VENSTER OP DE V.S.

(9 november 2007)
 

Het lijkt alsof de ontwikkelingen aan de “overzijde van de plas” thans in een stroomversnelling dreigen te geraken. Met de inzakkende huizenmarkt en de gevolgen daarvan op de hypotheekmarkt dreigt er een nieuwe dimensie aan het schuldsaneringsproces te worden toegevoegd. Dit betreft de schuld van credit cardhouders bij de creditmaatschappijen. In deze column heeft u al meerdere malen over de uitstaande schuld van de Amerikaanse consument kunnen lezen.
 
Thans wordt hierop ook ingehaakt door FORTUNE MAGAZINE, het meest gelezen zakenblad in de VS. In een artikel in de laatste editie met de aanhef “The Bomb in your Wallet” wordt gewezen op de dreiging van een nieuwe crunch die niet beperkt zal blijven tot Master, Visa en American Express. Deze bal komt ook weer bij de grote banken te liggen. Die kennen we intussen maar al te goed als gevolg van de problemen met de hypotheken.

De creditschuld
Wat minder bekend is dat de credit cardschulden net als de hypotheken op dezelfde wijze in pakketjes zijn verknipt (in vaktermen heet dat sliced and diced) en weggezet bij grote en kleine banken, maar ook bij pensioenfondsen.. Het gaat om een totale schuld van “slechts” 915 miljard dollar. Dat is iets meer dan er nu al in de subprime markt is verdampt of dreigt te verdampen.

De banken zien deze bui natuurlijk ook hangen. Immers, tot voor kort kon de creditschuld door de consument worden gefinancierd met de oplopende huizenprijzen. Nu deze curve intussen al 13 maanden op rij in zuidwaartse richting gaat, is deze bron opgedroogd. Andere bronnen zijn effecten en/of een hoger inkomen. Beide neigen evenwel niet tot stijgen. Door alle commotie is er voor bedrijven bovendien nu minder reden om nieuwe werknemers aan te trekken en liever eerder af te stoten (zoals in de bouw, bij toeleveranciers in de bouw en in de banksector. Ergo, de beurzen zullen nog meer ellende te verwerken krijgen.

De vraag doemt nu op: in hoeverre de creditschuld gefinancierd kan blijven? En als dat een probleem mocht worden, hoe moet het dan verder met de consumptie? Op een of andere wijze zal de rok nader tot het hemd komen te liggen. Banken moesten onlangs hun slechtste kwartaalresultaat sinds 2001 laten zien. Sommige banken lieten al uitkomen rekening te houden met toenemende problemen op het terrein van de credit cards. American Express gaat uit van een verlies van 44% op haar kaarthouders. Andere banken zoals Capital One, Bank of America en Washington Mutual gaan nog niet zover maar schermen met een percentage van ca. 20%. In de UK ligt dit percentage gemiddeld al op 50% omdat de vastgoedmarkt daar al eerder terugviel. Helemaal opvallend is dat 6% van de Engelse kaarthouders hun kaarten leegplukten om de hypotheek te kunnen blijven betalen. Een dak boven je hoofd is uiteindelijk belangrijker.

Vervelende bijsmaak
Waar een hypotheek nog een onderpand (vastgoed) kent, geldt dat niet voor de creditmarkt. De zgn. delinquency rate bedraagt hier thans gemiddeld 13%. Dat betekent dat voor dat percentage al niet meer wordt ingelost. Deze schuld is niet afgedekt en bijgevolg veel moeilijker opeisbaar. Al met al voor de hoek waar de klappen vallen evenmin een leuk vooruitzicht. Niettemin wordt er via commercials nog agressief geadverteerd met no-questions-asked krediet. Nog steeds groeien de bomen er kennelijk tot in de hemel.

Trek uit de beleggingsschoorsteen
Vanuit betrouwbare bron weten we dat Amerikaanse verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen niet veel heil meer zien om nog langer in Amerikaanse beleggingen te doen dan wel Amerikaanse beleggingsproducten te verkopen. Niet alleen dat de huis- en hypotheekmarkten er beroerd bij liggen, maar men vreest ook dat de FED met de huidige renteverlagingen meer inflatie in huis haalt. De uitdrukking ‘fed up witht the FED’ begint ruchtbaarder te worden. Een olieprijs van bijna 100 dollar doet nog een “extra duit” in het zakje. De koopkracht dreigt daardoor extra aangetast te worden.
 
Uitweg
Nu donkere wolken zich na jaren van een onbegrijpelijk blauwe hemel (zie ook de columns vanaf 2001) steeds meer boven de VS beginnen samen te pakken, zoeken diverse instituten, groot en klein  – voor zover mogelijk – een uitwijk naar het buitenland. Anderzijds zoeken buitenlandse instituten steeds minder hun bekomst in de VS. In het Midden-Oosten (ongetwijfeld geïnstigeerd door de islam) verwacht men dat de VS over 20 jaar economisch noch politiek enige rol van betekenis zal spelen.

