse bedrijven die hun productie hebben ‘geoutsourced’ (ondergebracht in Azië) en bijgevolg veel goedkoper kunnen leveren. Daar spinnen zowel die bedrijven als de consument garen bij. De lage lonen in Azië zullen vooralsnog de inflatie betrekkelijk laag weten te houden. Textiel, schoeisel, speelgoed, consumenten electronica, allerhand gebruiksartikelen etc. zijn nog steeds voor een weggeefprijs verkrijgbaar. Daar komt straks de Chinese auto bij.
 
To be or not to be in shares?
Kunnen we bijgevolg met een gerust hart de beurs op gaan? Het is evident dat de belegger vorig jaar na het stopzetten van de renteverhogingen al een voorschot heeft genomen op een zonniger economische toekomst. Aangezien de centrale banken de geldpers nog steeds wagenwijd hebben open staan, zweeft er veel (geleend) beleggingsgeld boven de markt. Opvallend in dit kader is dat de Amerikaanse centrale bank is gestopt met het publiceren van de in omloop zijnde geldhoeveelheid, als zou dit niet langer ter zake doende zijn. Dit werkt de activiteiten van de met kort goedkoop geld werkende ‘hedge funds’ verder in de hand.
 
Vooral geďnspireerd door een dalende olieprijs, overnames met een totaal van 1,56 biljoen dollar in 2006 (meer dan ooit te voren), nieuwe ETF’s - Exchange Traded Funds of zgn. Trackers - opwaarderingen van grote Amerikaanse zakenbanken lijken aandelen allesbehalve duur en dus een aanzienlijk betere optie. De laatste duwtjes kwamen van meevallende huizenverkopen in de maanden oktober en november en beter dan verwachte werkgelegenheidscijfers in december. Voorts is het vertrouwen in de “kunstjes” van FED voorzitter Bernanke toegenomen. Bovendien zijn nagenoeg alle analisten (gematigd) positief.
 
Opvallend daarbij is dat de Dow Jones Industrial Average al bijna 925 dagen geen grotere dalingen heeft laten zien dan 2%. Dat is een absoluut record.
 
Mocht evenwel het groeicijfer van het 4e kwartaal en/of de winstcijfers van het Amerikaanse bedrijfsleven tegenvallen dan is een beurscorrectie van 10% best op z’n plaats zijn. Maar ook de olieprijs kan weer makkelijk opveren en daarbij de inflatie en rente. Evenmin zijn nieuwe politieke spanningen in het Midden-Oosten ondenkbaar.
 
Immers, de beurskoersen zijn vorig jaar ondanks een dalende groei al met een slordige 10%  opgelopen. Dit lijkt in strijd met de logica. Een eventuele correctie zal wederom net als in mei vorig jaar naar alle waarschijnlijkheid betrekking hebben op alle beleggingscategorieën. Alleen edelmetaal als ook enkele andere metalen w.o. uranium zullen zich hieruit door hernieuwde vraag weer redelijk snel weten te herstellen. De belegger dient bijgevolg hoe dan ook geld achter de hand te houden.
 
Robert  Broncel
12 januari 2007
www.score-investments.nl