DE ROL VAN HET GOUD, NU EN LATER
(barometer en leidraad voor elke beleggingsportefeuille)
 

Sinds de dollar vanaf 2001 op z’n retour raakte waren wij positief over het goud. Intussen weten we dat de prijs van het edelmetaal in de afgelopen 5 jaar van ca. € 8.800 in februari 2001 naar ca. € 14.500 thans of met een slordige 65% is gestegen. De AEX daarentegen heeft zich weliswaar deels hersteld maar staat tot dus ver voornamelijk als gevolg van de verzwakte dollar nog ca. 25% in de min.
 
Is deze goudhausse nu voorbij? Daar heeft het wel de schijn van maar lees de feiten! Thans heeft de goudprijs zich gestabiliseerd rond een niveau van 14.000  tot 15.000 euro per kilogram (32 ounces). De internationale notering van de goudprijs vindt evenwel niet in euro’s per kilogram maar in dollars per ounce plaats. Een nieuwe test van het dieptepunt dit voorjaar van 558 dollar is niet ondenkbaar. Een val tot ca. 500 dollar zou de beste bevestiging van de opgaande lange termijn trend zijn.
 
De daling van de goudprijs stond niet op zich zelf. Want in de maanden mei en juni stonden alle beurzen (aandelen, obligaties, opkomende markten, grondstoffen, edelmetalen en vastgoed) onder druk. De redenen zijn bekend: vrees voor toenemende inflatie, rentestijging in de V.S. en daardoor afnemende groei. Uit de jongste inflatie- en vastgoedcijfers blijkt een zekere groeivertraging inmiddels op gang te komen.
 
Waren deze dalingen terecht? De daaraan voorafgegane veelal te snelle stijgingen in de eerste helft van 2006 werden niet meer door het economisch ‘momentum’ maar veel meer door speculatie gedragen. Dat gold vooral de grondstoffenmarkt m.u.v. uranium. Intussen is het stof neergedaald maar de twijfel blijft. Deze twijfel heeft in het bijzonder betrekking op de verdere economische ontwikkelingen in de V.S.
 
Niettemin blijven beleggers zich achter het oor krabben wat verder te doen. Veel kapitaal staat na de ‘dip’ nog steeds op ‘cash’ en zo langzamerhand is men weer begonnen hier en daar in te stappen. De schrik van 12 mei is men echter nog niet geheel en al te boven. Wat is/zijn de beste ‘allocatie(s)’?
 
Aandelen
Aandelen blijven zoals altijd gevoelig voor een economische afkoeling, die nu in Amerika zichtbaar is geworden. Europa laat intussen eindelijk weer bescheiden groeicijfers zien maar is deels afhankelijk van het wel en wee in de V.S. Daalt de dollar opnieuw dan is dat een min voor Europa. Alleen opties (bij voorkeur onder professioneel beheer) kunnen onder alle omstandigheden uitkomst bieden.
 
In Azië is men uiteraard ook dollargevoelig maar veel minder dan in Europa. Immers, Azië met de losse dollarkoppeling draait ook door op een lagere dollar, zij het dat o.m. grondstoffen met meer dollars moeten worden ingekocht naarmate deze verder daalt. Dat geldt in het bijzonder voor de grote landen China en India. Er is China veel aan gelegen om de exportafhankelijkheid van Amerika af te bouwen door het op gang brengen van een eigen consumptiemaatschappij. Dit proces wordt versterkt door het creëren van meer werkgelegenheid, mede door het aantrekken van buitenlandse bedrijven als gevolg van de goedkope werkkrachten.
 
China kent “nog maar” een slordige 300 miljoen consumenten, maar al wel meer dan de 280 miljoen in de V.S. De verwachting is dat dit aantal tegen 2010 zal zijn verdubbeld. Het omslagpunt is echter door de geringere koopkracht nog niet bereikt maar wordt wel mede in de hand gewerkt middels een sterk groeiende afzet in de Aziatische regio. Bovendien zal de Chinese munt op termijn na het eerste beginnetje van 2,1% in 2005 verder appreciëren (in waarde stijgen) t.o.v. de dollar en de euro. Waarschijnlijk zullen andere Aziatische munten in dat geval volgen.
 
