NIET ALLEEN OLIEMARKT NERVEUS (II)
(31 mei 2006)
 

De ‘timing’ van de vorige column van 12 mei j.l. had niet beter kunnen zijn, echter de gevolgen van de daarna optredende mini-crash waren duidelijk minder voorzien. Dat de aandelenmarkt in eerste instantie de bibbers kreeg van een mogelijk verder oplopend inflatie- en rentescenario ligt voor de hand. Minder voor de hand lag, dat ook de energie- en edelmetaalaandelen flink onderuit zouden gaan, terwijl de onderliggende commoditymarkten redelijk op niveau bleven liggen. Een en ander valt niet anders uit te leggen dan dat het sentiment hierin een belangrijke rol speelde, te meer daar de ‘fundamentals’ onverkort onveranderd zijn gebleven.
 
Rente
De verwachtingen met betrekking tot het verloop van de wereldeconomie blijven uitermate positief. Ook bij een hogere inflatie en rente loopt de groei er niet zo maar uit, hetgeen veel beleggers nog steeds denken. Hierbij dient men wél te blijven letten op de economische factoren. Zolang de groeicijfers gesteund door hogere productiviteitscijfers de inflatie blijven overstemmen is er minder druk op de renteketel. Hierop duidde FED president Bernanke deze week in een brief aan Representative James Saxton in New Jersey in antwoord op vragen over zijn recente uitleg (testimony) aan de Joint Economic Committee. Bernanke kwam hierin tot de slotsom dat veel indices w.o. de Producenten Prijs Index (PPI) en de Consumenten Prijs Index (CPI) de motivatie voor een sterkere inflatie hadden overtrokken.
 
Daarbij speelt o.a. dat de prijzen op de Amerikaanse vastgoedmarkt zich stabiliseren tot licht dalen. De Amerikaanse consument is bijgevolg minder geneigd te kopen c.q. kan niet meer geld uit zijn huis in consumptie omzetten. Verder blijkt de banengroei in Amerika nauwelijks te stijgen evenmin als het persoonlijk inkomen. Terwijl de prijs aan de pomp op het ongekend hoge niveau blijft van 3 dollar per gallon. Overigens nog slechts de helft van wat we hier te lande betalen. Al met al voldoende plausibel om de rente op 29 juni a.s., wanneer de FED weer bijeenkomt, niet nog verder op te hogen.
 
Fundamentals
Sprak men na de Tweede Wereldoorlog van het Duitse ‘Wirtschaftswunder’ en ‘Made in Germany’ en daarna ‘Made in Japan’, thans is het nadrukkelijk ‘Made in China’ dat de klok slaat. Een dergelijke ontwikkeling op een aanzienlijk grotere schaal is niet zomaar even te stoppen. En laten we in dit bestek ook India niet vergeten met nu al de grootste staalindustrie in de wereld en verder landen als Thailand, Maleisië, Vietnam en Indonesië die eveneens duidelijk aan het opkomen zijn. Je praat dan al haast over de helft van de wereldbevolking. Zelfs toen de Chinese regering trachtte de groei met een renteverhoging van 0,27% enigszins in bedwang te houden, bleek het jongste Bruto Binnenlands Product (BBP) met 10,2% te zijn gestegen – het hoogste ooit!
 
Volgens het Chinese CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) werd er in de eerste 4 maanden van dit jaar voor bijna 30% meer geïnvesteerd dan in dezelfde periode in 2005. Voor degenen die de ontwikkelingen in China de laatste 10 jaar van nabij hebben gevolgd, zijn de vorderingen welhaast onnavolgbaar. China is nu al de grootste koper- en cementverbruiker in de wereld! Er staan 15.000 verkeersaders op de planborden om het “achterland” te ontsluiten om beter te kunnen betrekken bij de verdere economische uitbouw.
 
In India waar de ontwikkelingen in China nauwlettend worden gevolgd denkt men nu eveneens in deze richting. Dit zou op termijn betekenen, dat de groei ook naar de achtergebleven regio’s kan worden “geëxporteerd”. Dat is precies de opzet, zodat de grote steden langs de kust niet verder met mensen en auto’s dichtslibben en tegelijkertijd sociale onrust kan worden beteugeld.
 
Zelfs al zou de groei op het beoogde cijfer van 8% in plaats van ruim 10% komen te liggen dan nog vraagt deze ontwikkeling natuurlijk verschrikkelijk veel van de aardse hulpbronnen voorzover nog voorradig. Want vergeet evenmin dat het Chinese groeicijfer weliswaar procentueel consistent hoog is maar in absolute termen groeit de economie natuurlijk jaar op jaar steeds harder! Vandaar dat het vizier onveranderd op hogere ‘commodity’ prijzen staat. Het mooiste zou natuurlijk zijn, indien deze stijgingen zich geleidelijk zouden voltrekken. Dat is maar zeer de vraag en waarschijnlijk ijdele hoop.
 
