GOUD - DE STERKSTE ‘VALUTA’

(1 mei 2007)
 

In de column “De rol van het goud, nu en later” van 21 sept. j.l. werd o.m. duidelijk gemaakt hoe belangrijk de rol van het goud is. Het edelmetaal met diverse grondstoffen in haar kielzog heeft sinds het begin van deze eeuw een opmerkelijke prijsstijging doorgemaakt, ongeacht in welke valuta uitgedrukt.
 
De prijs van het edelmetaal is na een stilstand van ruim 20 jaar (1980 – 2001) in dollars bijna verdrievoudigd en in euro’s bijna verdubbeld. Te meer opmerkelijk gezien de niet aflatende verkopen door de centrale banken. Met nog “slechts” 3.740 ton op de planken van deze banken is dit een eindig proces! Ter vergelijking: de AEX is sinds 2001 nog niet verder gekomen dan een stand van 530 ten opzichte van een stand van 638 begin 2001. De AEX was toen op weg naar beneden, terwijl het goud omhoog schoot. Aandacht voor beleggen in goud is (nog steeds) niet bijzonder actueel. De belangstelling van professionele zijde daarentegen groeit aanzienlijk. De opgaande cyclus is nog lang niet ten einde.
 
Barometer
Vanaf het moment dat de dollar tegenover de euro terrein begon te verliezen stond vast, dat dit het startschot voor een opwaartse beweging van de goudprijs zou inluiden. Voorts spelen natuurlijk de opkomst van Azië, de impliciete stijging van de grondstoffenprijzen en niet ten laatste de toegenomen geopolitieke spanningen een rol. Uit de nu al jarenlange verzwakking van de dollar kan worden afgeleid dat de rol van reserve valuta steeds meer onder druk komt te staan.
 
Eind 2001 stond de euro nog op een peil van 0,89 dollarcent, thans levert een euro $1,36 op of ruim 50% meer. De woorden van voormalig minister van Financiën John Conolly: ‘The dollar may be our currency, but it’s your problem’ spreken boekdelen. Huidig vice president Dick Cheney deed hiervoor niet onder met zijn opmerking: ‘Our lifestyle is non negotiable’. Een en ander maakt duidelijk, dat men zich aan de overkant van de plas van regeringswege weinig gelegen laat liggen aan de gevolgen van het Amerikaanse handelen ongeacht de prijs die het buitenland straks gepresenteerd krijgt. Een en ander is terug te vinden in de ontwikkeling van de goudprijs. Het goud manifesteert zich meer dan ooit als “barometer” van de internationale financiële wereld.
 
Sterke signalen
Belangrijke deskundigen w.o. de inmiddels stokoude Dr. Kurt Richebächer van de Oostenrijkse School en voormalig bestuursvoorzitter van de Dresdner Bank maar ook Professor Niall Ferguson - vermaard financieel/economisch historicus verbonden aan de universiteiten van Harvard, New York en Oxford University - steken hun zorg over de onevenwichtigheden in de internationale financiële wereld niet onder stoelen of banken. De centrale bankiers daarentegen durven hierover in het openbaar te weinig te zeggen om geen paniek te veroorzaken. Wel blijven ze goud verkopen om intern de financiën zo veel mogelijk op orde te houden.
 
Op de onlangs gehouden Global Investment Conference in Nassau achtte Dr. Murenbeeld, één van de meest gerespecteerde economen op internationaal financieel terrein, de goudprijsstijging exemplarisch voor de onevenwichtigheden in het wereldeconomisch verkeer. Hij meldde verder dat The big six (China, India, Rusland, Japan, Korea en Saudi-Arabië)  thans 2.7 biljoen dollar of 56% van het wereldtotaal bezitten. Dit vraagt gewoon om verdere diversificatie. Hij stelde dat het aanhouden van een 15% goudreserve alleen al voor China en India een opname van 16.300 ton betekenen zou beteken, dus ondenkbaar.
 
Tegen de achtergrond van een steeds verder wegzakkende dollar zal risico diversificatie niettemin een steeds meer gebiedende eis worden. Murenbeeld haakte daarbij in op een uitspraak van het IMF die stelde dat de dollar met gemiddeld 25% is overgewaardeerd en dat de Chinezen hun munt zullen moeten opwaarderen. Verder voorziet hij monetaire reflatie (uitbreiding van de geldcirculatie waardoor de waarde van het geld daalt, terwijl tegelijk de goederenwaarde stijgt). Deze ontwikkeling vloeit vooral voort uit de vergrijzing en de sterk stijgende zorgkosten in de V.S. zonder dat hiervoor middelen beschikbaar zijn. In mindere mate geldt dit ook voor (Zuid)Europa en Japan.
 