Het enorme opgebouwde dollarvolume als gevolg van de jarenlange handelsoverschotten met de V.S. kan voorlopig worden aangewend om de groei te kunnen blijven financieren. Over die groei moeten we ons bijgevolg niet te veel zorgen maken temeer niet omdat deze in Azië intussen tot een onomkeerbaar proces heeft geleid. Een te gevoelige afname van de groei in een land als China zou onvermijdelijk tot binnenlandse economische spanningen leiden. Dat wenst het centrale gezag in Beijing koste wat het kost te voorkomen, zij het dat die groei best “een ietsje minder mag zijn”.
 
Op grond van bovenstaande is de vrees voor een flinke afkoeling van de wereldeconomie vooralsnog prematuur en kunnen de beurscorrecties in mei en juni als een gezonde ontwikkeling worden gekenschetst. Gezond omdat er sprake was van ongezonde speculatie.
 
Het waren in het bijzonder de hedgefunds die op de grondstoffenmarkt speculeerden middels het lenen in de 0-rente dragende yen. Er werd dikwijls een hefboom (‘leverage’) toegepast van 1 op 10 (dus voor elke dollar werd een yen equivalent van 9 dollar geleend).
 
Toen in mei ook de Bank of Japan sinds lange tijd dreigde de rente te gaan  verhogen en dat ook metterdaad met een stapje van 0,25% heeft gedaan, stapten de ‘hedge’fondsen hals over kop uit omdat men een duurdere yen vreesde en dat luidde de minicrash in mei in.
 
Noot
De paar honderd hedgefondsen in het begin van ’90-er jaren zijn uitgegroeid tot ca. 9000 fondsen vandaag. Eén ding hebben deze fondsen geleerd. Door met z’n allen op jacht te zijn naar dezelfde prooi levert dat weinig buit op.
 
Nu is het tijd weer op de ‘fundamentals’ te letten. De schulden in de V.S. groeien door. De economie in de V.S. vlakt af als gevolg van de serie renteverhogingen, de Europese economie zorgt nu voor enige opluchting terwijl de economische groei in Azië zich vooralsnog onverminderd voortzet.
 
Obligaties
Deze categorie blijft de meest veilige maar nauwelijks winstgevend onder de huidige omstandigheden van een relatief nog steeds lage rente. Bij een oplopende rente is het wel zaak in kortlopend papier te zitten. Men diene vooral op de reële rente te letten – het verschil tussen de vigerende rentevoet en het inflatie percentage.
 
Vastgoed
Zolang de economie redelijk op peil blijft en de rente niet te veel stijgt (hypotheken!) blijft vastgoed een redelijk goed alternatief. Wel dient men te bedenken dat vastgoed (tenzij in aan de beurs genoteerde fondsen) veel minder liquide is dan aandelen-, obligatie- of grondstoffenmarkten. Komt vastgoed in een dalende markt te zitten dan wordt die daling versterkt door ongerealiseerde verkoop.
 
Grondstoffen
Door de aanhoudende groei in Azië, de sinds kort afnemende groei in Amerika en tegelijkertijd de toenemende groei in Europa zal de vraag naar grondstoffen hoe dan ook blijven stijgen, ook al zou dat misschien (?) iets minder meer zijn.  Vooral landen als China en India zullen in de toekomst onontkoombaar een steeds groter beslag op ’s werelds grondstoffenvoorraden leggen.
 
Goud als barometer
In dit samenspel van factoren speelt het goud als een specifieke rol. Welke? Reeds nu wordt zichtbaar dat het goud de rol van de “failliete” dollar als monetair instrument meer en meer dreigt over te nemen. Door het grote koopkrachtverlies van de dollar vanaf de loskoppeling van het goud in 1971 alsmede de in deze valuta stijgende schulden groeit het wantrouwen navenant. Een vlucht in de dollar biedt straks geen soulaas meer! Voorbeelden?
 
Deze zomer verklaarde de gouverneur van de Centrale Bank van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om 10% van het “voorraadje” dollars ad 23 miljard om te zetten in goud. Dat betekent een goudaankoop ter grootte van 2,3 miljard dollar tegen de huidige goudprijs van ca. 600 dollar per ounce vertaald in bijna 4 miljoen ounces of 5% van ’s werelds jaarproductie van 2500 ton. Maar dit was niet de enige verklaring.
 
