DE BEURS EN CHINA

(in perspectief, 6 maart 2007)
 

Voor het eerst wist de Chinese beurs wereldgeschiedenis te schrijven door de rest van de internationale financiële markten in haar plotselinge val van 10% mee te sleuren. Tot nu toe deed de Chinese beurs er nog niet zo veel toe niettegenstaande het feit dat de groei van de economie in omvang landen als Japan en Duitsland naar de kroon begint te steken. Dus intussen wel degelijk een factor om rekening mee te houden.
 
Chinese beursballon
Op zich was het de hoogste tijd dat er eens een gaatje werd geprikt in de Chinese beursballon. Immers, een economische groei van ruim 10% (officieuze ramingen liggen zelfs op minstens de helft hoger) is nog geen reden om de beurskoersen in één jaar met 100% op te jagen. Volgens de Amerikaanse zakenbank Goldman & Sachs met grote belangen in China is deze beurs zeker met 30% overgewaardeerd. In ieder geval een gezonde reactie, ingegeven door de centrale bank die paal en perk wilde stellen aan de kredietexpansie om oververhitting te voorkomen.
 
Kettingreactie
Een wereldwijde kettingreactie poetste in enkele dagen alle winst van dit jaar weg met als echte boosdoener de zgn. yen carry trade. Hierbij worden goedkope laag rentende yen geleend om omgezet te worden in hoger renderende beleggingen w.o. aandelen, goud en grondstoffen futures. Yen worden geleend en dollars gevraagd. Met name hedge funds gingen zich hieraan wederom te buiten. In mei vorig jaar was het de rentevrees, die een zelfde schrikreactie  teweeg bracht, nu kwam het “startschot” uit China. Wederom draaide het toneel en buitelden de funds over elkaar heen om zo snel mogelijk hun risicovolle posities af te bouwen. De “ezel” stootte zich nu voor de tweede maal aan dezelfde steen en koos wederom beschutting in staatsobligaties zodat de lange rente weer begon te dalen.
 
Oorzaken
Een gevolg heeft dikwijls meer dan één oorzaak. Zo werd er bijna tegelijkertijd een uitspraak van voormalig FED president Greenspan breed uitgemeten, waarin hij hintte op een groeivertraging in de V.S. Deze werd later weer afgezwakt en min of meer geneutraliseerd door die zelfde FED. Een paar mindere macrocijfers deden de rest.
 
Fundamenteel
Tegenover tegenvallende Amerikaanse macrocijfers, hoge energiekosten, een negatieve spaarquote en een alsmaar stijgende schuldenberg staan een stabiele inflatie, stijgende productiviteit, een uitzonderlijk innovatievermogen en een robuuste veerkracht naast een langdurig aanhoudend hoge economische groei in Azië. Fundamenteel is er in feite niets veranderd. Nu is het wachten op de bodemvorming. Pas wanneer het bodemniveau voor de tweede maal is aangetikt treedt er doorgaans stabilisering in. Je zou er van uit moeten gaan, dat het leuke “yen carry trade” spelletje nu wel een gepasseerd station zal zijn. Dit is trouwens redelijk goed te volgen door de yen-dollar relatie in de gaten te blijven houden. Daalt de yen weer met zo’n 4 – 6% ten opzichte van de dollar dan is dat een teken aan de wand.
 
Wijs geworden door deze ervaring zouden de grote instituten er beter aan doen van nu af niet langer “ge-yend” te beleggen! Het mag in eerste instantie lijken dat het minder oplevert maar je loopt ook dit grote liquidatie risico niet. Beleggers net als mensen willen altijd meer! Echter, sinds de wederopbouwfase na WO II heeft er zich geen ‘Wirtschafswunder’ met dito beleggingskansen meer voorgedaan. De opkomst van Azië met landen als China en India samen met meer dan een derde van de wereldbevolking vormen tot bijna in lengte van jaren een enorm economisch potentieel. De gestegen en continu stijgende grondstoffenvraag is hiervan het zichtbare bewijs. Beleggers hebben dus keus genoeg.
 
Onomkeerbaar proces
Met ruim 20% van de wereldbevolking is de Chinese regering beducht voor sociale onrust en wordt de groei middels de onvolprezen communistische 5-jaren plannen blijvend aan- en bijgestuurd. Daartoe is het Chinese Volkscongres nu weer bijeen om deze plannen goed te keuren. De Chinese groeicurve met die van India in het kielzog is ongeëvenaard. Dit proces, waarvoor de blauwdruk is gelegd door voormalig partijleider Den Xiau Ping, is nu al bijna 20 jaar gaande en is absoluut niet meer terug te draaien. De groei in Azië zal het grootste economische fenomeen van deze eeuw blijken te zijn.
 
De kracht van China

Om een goed beeld van China te krijgen dienen we een aantal zaken op een rijtje te zetten:
 

*
 

 

China groeit intrinsiek gemiddeld met ca.10% per jaar d.w.z. dat 20 jaar groei met 10% niet uitmondt in een totale groei van 200% maar in een groei van ruim 650%! De OESO voorspelt dat een economische groei van 7% tot het jaar 2020 haalbaar blijft. De groei in de V.S. is intussen gedaald naar 2% op jaarbasis.

*

China heeft een populatie van 1,3 miljard, de V.S. “slechts” 0,3 miljard.

*
 

Per hoofd van de bevolking zit China nu op een inkomen van ruim 2.000 dollar tegen een inkomen van 42.000 dollar in Amerika en 35.000 dollar in Japan.