Het zij nog maar eens herhaald dat de handelschuld van de V.S. is opgelopen naar bijna 900 miljard dollar op jaarbasis, terwijl de staatsschuld intussen tot boven de 8.000 miljard dollar  is gegroeid. Dat is een schuld van maar liefst 107.400 dollar per gezin, buiten een gemiddelde creditcard schuld van 8.000 dollar. De schuldverplichtingen op het terrein van de sociale zekerheid en medische kosten dragen bij tot een oplopende schuld ter grootte van ruim 40 biljoen dollar(!). Daar komt bij dat het totaal aan bedrijfsleningen ook al weer is opgelopen naar meer dan 6 biljoen dollar. De Amerikaanse economie is met andere woorden een pure “pof” economie. In de “Venster op de VS” columns is hierop reeds menigmaal gewezen.
 
Hoe lang nog?:
‘So far, so good’ hoor je in de wandelgangen maar er komt natuurlijk een einde aan dit proces van onverminderd potverteren. De schulden kunnen maar op één manier worden terugbetaald en wel door de aanmaak van vele miljarden aan bankpapier. Dat zal de waarde van de dollar verder aantasten en de rest van de wereld dwingen om maatregelen te nemen.
 
De cruciale vraag is hoe lang de Aziaten met de Chinezen voorop nog bereid zijn deze steeds “waardelozer” wordende schuldpapieren te blijven opnemen tegen een té geringe rentevergoeding gezien de steeds groter wordende risico’s. Afbouw van dollarreserves  kan alleen via de weg van de geleidelijkheid omdat een te groot dollaraanbod leidt tot een versterkte daling zodat men zich daarbij in de vingers snijdt. De euro is nog lang niet in staat  om de rol van reservevaluta over te nemen. Bovendien is goud in Azië maar ook in het Midden-Oosten van oudsher veel populairder dan welke muntsoort ook.
 
Rol centrale banken
Zonder de verkopen van de centrale banken in de westerse wereld, die volgens de Central Bank Gold Agreement (CBGA) jaarlijks een maximum van 500 ton op de markt mogen zetten, zou de goudprijs allang het vorige hoogtepunt in januari 1980 van ca. 850 dollar (vóór inflatie!) hebben gepasseerd. Goed beschouwd zou het de centrale banken verboden moeten worden om goud verkopen om de doodeenvoudige reden dat de staat op termijn inkomsten derft, die weer op het bordje van de belastingbetaler terechtkomen. De verkopen door voormalig president Duisenberg tegen de bodemprijs van US$ 260 per ounce en die van Gorden Brown als minister van Financiën in Engeland liggen nog vers in het geheugen.
 
Factor China
China zou zelf graag zien dat het IMF de gehele voorraad van 3217 ton aan dit land zou aanbieden. Immers, tegen de achtergrond van een nog immer door sterke groei aanzwellende dollarreserve van nu al bijna 1.200 miljard(!) zou de opname van deze voorraad tegen de huidige marktprijs voor ca. 65 miljard dollar (bij de huidige prijs van US$ 670) geen enkel probleem vormen. Bovendien zou de marktprijs hierdoor niet worden beïnvloed. Voor dit jaar van het “gouden varken” wordt bovendien een extra goudvraag vanuit China verwacht. China is intussen na India en het Midden-Oosten uitgegroeid tot de derde grootste goudconsument.
 
Andere landen
Naast China zijn daar ook Rusland en landen in het Midden-Oosten, die al eerder te kennen hebben gegeven een deel van hun dollarreserves te willen afbouwen. India heeft zich nog niet uitgelaten over haar voornemens. Bekend is wel dat in dit land de vraag naar juwelengoud  steeds meer toeneemt. De vraag naar goud stijgt naarmate de middenklasse groeit. Goud wordt naast status beschouwd als een verzekeringspolis, bij gebrek aan een sociaal vangnet.
 
Historische prijsontwikkeling
Mochten de centrale bankenverkopen onverminderd doorgaan en de goudprijs alsnog enigszins onder druk blijven dan is dat een uitstekend koopsignaal. Op basis van de historische inflatie ontwikkeling zou de goudprijs na inflatie thans op ca. 1.800 dollar per ounce en omgerekend in euro’s op ruim 42.000 euro per kilogram moeten liggen.
 
Gemeten naar de historische olie-goudpariteit heeft de goudprijs ook nog een eind te gaan. Deze pariteit ligt sinds 1970 op 1 vat olie = 17,3 ounces goud. Thans doet een vat niet meer dan 11,2 ounces. Bij een herstel van deze pariteit zou de goudprijs op ca. 1.150 dollar per ounce of ca. 25.000 euro per kilogram uitkomen.
 
Steeds meer koopsignalen

1)

De groeiende overhang van internationale financiële onevenwichtigheden.

2)
 

De geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten, Rusland (olie- en gasleveranties aan Europa) en Venezuela (olie- en gas leveranties aan de V.S.).

