HET HETE HANGIJZER

(21 november 2006)

 

Het invloedrijke Amerikaanse zakenblad FORTUNE stelde in het nummer van 13 november j.l. in een artikel met een grote kop de vraag “Zal de economie de neergang in de vastgoedmarkt” overleven? De meningen hierover zijn danig verdeeld. Vermoedelijk zal de veerkracht van de Amerikaanse economie het uiteindelijk wel winnen van het pessimisme. Maar het is zeer wel denkbaar dat eerst nog een dieper dal wordt opgezocht. Immers, de groei is dit jaar van 5,6% in het eerste kwartaal gekelderd naar 2,6% in het tweede kwartaal en naar 1,6% in het derde kwartaal. Vooral de cijfers in de vastgoedsector baren zorg. De daling van de woningbouw met 17% op jaarbasis deed de wenkbrauwen flink optrekken. Gelukkig tendeert de inflatie tot verder dalen en dat zou de druk op de renteketel doen afnemen. De aandelenmarkt heeft hierop al een voorschot genomen.
 
Volgens FORTUNE is de belangrijkste beursindicator die van de Association of Home Builders (NAHB). Op basis van de ontwikkelingen in de jaren ’90 en begin deze eeuw blijkt er een nauwe correlatie te bestaan tussen deze index en die van de beurs. Zo gaf de NAHB index in 1994 een perfect signaal voor een opgaande beurs in 1994. We hebben de archieven er even op nageslagen. Waar de Dow Jones vanaf 1990 – 1995 met “slechts” 35% was gestegen, ging deze vanaf 1995 – 2000 met ruim 200% omhoog. In 1999 daalde de NAHB index wederom fors, waarmee de beurscrash in 2000 werd ingeluid. Het vertrouwen in de bouw verbeterde weer in 2002 en inderdaad begon de beurs mede als gevolg van de inzakkende rente aan een opmars vanaf 2003 tot nu toe met bijna 50% thans.
 
Negatief
Tot dus ver in 2006 is deze vastgoed index echter met maar liefst 54% gedaald. Als het voorgaande wordt bewaarheid dan moet de beurs aanstonds fors inleveren! De Amerikaanse consument moet nog wennen aan het feit dat hij geen koopkracht meer uit de gestegen marktwaarde van z’n huis kan halen. Vorig jaar was dat nog meer dan 450 miljard dollar. Hij moet nu zelfs rekening houden met een hogere rentebetaling voor zover hij geen vaste of een kortlopende renteafspraak met z’n bank had gemaakt. De derde kwartaalcijfers van het Amerikaanse bedrijfsleven leverden een wisselend beeld op. Sommige bedrijven (IBM + 54%, Google + 92%) doen het beter, andere juist slechter.
 
Positief
Anderzijds is de vermogenssituatie van het Amerikaanse bedrijfsleven met een slordige 600 miljard dollar in cash aanzienlijk beter te noemen dan 5 jaar geleden. De gedaalde olieprijs is alom een welkom geschenk als gevolg waarvan de koopkracht weer wat kan opveren. Als de olieprijs rond dit niveau blijft vigeren dan zal dat zeker invloed op het inflatiecijfer hebben. Met dit beeld zou de rente dan weer op termijn kunnen dalen. Maar zover is het nog niet. Laten we eerst de komende weken kijken naar de bestedingsdrang op de kerstmarkt.
 
Speculatie
Er wordt wereldwijd druk op het nieuwe jaar gespeculeerd. Indien de rente inderdaad weer tendeert tot dalen zal dat o.m. gevolgen hebben voor de dollar. Daarop wordt al voorzichtig door de FED gespeculeerd. Immers, een lagere dollar is goed voor de export en goed voor de bedrijfswinsten, dus ook goed voor de Amerikaanse aandelenmarkt en bijgevolg niet voor de Europese aandelen. Deze situatie kennen we uit het recente verleden. Waar de Dow Jones thans op een ‘all time high’ staat van meer dan 12.000 punten, ligt de AEX nog bijna 30% onder z’n hoogtepunt van 5 jaar geleden. Belangrijkste verklaring: De gewijzigde valutaverhouding tussen de dollar en de euro.
 