De VAE was niet de enige. Ook andere olieproducerende landen in  het Midden-Oosten hebben min of meer ‘in concert” te kennen gegeven een deel van hun oliedollars te gaan omzetten in goud. Over hoeveel laat men zich liever niet uit. Het zou de prijs van het edelmetaal alleen maar meer opwaarts potentieel geven.
 
Voorts verklaarde de Russische president Poetin onlangs het voornemen te hebben om de Russische goudreserve op te schalen van 5% naar 10%. Rusland bezit thans een reserve van ca. 250 miljard dollar. Deze opschaling zou een aankoop van 21 miljoen ounces impliceren, bijna een kwart van de jaarlijkse mijnbouwproductie. Rekening houdend met een inkomstenstroom van 100 miljard dollar op jaarbasis vooral door olie- en gasexport zou een dergelijke doelstelling uitmonden in een jaarlijkse aankoop van ca. 10 miljard dollar aan goud.
 
En zoals al eerder in deze goud column is aangegeven zit ook China op het vinkentouw en neigt het Russische voorbeeld te volgen met dien verstande dat de Chinese reserve meer dan 900 miljard dollar bedraagt! China’s goudreserve bedraagt thans nog geen 1½ %. Een ophoging naar 5% zou al een aankoop tot gevolg hebben van 3½% van 900 miljard dollar = 31,5 miljard dollar of 51,5 miljoen ounces op basis van de huidige goudprijs. Men mag evenwel twijfel hebben over een directe uitvoering van dit voornemen zolang de groei de hoogste prioriteit heeft. Niettemin is China zij het nog bescheiden al wel aan de koopzijde te vinden. Anderzijds biedt een aanzienlijke goudreserve meer uitzicht op een aanpassing van de munt. Wel mag sinds kort ook de Chinese particulier goud bezitten. Dit zal zeker bijdragen tot een toenemende vraag!
 


 
Voor
degenen die niet op de hoogte zijn van de voormalige relatie goud – geld hierbij nog even een kort historisch overzicht:
 
Toen
de grenzen in Europa op het Wener Congres in 1814/15 definitief waren getrokken wenste men daarna ook middels monetaire afspraken het onderlinge betalingsverkeer te vergemakkelijken. Door de nationale munt aan de hand van de reserves in goud of zilver uit te drukken kon men altijd de tegenwaarde van de internationaal verhandelde goederen uitrekenen. Zo kende men tussen:
 

1819 – 1859

de dubbele (gouden en zilveren) standaard

1871 – 1914

de formele gouden standaard

1924 – 1931

de gouden wisselkoers standaard

1944 – 1971
 
 

de Bretton Woods dollar standaard, waarbij alleen de dollar aan het goud was gekoppeld, terwijl de andere (Europese) valuta weer in een vaste wisselkoersafspraak met de dollar stonden

1971 - met het loslaten van Bretton Woods werd de periode van de zwevende wisselkoersen ingeluid met de dollar in de rol van dé reservevaluta in de wereld.

 
Afbouw monetaire rol van het goud
Dus in het internationale geldverkeer is de monetaire rol van het goud in de loop der tijd steeds verder afgebouwd en wordt er domweg terecht of ten onrechte geanticipeerd op een betrouwbaar monetair giraal (papiergeld) beleid van de centrale banken. Dat laatste kan van de Amerikaanse Centrale Bank (FED) als “houdster” en “hoedster” van ’s werelds reserve valuta gezien het verleden allesbehalve worden gezegd.
 
Goudverkopen
Zonder de goudverkopen door de centrale banken samen met het IMF zou de goudprijs reeds ver boven de 1000 dollar per ounce hebben gestaan. Als zodanig hebben deze verkopen tot dus ver een stabiliserende invloed op de goudprijs ontwikkeling gehad en dat zal wellicht aanhouden zo lang de banken aan de verkoopzijde blijven staan. U zult zich in dit kader afvragen waarom de centrale banken goud “tegen de stroom in” blijven verkopen. Wel, dat doen ze onder meer om mee te helpen de nog steeds veel te hoge staatsschulden af te bouwen met de vergrijzing in het vooruitzicht.
 