3)


 

De (industriële) marktvraag groeit; de productie in de belangrijkste landen als Zuid-Afrika (- 36%), Australië (- 18%), de V.S. + Canada (-30%) daalt; er is te weinig nieuwe capaciteit als gevolg van onderinvestering als gevolg van de lage goudprijs in 80-er en 90-er jaren.

4)

De grote liquiditeit in dollars bij banken in Azië en het Midden-Oosten.

5)
 

De recente openstelling van de publieke goudmarkt in China, waarop vorig jaar reeds 1250 ton werd verhandeld, 80% meer dan China’s eigen productie.

6)

Het groeiend aantal ETF’s dat in fysiek goud belegt.

7)
 

Overnames en fusies – vorig jaar met een marktkapitaal van 19,3 miljard dollar – die vaak aantrekkelijker blijken dan zelf op zoek te gaan naar nieuwe voorkomens.

8)
 

De recente instelling van de Global Gold Index door de Toronto Stock Exchange als ‘bench mark’ bestaande uit 30 goudfondsen w.o. de 5 grootste.

9)


 

De mogelijk nieuwe rekenmethode van de centrale banken bij meer transparantie, als aangegeven door het IMF waarbij inzicht dient te worden verstrekt m.b.t. swaps en goudleningen; de verwachting is dat de officieel opgegeven goudvoorraad  aanzienlijk lager zou komen te liggen.

10)

De productiekosten zijn in 2006 met 17% gestegen.

 
Huidige prijsontwikkeling
Na de stijging in de eerste maanden van 2006 tot een niveau van 730 dollar trad er een correctie op met een bodem van 565 dollar in juni 2006 als gevolg van gold dumping door de centrale banken. De prijs heeft zich de laatste maanden rond 670 – 680 dollar per ounce sterk gestabiliseerd. In euro’s ligt het stabilisatiepunt op ca. 15.750 euro per kilogram. Dit relatief hoge stabilisatiepeil is opmerkelijk gezien de niet aflatende verkopen door de centrale banken.
 
Voorspellingen
Gegeven de “controlerende” verkopen door de centrale banken tegenover een stijgende vraag wordt door de meeste marktpartijen w.o. de Amerikaanse Citigroup voor dit jaar op een goudprijs van 710 – 750 dollar gemikt. Op termijn zullen de centrale bankenverkopen afnemen en dan pas kan het goud aan een echte vrije opmars beginnen. De onlangs geopende goudbeurzen in Shanghai, Dubai, Mumbai (Bombai) anticiperen eveneens op een toenemende goudvraag. Alleen als de rente wereldwijd zou stijgen of wanneer zich een wereldwijde economische teruggang zou aftekenen zal dit ook de vraag naar edelmetaal en andere grondstoffen beïnvloeden. Noch het een noch het ander ligt in het verschiet.
 
Nieuwe ontwikkeling
Dat men voor de toekomst een sterk verhoogde vraag verwacht moge blijken uit plannen om ook de zeebodem te betrekken bij het delven van vooral goud, koper, zilver en zink. De kosten hiervan zullen beduidend hoger liggen. Betrokken partijen zijn o.m. Anglo American, Teck Cominco en Barrick, die gezamenlijk een bedrag van 175 miljoen bijeen brengen. De verwachting is dat deze kosten zullen worden terugverdiend bij een verder stijgende goudprijs.
 
Winstgroei
Opvallend is dat de mijnaandelen zijn ondergewaardeerd gezien de marktprijsontwikkeling. Echter, gemeten naar de koers/winstverhouding liggen de tien grootste fondsen op een gemiddelde van 31 en dat is bijna 2 maal die van de Standard & Poor. Daarbij krijgen steeds meer fondsen te maken met een afnemende vervangingsreserve (er wordt meer geproduceerd dan gevonden). De winstgroei wordt hiermee aan banden gelegd.
 
Grootste winstgroei
De echte winsten worden evenwel gemaakt door jonge ambitieuze mijnbouwers met grote nog niet bewezen reserves in de lagere productiekostensfeer, gelegen in geopolitiek veilige gebieden. De hefboomfunctie speelt hier ook een rol. Bijvoorbeeld, als het goud met bijv. 10% stijgt bij een hefboom van 1 op 3 vertaalt dit zich in een gemiddelde koersstijging van 30%. Het zijn vooral nieuwe vondsten en grotere productievolumes die extra gewicht in het “goudschaaltje” leggen. Bovendien: gezien de huidige consolidatiefase is het geenszins ondenkbaar dat zich ook op dit terrein overnames aandienen.
 
Ofschoon het risico in deze categorie groter is zullen de fondsen met nieuwe vondsten niet bijster gevoelig blijken te zijn voor een daling van de goudprijs en in 2 opzichten profiteren van een stijging. Algemeen geldt dat het beleggen in goud zich niet vertaalt in valutarisico, in tegendeel!
 
Robert Broncel
1 mei 2007

Research Team
www.score-investments.nl