NERVEUZE OLIEMARKT
(24 april 2006)

 
De olieprijs kruipt steeds verder omhoog naar nieuwe ‘all time highs’. Niet alleen door de toenemende vraag maar vooral over de vraag inzake het toekomstige aanbod. Er bestaan tegenstrijdige meningen over de toekomstige oliereserves. De meeste neigen naar meer minder dan minder meer*). Voorts blijft Nigeria als zesde grootste olieproducent nog een ongewisse factor gezien de problemen in het zuiden. Doch op de eerste plaats komt Iran, dat nu nadrukkelijker op de kaart staat dan ten tijde van koning Darius een paar duizend jaar geleden. De nieuwe Iraanse president Ahmadinejad meent deze uitstraling een nieuw gezicht te moeten geven.
 
Missie Iraanse president
Deze president heeft een missie te vervullen. In de eerste plaats wenst hij Amerika als ‘power of evil’ uit z’n voor- en achtertuin (Irak en Afghanistan) te verdrijven. Het oliewapen kan hij  pas ten volle uitbuiten op het moment dat het land over voldoende kernenergie beschikt. De westerse wereld vreest in het verlengde hiervan de aanmaak van kernbommen. Dat hij die wil hebben, volgt uit het onderstaande. Als ondertekenaar van het non-proliferatieverdrag heeft het land echter wel degelijk het recht om van kernenergie gebruik te maken. Nu de V.S. met India als niet-ondertekenaar van dit verdrag juist wel nucleaire afspraken heeft gemaakt, komt bij Iran uiteraard als nogal hypocriet over. De bedoeling van dit verdrag was om India zo veel mogelijk uit de Iraanse oliezeilen te houden. De hamvraag is evenwel, is Iran op het terrein van kernenergie al niet veel verder dan het thans aangeeft?
 
Wat maakt de oliemarkt zo nerveus?
Vervolgens claimt de Iraanse president, gesteund door Osama bin Laden, een leidende rol binnen de Islamitische wereld, waarbinnen zich de grootste olie-en gasrijkdommen bevinden. Om deze rol ten volle te kunnen uitspelen, dient hij de beschikking over voldoende kernenergie te hebben. Hij heeft ook gezien, dat Noord-Korea met een kernbom niet werd aangevallen terwijl Saddam Hussein zonder bom het loodje moest leggen. Dus die kernbom zal er heus wel komen als hij er al niet is. Immers, alle technologie op dit gebied is zo goed als zeker reeds aangeleverd door “onze oude bekende” meneer Khan uit Pakistan en verder door Noord-Korea. Alleen daarmee kan het echte oliespel worden gespeeld. Hij kan het de wereld dan knap lastig maken door bijvoorbeeld de Straat van Hormuz af te sluiten of door daarmee “slechts” te dreigen.
 
De gehele olieafvoer (Irak met ruim 1 miljoen vaten, Kuweit met 2,5 miljoen vaten, de Emiraten eveneens met 2,5 miljoen vaten, Saudi-Arabië met een een flink deel van de 10,8 miljoen vaten en Iran zelf met 4 miljoen vaten = totaal minstens 15 miljoen vaten of bijna 20% van de totale productie) valt dan stil, maar Iran zou dan verder kunnen met kernenergie. Dat is de grondreden waarom Iran zo stellig stelling neemt voor kernenergie.
 
Vrees voor verdere escalatie
Een eventuele afsluiting van de Straat van Hormuz kunnen de Amerikanen zich niet laten welgevallen. Een mogelijk (gecombineerde) aanval van de V.S. en Israël wordt dan reëel. Tot nog toe denken wij in Europa, dat het evenwel niet zo’n  vaart zal lopen. Hopelijk heeft Europa gelijk. Echter, de situatie dreigt uit de hand te lopen door de onwrikbare standpunten over en weer. Om deze reden zijn wij dieper gedoken in de kans van slagen van een militaire aanval, wetende dat Amerika zich door niemand het oliemes op de keel wenst te laten zetten.
 
Oorlogsdreiging
Naar het schijnt bereidt Israël zich intussen voor op een zgn. pre-emptive strike. Dat wil zeggen, dat op elk moment de Israëlische luchtmacht kan toeslaan. Dit alles op basis van geheime Mossad operaties vanuit Noord-Irak, die reeds talrijke potentiële doelwitten in Iran hebben opgeleverd. Tegelijkertijd werken Amerikaanse commando’s al 18 maanden vanuit Afghanistan via allerhand speciale missies op de grond met ultragevoelige stralings-detectoren om verdachte nucleaire locaties in Iran op te sporen. Soortgelijke acties werden ook uitgevoerd in Irak voorafgaande aan de invasie in 2003.
 
Complicatie is evenwel, dat Iran haar nucleaire installaties op diverse locaties heeft gebouwd, waarvan het merendeel diep onder de grond en de meest strategische zich zelfs onder dicht bevolkte centra bevinden. Als deze al kunnen worden vernietigd zal dat duizenden mensenlevens kosten. Een en ander geeft Iran de tijd en de mogelijkheid om terug te slaan. Daarbij beschikt het land over niet kinderachtige wapens. Zo is daar de Chinese “zijdeworm” raket, maar veel gevaarlijker nog is de zeer doeltreffende Russische SSN-22, die met meer dan twee keer de snelheid van het geluid vanaf een afstand van meer dan 100 mijl met grote precisie kan worden gelanceerd. In principe wordt hiermee de gehele Persische Golf “onder schot gehouden”. Deze raketten kunnen alleen vanaf de Indische Oceaan door AWACS toestellen worden waargenomen.
 
