GOUDPRIJS WEER STERK IN OPMARS
(10 juli 2006)


De berichtgeving op 3 juli j.l. afkomstig van de Comptroller General of the United States Government Accountability Office (GAO), zeg maar de Directeur-Generaal van de Amerikaanse Algemene Rekenkamer, sluit naadloos aan op Robert Broncel’s column van dezelfde datum.
 
Het is nog niet eerder voorgekomen, dat de GAO zo fel uithaalde naar de financiële feilen van de Amerikaanse overheid. Waar gaat het om? De volledig uit de hand lopende overheidstekorten in samenhang met de projecties en conclusies van de Congressional Budget Office (CBO)
 
De scenario’s van beide bovengenoemde instituten voorspellen weinig goeds! Op basis van de uitgavenverplichtingen (defensie, vergrijzing, pensioenen, ziektekostenstijgingen, sociale verzekeringen) ontstaat volgens deze instituten een onomkeerbare trend waarbij de schuld harder gaat groeien dan de groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP) kan bijbenen. Dit proces wordt versneld naarmate de schuld oploopt juist als gevolg van de hogere rente verplichtingen op de groeiende staatsschuld. Een soort “perpetuum mobilae” in een steeds hogere versnelling. Op termijn overstijgt de schuldenlast het BBP. Daarmee zouden de V.S. het einde van de “Dollar Standaard” inluiden met desastreuze repercussies!
 
Maar zult u zeggen een land kan toch niet failliet gaan? Dat is in principe juist omdat de staat eindeloos geld kan blijven bijdrukken. De drukpers is immers geduldig, maar daarmee komt de koopkracht zwaar onder druk te staan. Bijdrukken is uitsluitend gerechtvaardigd zolang er dekking bestaat bij voldoende reserves zoals goud (Gouden Standaard). Dat is sinds 1971 met het opgeven van de Bretton Woods Agreement niet langer het geval en dreigt er zonder reserves een uit de fles geschoten schuld en een niet te stoppen inflatie te ontstaan (vgl. Duitsland na WO I). Daar de dollar nog steeds als de wereld reserve valuta geldt, heeft dat ook gevolg voor alle aan de dollar gekoppelde muntsoorten c.q. gerelateerde economieën.
 
Landen met grote dollarreserves (China, Japan, Taiwan, Zuid-Korea, Singapore en de olielanden) onderkennen ondertussen dit gevaar en kopen al enige tijd ‘low key’ (zonder hiervan gewag te maken) goud in naast andere grondstoffen w.o. koper en uranium.
 
Op grond hiervan kunnen beleggers niet anders doen dan wat de landen met grote dollar reserves reeds doen. Hoe eerder instappen hoe beter. De goudprijs is intussen al weer opgelopen van het laagtepunt van $560 in mei naar bijna $635 thans, een stijging van 13% in minder dan 2 maanden; in Europa sloot het goud op 7 juli op 15675 euro per kilogram na te zijn terug gevallen naar 13.910 euro. Vertaald betekent dat in beide gevallen een daling van het vertrouwen in papiergeld van rond de 13%. De vlucht naar goud en andere grondstoffen zal alleen maar toenemen. De olieprijs zit intussen al weer aan de top.
 
Reeds op 12 juni 2001 (3 maanden vóór 11 september) schreven we, dat het moment naderde om weer aan goud te gaan denken. De goudprijs lag toen nog onder de 270 dollar per ounce of minder dan 20 dollar boven het dieptepunt van 252 dollar (voor een dollar moest toen nog ca. 1.17 euro worden betaald tegen 79 cent nu). In euro’s deed het goud in die tijd ca. 9850 per kilo.
 