Wat zijn de alternatieven voor nu en later?
 

1)




 

Europa – wint aan financiële kracht doordat steeds meer landen de euro omarmen, zodat deze duurder wordt en dat is goed tegen de inflatie. Anderzijds liggen er nog steeds grote belangen in de VS, afgezien van de export er naar toe. Hierop zal dan toch ook op een of andere wijze afgeschreven moeten worden voor zover de dollar dat al niet doet. De vraag is in hoeverre de Europese economie bestand is tegen een terugval in Amerika in samenhang met een verder inzakkende dollar.

2)







 

Azië – heeft de locomotieffunctie van de VS nadrukkelijk overgenomen met groeipercentages waaraan ook Europa zelfs niet kan tippen. Zal een verdere economische terugslag in de VS effect hebben op de groei aldaar? Tot op zekere hoogte wellicht, maar er wordt hard gewerkt om de thuismarkt verder te ontplooien om straks veel minder of niet meer exportafhankelijk te zijn. Een remmende factor zou de oplopende inflatie in China kunnen zijn. Een stijgende inflatie kan in China worden opgevangen met een verdere appreciatie (waardevermeerdering) van de Chinese munt. Voorts ligt er nog een reserve van 1.380 miljard dollar, voor wat deze straks ook waard mag zijn.

3)






 

Grondstoffen inclusief edelmetalen, vooral in het kader van een afkalvend vertrouwen in de dollar, landbouwproducten (weer- en klimaatgevoelig) en water zullen meer dan ooit gevraagd worden en gevraagd blijven. De groei in Azië is onmiskenbaar onomkeerbaar ook al zou deze wat kunnen vertragen als gevolg van de verwachte recessie in de VS. Vergeet niet dat er in Azië een gigantische consumentenmarkt in de maak is, die straks aanzienlijk groter is dan Europa en de VS samen! De economische verhoudingen zullen daarmee in de niet eens zo verre toekomst beduidend anders komen te liggen.

4)



 

Klimaatverandering, die een steeds grotere rol voor zich opeist en even onafwendbaar is als de vergrijzing in de ontwikkelde wereld. Energie en water zullen in dit bestek voor lange tijd een hoofdrol blijken te vervullen. Het gaat er in dit kader om te beleggen in bedrijven met veelbelovende technologieën en een hoog rendementspotentieel.

 
Gebaande paden
Nu er steeds meer spelers op de “groene” markt verschijnen, maakt dat de spoeling dunner en de aankoop duurder. De vraag is gewettigd of het niet te laat is alsnog in te stappen. Er zijn intussen talrijke beleggingsfondsen, ook in Nederland, die in dit gat duiken of reeds zijn gedoken. Dikwijls zijn de voorspiegelingen mooier dan de inhoud. Immers, waar men zegt “groen” te beleggen, blijkt zulks vaak minder “groen” dan je zou denken  Omdat ook dikwijls bedrijven zijn/worden opgenomen die zich de zorg om het milieu beginnen aan te trekken en voornemens zijn hun beleid hierop meer en meer af te stemmen. Dat betekent nog geenszins puur “groen” produceren. De grote beleggingsfondsen hebben voorkeur voor de meest gewilde en daardoor duurdere en grotere beursfondsen. Immers, voor beleggingsfondsen speelt de mate van verhandelbaarheid een belangrijke rol.
 
Het mooiste van beleggingsfondsen is niet alleen het nagestreefde doel maar ook wat het oplevert voor de beheerders. Immers, alle jaarlijks in rekening gebrachte kosten gaan in mindering van de opbrengst.
 
Grootste winst voor bedrijven met nieuwe technologieën en grote rendements-potentie
Zoals boven aangegeven gaat het juist om (jonge) bedrijven die middels hun veelbelovende vondsten en technologieën voor een doorbraak kunnen zorgen dan wel een groot marktbereik weten te genereren. Dit houdt uiteraard ook risico in, mede omdat bankfinanciering een stuk lastiger is geworden. Echter, een bedrijf met een grote groeipotentie krijgt altijd financiering middels een belanghebbende marktpartij. Dat geldt ook voor starters. De belanghebbende partij eist op voorhand geen geld maar wenst op termijn wel een deel van de taart. Op deze wijze worden ontwikkelingen niet geremd door periodieke rente- en aflossingen, ongeacht de fase waarin een dergelijk groeifonds verkeert.
 
In tijden van transitie liggen dikwijls de beste en grootste kansen die het dan ook verdienen benut te worden. Dat vormt dé uitdaging voor de belegger anno 2008!

Robert Broncel