Sterk groeiend momentum voor goud
De verkoop door de centrale banken staat haaks op de goudinkoop intenties van de centrale banken in het Verre- en Midden-Oosten. Voor deze regio’s een reden te meer om tegen de achtergrond van het schulden”complex” in de Westerse wereld een verdere demonetisering van het goud te beschouwen als een risico tot verder koopkrachtverlies (depreciatie) van de westerse munten.
 
Buiten de dollar wordt de euro evenmin als een sterke munt beschouwd. Dit heeft o.a. te maken met de gebrekkige nakoming van de akkoorden van Maastricht in 1991 en de afwijzing van de Europese Grondwet vorig jaar.
 
Scheefgroei
Gezien de niet aflatende aanmaak van papiergeld door de centrale banken sinds 11 september 2001 is de verhouding geld : goederen (grondstoffen) nogal scheef komen te liggen. Deze scheefgroei is intussen duidelijk zichtbaar geworden in een stijging van de grondstoffenprijzen.
 
Nu de rente een opwaartse trend vertoont (impliceert minder aanmaak van papiergeld) is dit eveneens zichtbaar in (tijdelijk) weer dalende grondstoffenprijzen. De hamvraag is of de Amerikaanse economie een harde of een zachte landing gaat maken en in hoeverre de inflatie een rol blijft spelen. Immers, de Amerikaanse consument bepaalt nog steeds voor circa een kwart de gang van zaken in de wereldeconomie. Meer dan waar dan ook ter wereld is de Amerikaanse consument “verslaafd” aan consumptie.
 
De schulden torsende dollar
Kan dit proces van scheefgroei ongestraft verder blijven gaan tegen de achtergrond van de ongehoorde nooit eerder vertoonde schuldopbouw? Het handelstekort is de afgelopen 3 jaar gegroeid naar 1.8 biljoen dollar. Het tekort op de lopende rekening is opgelopen tot ruim 2 biljoen dollar of 6,5% van het BNP. Deze schulden staan los van de kredietschuld van de particuliere huishoudens die op  een “eenzame” hoogte van bijna 11 biljoen dollar ligt
 
‘Junk currency’
Normaal gesproken zou een muntsoort bezwangerd met zoveel schuld tot de status van ‘junk currency’ moeten worden afgewaardeerd, zoals dat ook in de jaren ’80 is gebeurd met de immense dollarschulden in de Latijns-Amerikaanse landen. Anders gezegd: de door het buitenland toegekende waarde van de dollar wordt niet langer geschraagd door de onderliggende zwakheden.
 
Geen uitweg
Indien de huidige renteverhogingen niet het gewenste resultaat mochten hebben staat de Federal Reserve voor de taak de inflatie verder in te dammen met nieuwe rente verhogingen om daarmee in de eerste plaats de vastgoedsector te treffen maar uiteraard ook de economische groei als geheel.
 
Het andere alternatief is de inflatie ongemoeid te laten en de waarde van de dollar verder te laten afkalven. Dat laatste lijkt in eerste instantie verreweg het aantrekkelijkste alternatief. Immers, inflatie tast ook het schuldkapitaal aan.  Maar dan ligt er een aanwakkerende inflatie op de loer! De vraag is dan gewettigd of de centrale banken nog langer geneigd zijn hun goud te blijven afstoten. Op dit moment lijkt de FED een ‘time out’ te krijgen.
 
Goud meer dan buffer alleen
Blijft er alle reden om goud als enige buffer tegen verdere koopkracht verwatering in de beleggingsportefeuille te omarmen. Vreemd genoeg blijkt dit perspectief  bij de particuliere belegger met name in Nederland nog onvoldoende wortel geschoten te hebben. Dit komt misschien omdat men goud saai of ouderwets vindt dan wel dat men toch te veel vertrouwen in de euro houdt.
 
Men kan op verschillende manieren in goud beleggen (zie eerdere columns). Echter door in specifieke goudmijnaandelen zgn. juniors te beleggen krijgt het goud voor de belegger verreweg de meeste glans! De huidige ‘goudbaisse’, die wellicht nog iets verder uitdiept, vormt als zodanig een gunstige instapmogelijkheid voor de langere termijn.
 
Robert Broncel
22 september 2006
 
Research Team
www.score-investments.nl