Dit dieptepunt was enerzijds volledig toe te schrijven aan de lage inflatie van destijds en anderzijds het gevolg van de goudverkopen door diverse centrale banken w.o. de Nederlandse Bank (met dank aan Duisenberg, die veel goud voor minder dan 10.000 euro per kg verkocht) alsmede het Internationale Monetaire Fonds. Ondanks deze verkopen in de tussenliggende 5 jaar is de goudprijs in dollars met 150% gestegen en in euro’s vooralsnog “slechts” met niet meer dan 50% (heeft te maken met de wisselkoersverhouding). Hieruit valt een integrale conclusie te trekken als voorbode voor een veel ernstiger ontwikkeling, die misschien alleen nog te keren valt als er in de V.S. diepgaand zou worden bezuinigd. Dat hebben ze daar  afgezien van defensie echter nog nooit serieus gedaan. Dat hoeft ook niet ook niet omdat het buitenland tot nog toe alle tekorten inclusief de handelstekorten financiert.
 
Het behoeft het geen betoog dat het goud verder in waarde zal toenemen en stellig het vorige hoogtepunt van ca. 850 dollar van januari 1980 zal doorbreken.


HOE IN GOUD BELEGGEN?
 


 
in baargoud of in munten, die in een safe moeten worden gelegd en winst bij stijging van de goudprijs opleveren
middels een goudrekening, die safekosten bespaart

 
in aandelen met voordelen als het hefboomeffect bij een oplopende goudprijs en eventuele dividenduitkeringen; bovendien makkelijk verhandelbaar

 
in opties en turbo’s met het nadeel van tussentijdse schokbewegingen, die ook nadelig kunnen uitpakken.
 

Onze aanbevelingen beperkten zich tot de belangrijkste aandelen voor de langere termijn en voor een kleiner deel in speculatiever kleinere fondsen (Glamis, Bema en Wheaton). Zo brachten we in april 2002 uit:
 

Barricks Gold op een koers van 18 dollar; thans 30 dollar +  66%
Newmont Mining op een koers van 28 dollar; thans 54 dollar* +  93%

Placer Dome op een koers 12 dollar, overgenomen door Barricks

 

Homestake Mining op een koers van 14 dollar, overgenomen door Barricks

 
Glamis Gold op een koers van 5.70 dollar; thans 37 dollar* + 550%


en in december 2003:
 

 
Gold Corp. op een koers van 11 dollar, thans 31 dollar *    + 182%
Bema Gold op een koers van 2,10 dollar; thans 5,25* + 150%

Wheaton River op een koers van 2,25 dollar, overgenomen door Gold Corp.**

 

 *
 

Voor zover deze fondsen zich in uw portefeuille bevinden, kunt u deze rustig aanhouden.

 **
 

Omdat de animo voor edelmetaal niet zo groot was en ook omdat we onze expertise destijds onvoldoende achtten, waren we er tot nader order mee gestopt.

 

Opvallend is dat de stijging van de goudprijs nog lang niet voldoende is verdisconteerd in de koersen van de mijnfondsen! Dit heeft te maken met de gestegen exploratiekosten, maar hier tegenover staat ook een wereldwijd afnemende goudproductie waardoor grosso modo meer vraag ontstaat.
 
In 2002 zeiden we reeds dat de goudprijs op basis van de inflatiegroei sinds 1980 minstens op 525 dollar per ounce zou moeten liggen. Daarbij komt nu dat de Amerikaanse staatsschuld sterk aan het groeien is en de goudvraag mede als gevolg van de toenemende monetaire onzekerheid stijgt. In augustus 2005, toen de goudprijs nog rond het niveau van 430 dollar vigeerde, werd het niveau door ons verder opwaarts bijgesteld richting 750/850 dollar. Dat niveau werd in mei j.l. - veel te snel(!) – bijna bereikt.
 
De internationale monetaire ontwikkelingen, die aan elke belegging ten grondslag liggen, vormden voor ons Research Team voldoende aanleiding om middels uitgebreid vooronderzoek te kunnen beschikken over uitnemende expertise op edelmetaalgebied.
 
Research Team
10 juli 2006
www.score-investments.nl