DE KERN VAN DE ENERGIEPROBLEMATIEK

(8 augustus 2007)
 

De industrialisatie en de snel groeiende middenklasse in Azië vormt het draaipunt van onze overlevingskansen. Immers meer mensen met meer koopkracht betekent meer behoeften. Meer behoeften betekent meer vraag, meer producten, meer urbanisatie, meer infrastructuur dus meer energie. Meer energie betekent meer CO2 uitstoot dus meer klimaatsverandering. Dat is ‘the inconvenient truth’! Dit proces is vooralsnog niet omkeerbaar, ook al hebben we intussen zonnecellen, windmolens, waterstofcellen, waterkracht, biobrandstoffen en zo meer.
 
De bijdrage van de alternatieve energievormen groeit maar is nog onvoldoende economisch efficiënt. Met de introductie van biobrandstoffen (ethanol) zijn we volstrekt op de verkeerde weg, omdat de productie hiervan veel energie vergt (er zijn 0,75 – 0,80 eenheden fossiele brandstof nodig om een vergelijkbare eenheid ethanol te produceren) maar kost bovendien ook veel landbouwgrond. Afbouw van landbouw om meer monden te voeden gaat op straffe van hogere landbouwprijzen. Anderzijds impliceert afbouw van tropisch regenwoud een extra factor in de klimaatsverandering. Biobrandstof is bijgevolg de minst alternatieve en minst efficiënte oplossing. Ethanol is dus etha‘not’, tenzij uit afvalstoffen vervaardigd zoals cellulose ethanol.
 

De efficiency van energieproductie

  • Zonnecollectoren (afhankelijk van zon) en windcentrales (afhankelijk van wind) produceren onderbroken periodes van energie als gevolg waarvan er sprake is van een capaciteitsbenutting van niet meer dan 20% tot 40%

  • Waterkracht (afhankelijk van locatie) ligt hoger en komt op 50% tot 75%

  • Kolen, olie en gas kennen daarentegen een capaciteitsbenutting van 80% à 90%

  • Nucleaire energie ligt op gemiddeld 90%

  • Geothermische energie, zoals op IJsland, ligt op gemiddeld 95%

 
Wat is hét alternatief om relatief snel, effectief en kostenbeheersend de kansen te keren Er valt geen ontkomen aan: kernenergie! Al menigmaal hebben wij dit geluid geuit. Nu begint het geluid aan te zwellen. Immers, een slordige 85% van de huidige energieproductie komt voort uit fossiele brandstoffen. In de andere 15% zit voor het merendeel kernenergie. Dat is de situatie van vandaag.
 
Zoals u in de pers en ook in de laatste “energie” column heeft kunnen lezen, verwacht het IEA (International Energy Agency) over 25 jaar een toename van de energievraag met meer dan 50%! Dat is een zeer voorzichtige inschatting. Immers, bij een gemiddelde stijging van de vraag van 2% per jaar zitten we over 25 jaar al op 64%! Door zuiniger om te gaan met ons verbruik komen we er niet. Dus om onze energiehuishouding tegelijk met ons klimaat veilig te stellen is er nog heel veel werk aan de winkel.
 

Kernenergie biedt een aantal saillante voordelen:
 

a)
 

de grondstof uranium wordt voornamelijk gevonden in regio’s als Australië, Zuid-Afrika, Kazakhstan, Canada en in de V.S – relatief veilige regio’s

b)
 

de capaciteitsbenutting ligt inclusief onderhoud gemiddeld op 90% (zie boven)  -  hoge continu productie

c)



 

hoewel de totale omvang van de uranium voorkomens nog niet precies bekend is, wordt de totale levensduur van de nu bekend zijnde voorkomens op minstens 100 jaar en wellicht meer geschat – geringere afhankelijkheid van moeilijk exploiteerbare en dus duurdere voorkomens zoals bij olie en gas en aanzienlijk minder transportkosten

d)
 

de marktprijs van het uranium drukt niet meer dan tussen 5% en 8% op de afgifteprijs  van de te leveren energie – relatief stabiele energieprijs.

e)

 

de kosten per kilowatt/uur liggen op slechts 1,5 – 3 cent versus kolen met 3 – 5 cent en olie en gas met 7 – 8 cent per kilowatt/uur – geringe afhankelijkheid van prijsstijging

f)
 

last but not least, het productieproces geschiedt nagenoeg vrij van CO2 uitstoot!

 
Nadelen zijn:
 

a)

 

de waarborging van optimale veiligheid (ook tegen terrorisme)  – de huidige vierde generatie kerncentrales is al wel veel veiliger dan de eerste generaties uit de jaren ’60 en ’70

b)

het restafval waarvoor thans nog geen afdoende oplossing is gevonden.

c)

 

het duurt gemiddeld 7 - 8 jaar, inclusief plangoedkeuringen, voordat een nieuwe kerncentrale is gebouwd tegenover een conventionele centrale in 3 – 5 jaar tegen lagere kosten.