Anderzijds brengt een lagere dollar het inflatierisico weer in stelling, want de import wordt dan duurder. In dat kader zouden de Amerikanen maar beter goede maatjes kunnen zijn met de Chinezen. Zolang de Chinezen met India goedkoop kunnen blijven produceren zal dat z’n uitwerking hebben op het inflatiecijfer in de wereld, terwijl de Chinezen anderzijds de Amerikaanse schuld zullen/kunnen blijven financieren ook al dreigen ze dit een beetje rustiger aan te doen. De Amerikanen zullen dan iets minder van China moeten kopen.
 
De grondstoffenmarkt
De snelle prijsstijging van de grondstoffen kreeg te veel invloed op de inflatie. Vandaar dat er in mei j.l. in een gezamenlijke poging van alle grote Centrale Banken hard aan de noodrem werd getrokken. Was de grondstoffenmarkt tot 2003 nog grotendeels slapend, daarna kwam de kentering. De twee belangrijkste graadmeters: de olieprijs was intussen vanaf 2003 tot mei met maar liefst 130% opgelopen en de goudprijs steeg in die periode met ruim 85%. Sinds die tijd hebben de meeste grondstoffenprijzen een forse daling laten zien in de verwachting dat de economie als gevolg van die monetaire verkrapping aan groei zou moeten inleveren.
 
De prijsstijging op de grondstoffenmarkt vloeide voort uit een lange periode van achter gebleven prijzen, te weinig investeringen in nieuwe exploraties en achterstallig onderhoud. Dit moest wel tot een inhaalslag leiden gestuwd door de krachtige marktvraag vanuit Azië.
 
Doelstelling van China is om economisch op gelijkwaardig niveau van Amerika te komen. Het neemt daartoe een voorbeeld aan Japan, dat in 35 jaar uitgroeide naar de tweede economie ter wereld. India heeft aangekondigd de groeidoelstelling naar het Chinese niveau van ca. 10% op te voeren. Beide landen hebben nog minstens 20 jaar te gaan om zich tot het Westerse niveau te verheffen. De vraag is dan gewettigd in hoeverre de eindige grondstoffen voorraad deze groei nog kan blijven bijbenen. Eén ding staat vast: naarmate de vraag toeneemt stijgen de prijzen. We hebben het hier over de lange termijn trend.
 
Wereldgroei
Het Internationale Monetaire Fonds duidt hierop reeds met een verwacht gemiddeld wereldgroeicijfer van 5%. Als de groei in de V.S. ook weer in de lift komt dan zal dat eveneens van invloed zijn op de ontwikkelingen in de grondstoffenmarkt.  
 
Wereldecoconomie
De economieën in de wereld zijn intussen zodanig met elkaar verweven geraakt dat hiervan een duidelijk neutraliserende maar tegelijk ook een versterkende werking uitgaat. Dat blijkt wel uit de constatering van het IMF. De dalende groei in de V.S. wordt voor een belangrijk deel opgevangen door de zeer sterke groei in Azië. Even opmerkelijk is dat Europa nog steeds sterk afhankelijk is van de V.S. en op deze wijze te veel het hoofd moet laten hangen naar de ontwikkelingen in dat land en nog onvoldoende weet te profiteren van de ontwikkelingen in Azië. Alleen met gematigde lonen of sterke productiviteitsgroei en het bieden van toegevoegde waarde (innovatie!) kan Europa hiermee voordeel opdoen.
 
Beleggersvraag
Nu beleggen of wachten en indien nu, waarin beleggen? Gezien de doorgaans aantrekkende markt in de laatste maanden van het jaar lijkt het aantrekkelijk om nu weer in te stappen. Gelet op de ontwikkelingen op de Amerikaanse vastgoedmarkt lijkt dat niet zo verstandig. Wat heb je aan winst nastreven als je die daarna weer moet inleveren. Zo zijn er ook al een aantal grote beleggers die het dit jaar voor gezien houden. Twee zaken zijn in dit kader van belang. In de eerste plaats het uitbodemen van de groeiverzwakking in Amerika en in de tweede plaats de inzet van de verwachte rentedaling nu de inflatie eveneens afzwakt.
 
De afgelopen maanden zijn de meeste beleggers in kwaliteitsaandelen “gevlucht’. Inderdaad een vlucht, omdat de grootste groeikansen onverminderd in de grondstoffen-sector aanwezig zullen blijven. Juist omdat er het afgelopen halfjaar veel kapitaal uit de grondstoffensector is verdwenen maakt deze sector dubbel interessant.
 
Robert Broncel
21 november 2006
www.score-investments.nl