*
 

China heeft een groeiend handelsoverschot van bijna 1.100 miljard dollar. De V.S. hebben een oplopend handelstekort van ca. 800 miljard dollar.

*
 

De laatste 3 jaar was China goed voor een derde van de wereldgroei – 2 maal zoveel als de V.S.

*
 

De spaarquote in China ligt op 45% (hoogste ter wereld), in de V.S. ligt deze op min 0%.

*
 

De Chinese consumptie (particulier plus overheid) ligt nog slechts op 55% van de nationale productie.

*


 

De lage loonkosten in China in combinatie met een laag niveau van sociale voorzieningen en een gigantisch arbeidsarsenaal maken van dit land een economische citadel. Volgens verwachting zullen er in de komende 15 jaar gemiddeld 20 miljoen mensen per jaar naar de meer dan 100 (!) miljoenensteden trekken.

*
 

De Chinese munt is sterk (men zegt 40%) ondergewaardeerd, de dollar is gezien de daarop rustende schuld voor minstens 20% overgewaardeerd.

*
 

China bouwt elke maand een volume à la Manhattan; de V.S. niet één Manhattan per jaar.

*
 

De omvang van de Chinese economie bedraagt nu bijna een kwart van de Amerikaanse.

*
 

Op één punt liggen de V.S. nog beduidend voor en dat is de goudvoorraad met ca. 33.000 ton tegen China met nog geen 400 ton.

*
 

Een ander punt waarop China negatief scoort is de endemische corruptie op nagenoeg alle niveaus – een euvel dat overigens voor geheel Azië geldt.

*

 

Tenslotte is daar de gigantische milieuvervuiling die ca. 10% van de groei opslokt, maar ook de V.S. hebben m.u.v. Californië op dit traject een flinke achterstand opgelopen.

 

China’s belangrijkste economische plannen voor de komende 5 jaar



 

Een reservering van ca. 250 miljard dollar om het wegennet te verdubbelen naar 85.000 km, zodat er straks geen 20 miljoen (huidig aantal) maar een kleine 200 miljoen auto’s de weg op kunnen (uitspraak van Shell).


 

Een reservering van 190 miljard dollar voor uitbreiding en modernisering van het spoorwegnet tot een lengte van 90.000 km.


 
 

Een reservering van bijna 200 miljard dollar voor investering in duurzame energie en opschoning van het milieu bovenop de plannen in het kader van de Olympische Spelen in 2008

Een reservering van 300 miljard dollar voor onderwijs en sociale voorzieningen.

 
Blijvende invloed op de grondstoffenmarkt
Met de voortschrijdende industrialisatie, bouw en uitbouw van de infrastructuur zal de vraag naar grondstoffen onverkort blijven toenemen. Zo koopt China thans bijvoorbeeld 9% van de wereldolie productie op (een stijging van 17% op jaarbasis), meer dan een kwart van alle aluminium, 30% van de wereldstaal productie en 40% van ’s werelds cement. Daarbij dient men ook te bedenken dat de bevolking - ondanks de één kind per gezin “fixus” - in kwantiteit onverminderd blijft doorgroeien. In dit kader is India onbesproken gebleven maar met een jaarlijkse economische groei van ca. 7% en een bevolking van 1,1 miljard, waarvan 80% jonger is dan 45 jaar, is dit land als 5e economie eveneens een zeer grote speler geworden.
 
Gevolgen bij een groeivertraging
Zelfs al zou er in de V.S. een groeivertraging optreden laat dat een nominale groei in Azië onverlet. Om een voorbeeld te geven, indien de oliebehoefte in China jaarlijks met 17% stijgt bij een groeistijging van 10% dan zou de oliebehoefte in lijn met een daling van het BBP naar bijvoorbeeld 7%  nog steeds toenemen met 10% per jaar. Samengesteld loopt echter ook deze (uitgaande van een constante) groei van 10% van jaar tot jaar vanzelf weer op.
 
Noot: mochten de grondstoffenprijzen wederom de pan uitrijzen dan is het niet ondenkbaar dat de gezamenlijke bankpresidenten van de V.S., Europa en Japan “in concert” de korte rente zullen verhogen om de inflatie in bedwang te houden.
 
Een eventueel langduriger afkoeling van de Amerikaanse economie zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de groei in Azië. Toch zal dit effect veel geringer blijken te zijn dan thans wordt aangenomen. Goed denkbaar is dat de vraag naar goedkope goederen juist stijgt bij een dalende koopkracht.
 
De ontwikkelingen in China zijn nagenoeg een kopie van die van Japan na WO II. Middels een koppeling met de dollar werd de nadruk op export gelegd vooral richting de V.S. Daarna volgde pas de binnenlandse vraag. De export steunt niet alleen op puur Chinese producten maar ook op producten van westerse bedrijven, die hun productie aldaar hebben uitbesteed.
 
Beleggers’ horizon
Wat betekent een en ander voor de belegger hier te lande? Wel, dat we geen schroom dienen te hebben om te anticiperen op dit enorme beleggingsperspectief. Gegeven de bovenstaande punten zal China een enorm aanzuigende werking op de wereldeconomie blijven houden. Aan deze cyclus komt pas een einde wanneer Azië ons peil begint te naderen. Deze “verzadigings”fase zal evenwel nog vele jaren vergen!
 
Robert Broncel
6 maart 2007
www.score-investments.nl