 
‘Hora est’
Gezien de alsmaar toenemende milieuschade als gevolg van langdurige droogtes, regenval, stijging van de zeespiegel en zwaardere stormen is er niet veel tijd meer voor “gesteggel” of experimenten. Alleen door alle zeilen bij te zetten kunnen we wellicht het tij keren met een zwaar accent op kernenergie, dat verreweg het meeste soelaas biedt. Nogmaals, dat wil natuurlijk niet zeggen dat we de andere opties met uitzondering van ethanol op een laag pitje moeten zetten, in tegendeel! Alleen een massale bouw van kerncentrales kan ons binnen redelijk afzienbare termijn voor grotere rampspoed behoeden. Wel zullen we de nadelen van kernenergie op de koop toe moeten nemen in de hoop hiervoor in de (nabije) toekomst een passende oplossing te hebben gevonden. Jeffrey Immelt, bestuursvoorzitter van General Electric (één van de grootste bedrijven ter wereld) drukte het zo uit: “it is hard to believe simultaneously in energy security and reduction of greenhouse gas emissions without believing in nuclear power’. Zelfs Al Gore gaf onlangs in een interview toe ‘I am not an absolutist in being opposed to nuclear’.
 
Mondiaal energiebeleid
Alleen middels een mondiaal gericht energiebeleid zullen we de kansen kunnen keren. Dat gedoogt niet zo veel uitstel meer op straffe van zodanige milieuschade dat de mens op termijn wellicht meer en meer wordt gedwongen terug te keren tot zijn oude status van nomaad. De eerste tekenen wijzen hierop reeds. Wat 10.000 jaar geleden nog kon, wordt lastig met een steeds sneller uitdijende massa van meer bijna  6,6 miljard mensen met steeds meer koopkracht en wensen.
 
De factor China
China is intussen na de V.S. de grootste vervuiler ter wereld met de meeste natuurrampen en meer dan 400.000 doden als gevolg van de vervuiling. China verbrandt meer kolen dan de V.S., de Europese Unie en Japan samen. Hoe kan het anders met één nieuwe kolencentrale per week en groei van het wagenpark met 20% - 25%  per jaar (huidige aantal auto’s geschat op meer dan 30 miljoen). Opschoning is hier van de hoogste orde. Vandaar dat China nu een budget van 50 miljard dollar heeft klaar liggen om buiten de 9 bestaande kerncentrales er nog 30 bij te bouwen. Ter uitvoering van deze plannen heeft China een strategisch akkoord met Australië gesloten voor de vergroting van de uraniumleveranties van 2,5 miljoen pound naar 44 miljoen pound per jaar. Dit komt neer op een bijna een kwart van de wereldproductie.
 
Het Internationaal Energie Agentschap (IAE)
In een (optimistische) verklaring liet het agentschap weten dat er tot 2030 nog genoeg fossiele brandstoffen voorradig zijn om aan de vraag te voldoen. Wel rijst nu reeds de vraag, welke energiedrager(s) deze rol zou kunnen overnemen. Hierbij dient nadrukkelijk ook de reductie van CO2 uitstoot aan de orde te worden gesteld. Wel, het antwoord zal u niet verbazen dat vooral kernenergie zich hiertoe het meest kwalificeert.
 
Voorbode
De prijsstijging in de grondstoffensector sinds 2003 is nog slechts een voorbode van wat komen gaat, tenzij de wereldwijde economische groei - met name in Azië - een halt wordt toegeroepen en tenzij er zoveel nieuw aanbod op de markt verschijnt dat de prijzen niet meer stijgen. Deze vooruitzichten liggen evenwel niet voor de hand. Wat de grondstoffen betreft is er als gevolg van onrendabele exploitatie sinds 1980 (zoals reeds opgemerkt) te lang sprake geweest van onderinvestering in de sector.
 
Zolang de economische groei voortgang vindt, stijgt de vraag tegenover het aanbod. Volgens het IEA zal de olieproductie tot 2015 met slechts 6,6 miljoen vaten per dag toenemen. Afgezet tegen een verwachte gemiddelde consumptiegroei van 2,5% vanaf 2008 leidt dat onvermijdelijk tot een nijpend tekort aan olie. Bij een huidige productie van 86,1 miljoen vaten per dag ligt de vraag in 2015 bijgevolg op 104,9 vaten per dag. Het verschil is dan al opgelopen naar ruim 12 miljoen vaten per dag. Intussen moeten zich dan geen nieuwe Katrina’s voordoen en moeten we er van uitgaan dat de raffinagecapaciteit is meegegroeid (zeer onwaarschijnlijk, PvdV).
 
Behoud van koopkracht
Als het leven duurder wordt als gevolg van duurdere energie, milieu- en landschapsmaatregelen dan is behoud van koopkracht alleen te realiseren door in (duurzame) energie te beleggen, niet voor kortere maar langere tijd. Gelet op de eindigheid van fossiele reserves en de stijgende exploratiekosten zullen de energieprijzen maar één kant uit kunnen. Naarmate de fossiele brandstoffen steeds verder in prijs stijgen en het klimaat ons anderzijds dwingt steeds forsere maatregelen te treffen zullen deze stijgingen zijn terug te vinden in de koersen van vooral die fondsen die op de geschetste ontwikkelingen het beste weten te anticiperen.
 
Paul van der Veer
8 augustus 2007