Een paar voorbeelden
China is nu de tweede grootste olieverbruiker na de V.S. De olie-import ging in het eerste kwartaal van dit jaar met 25% omhoog. Goed, deels om de buffer te verhogen en ook deels door de hogere olieprijs. Maar vergeet niet dat er in het eerste kwartaal bijna 1,75 miljoen auto’s werden verkocht, een stijging van 37% vergeleken met een jaar geleden. En die rijden nog niet op waterstof.
 
China’s energiehonger kan uiteraard niet alleen met fossiele brandstoffen worden gestild. Alles wordt uit de kast getrokken om in de energiebehoefte te kunnen voorzien. Daarbij wordt ook steeds meer gelet op milieu-aspecten. Zonne-energie zal versneld worden toegepast en kent bovendien een aanzienlijk constantere prijs. Maar ook kernenergie wordt niet geschuwd, in tegendeel. Enige tientallen nieuwe centrales zullen worden gebouwd, met 2 zeer grote (één miljoen kilowatt) reeds in de loop van dit jaar in werking. Australië als grootste uraniumproducent heeft zich reeds ‘gecommit’ om blijvend in China’s uraniumbehoefte te voorzien. Dat betekent, dat het grootste gedeelte van de productie straks naar China gaat.
 
Ook India met weinig oliebronnen kent intussen een ambitieus kernprogramma. Dit voorjaar heeft president Bush een accoord gesloten om goeddeels in India’s uraniumbehoefte te voorzien om te voorkomen dat dit land in de armen van Iran zou worden gedreven zoals dat nu met China aan de hand is. Rusland heeft eveneens te kennen gegeven om in een periode van 20 jaar 40 nieuwe kerncentrales te gaan bouwen, deels ter vervanging van oude. Voeg daarbij de Amerikaanse plannen om ook 20 nieuwe centrales te bouwen dan is duidelijk dat de uraniumvraag verder omhoog moet gaan. Tot dusver gaat het om een bestand van 442 centrales, waaraan er volgens huidige gegevens de komende 20 jaar nog eens 130 zullen worden toegevoegd. In kringen van de uraniummarkt meent men dan ook dat de echte prijsstijging voor deze grondstof nog moet beginnen.
 
De goudomzet in juwelen China steeg dit jaar met bijna 30%. Daarboven dringen Chinese economen er bij de regering op aan om de goudreserves van 600 ton naar 2500 ton op te krikken, omdat China met bijna één triljoen dollars het grootste reservoir aan buitenlandse reserves bezit en niet eeuwig en in deze omvang aan die vermaledijde dollar vast kan blijven zitten.
 
Meer beren
Over de geopolitieke spanningen hebben we het reeds gehad, maar daarmee zijn ze natuurlijk niet voorbij. Voorts dient zich in juni a.s. het volgende ‘hurricane’ seizoen aan. In een zeer recente projectie van Goldmann Sachs, één van de grootste zakenbanken in Amerika, wordt geduid op een olieprijs van 100 dollar als zich ook maar de minste of geringste disruptie in de levering voordoet. Er hoeft maar één hurricane in het olie- en gasrijke gebied in de Golf van Mexico vernietigend toe te slaan om de bronnen daar geheel en al onverzekerd te maken. Dan is er al geen sprake meer van een tijdelijke disruptie!
 
Tevens werd door dit huis bevestigd, dat het tijdperk van goedkope olie definitief voorbij is. Zelfs waar bestaande bronnen met geavanceerde technieken beter kunnen worden uitgebaat, gaat dit met hogere kosten gepaard. Alleen een blijvend hogere olieprijs maakt duurdere bronnen exploiteerbaar.
 
Op een forum van energiedeskundigen afgelopen weekend in Kuweit werd naar buiten gebracht dat alle tekenen wijzen op hogere olieprijzen daar de vraag groter is dan het aanbod. Kernachtig werd gezegd dat de oliemarkt nog maar aan het begin staat van een ‘multi-year super-spike period’, m.a.w. dat we voorzichtig gezegd een tijdperk van aanzienlijk verder stijgende prijzen tegemoet zullen gaan.
 
Samengevat: ook al stijgt de inflatie en stijgt de rente, daarmee neemt de grotere vraag naar energie en andere commodities niet af. Hoewel het koersverloop meestal niet goed valt in te schatten, is het des te belangrijker op de trend te blijven letten. Immers, deze geeft de juiste richting aan en niet de beurs.
 
Robert Broncel
31 mei 2006
www.score-investments.nl