Vuile bommen
Voorts wordt verondersteld, dat ‘if worse comes to worse’ Iran z’n oliebronnen zou willen beschermen met zgn. vuile bommen, zodat deze bij een aanval voor enige tientallen jaren onbruikbaar zullen zijn. Dit zelfde heeft Saudi-Arabië gedaan na de Golf Oorlog, zij het om een andere reden. Het heersende koningshuis hoopt deze truc te kunnen uitspelen mocht het verjaagd worden. Het laat dan bijgevolg een waardeloos land achter zich, een fraaie “aflaatpremie”! Dit laatste zal nooit worden bevestigd maar zou op zich een goede reden kunnen zijn waarom dit koningshuis nog steeds in het zadel zit. Ook vreest het Witte Huis, dat Iran haar kernwapens en/of kennis doorgeeft aan bijv. terroristische groeperingen. Dit zou dan natuurlijk om een “disciplinaire” actie vragen.
 
Wijsheid gewenst
De V.S. voelen zich in een steeds benarder wordende situatie gemanoeuvreerd. Aan de ene kant kampt het land met de sterk gestegen energiebehoefte, terwijl anderzijds de reserves afnemen. Was Amerika in de jaren ’70 voor een derde afhankelijk van buitenlandse olie. Intussen loopt deze behoefte richting tweederde. Voorts is Azië met China en India voorop als de grootste groeimarkt langszij gekomen. Vooralsnog is er geen “modus vivendi” in zicht en wordt deze situatie steeds grimmiger.
 
Daar komt bij dat van de zijde van Rusland met haar Iraanse banden en China weinig te verwachten valt. Rusland vaart uiteraard maximaal wel bij een alsmaar stijgende olieprijs. China zal zich zeker niet voor de kar van het Witte Huis laten spannen nu het intussen voor tientallen miljarden deals met Iran heeft afgesloten. India heeft zich intussen middels de recente grote uranium deal met de V.S. wel laten paaien. Europa daarentegen zit niet echt op het vinkentouw om de V.S. bij te vallen in een periode, waarin de economische groei nog zeer fragiel is en inflatie en rente juist als gevolg van die vermaledijde hoge olieprijs aan het stijgen zijn.
 
Wat betekent dit voor beleggers?
 
Handelaren dienen steeds meer rekening te houden met een mogelijke confrontatie. Zij kopen olie en gas in voor de toekomst en hopen altijd de laagste prijs te hebben betaald. Door dit alles wordt de olieprijs steeds verder omhoog gedrukt, waarbij bij velen de vrees bestaat dat het einde nog lang niet in zicht is.
 
Om deze reden mag de sector energie in geen enkele beleggingsportefeuille ontbreken. Dat geldt voor alle vormen van energie – fossiel en duurzaam. Fossiel vanwege de grote economisch/strategische belangen en duurzaam vanwege de milieubelangen.
 
Wat dit eerste betreft zijn we sterk geneigd naar voornamelijk Amerikaanse en Canadese fondsen te kijken, omdat deze ver buiten de geopolitieke spanningsvelden liggen en als gevolg van deze spanningen niettemin profiteren van de hoge marktprijs. Daar hoort ook uranium bij. Immers, de rol van uranium zal in snel tempo stijgen daar het niet bijdraagt aan de ‘global warming up’ en anderzijds op dit gebied veel meer veiligheidsgaranties kunnen worden afgegeven. Op termijn mag bovendien een oplossing worden verwacht voor het nucleaire afval dat op zich natuurlijk lang niet zo bedreigend voor het milieu is dan de CO2-uitstoot.
 
Op korte termijn worden door Invision Investments enkele strategisch buitengewoon interessante fondsen aan de energieportefeuille toegevoegd. In 2 gevallen betreft het potentiële overnamekandidaten met sterke winstvooruitzichten daar beide juist kunnen bogen op stijgende productiecijfers en stijgende reserves.
 
*) Een ander fonds heeft een revolutionaire vinding gedaan m.b.t. de restexploitatie (het gaat dan al gauw om een slordige 25%) van bestaande bronnen, die met de huidige stand der techniek niet verder kunnen worden leeggehaald. Deze vinding zou op termijn aanzienlijk bij kunnen dragen tot een marktverbetering in Amerika.
 
Naarmate de oliemarkt verder verkrapt en grote oliemaatschappijen hun reserve ratio zien teruglopen – er wordt minder gevonden dan er wordt verkocht – zullen deze ongeacht de hoge olieprijs geen andere keus meer hebben dan andere producenten met wel stijgende productie-cijfers en dito reserves van de markt te plukken. Dit kan zelfs tot een ‘frenzy’ leiden, waarbij de ene maatschappij de andere overbiedt.
 
Paul van der Veer
24 april 2006
www.score-investments.nl