Venster op de V.S.
(16 februari 2006)

 
Gelet op de koersontwikkeling sinds de beurscrash van 2000 is er de afgelopen jaren maar weinig gebeurd. De Dow Jones staat op hetzelfde niveau als 6 jaar geleden. De Nasdaq heeft zich nog slechts ten dele kunnen herstellen, maar deze was ook veel te ver doorgeschoten.  Anderzijds groeit  Amerika’s immense schuld, zowel van staatswege als ook particulier. Immers, gespaard wordt er nagenoeg niet, terwijl de schulden zich steeds verder astronomisch opbouwen. Zelfs de dollar lijdt er niet meer onder. Een en ander druist in tegen alle economische wetmatigheid. Economen w.o. voormalig FED voorzitter Alan Greenspan alsmede Amerika’s meest succesvolle belegger Warren Buffett spreken van een ‘conondrum’ of raadsel.
 
Er is in deze column al eerder gewezen op de bijzondere bijna absurde financiële relatie tussen de V.S. en Azië, met name China. Dit land wil zich in een razend snel tempo ontwikkelen tot een moderne industriële staat. Daar de binnenlandse vraag hiertoe nog geen partij is – bijna 80% van de bevolking moet nog op een houtje bijten – is het land afhankelijk van de export. Waar gaan de meeste Chinese goederen naar toe? Juist naar de V.S. Het handelstekort kent intussen een ongekend hoog niveau, oplopend van een slordige 10 miljard dollar per maand in 1989 (opstand Tiennamin Square en val van het Sovjet-communisme) naar een dikke 60 miljard dollar per maand nu. Vorig jaar bedroeg dit tekort alleen al ruim 725 miljard dollar.
 
Intussen ligt de staatsschuld al dik boven de 8 triljoen of 8.000 miljard of 8 met 12 nullen dollar schuld. Dat is bijna 70% van het bruto nationaal product. Daar Irak en Afghanistan beide zwaar op de begroting drukken en Bush vooralsnog(!) voldoende steun heeft om het terrorisme te bestrijden, gaan er bij de Republikeinen in het Congres stemmen op om het schuldplafond maar weer op te hogen. De president kan wel ‘short’ financieren (meer uitgeven dan er binnenkomt) maar hij heeft toestemming nodig van het Congres als het plafond van de staatsschuld wordt bereikt. Die grens is nu weer bereikt! Tot hoe lang zal deze kruik nog te water gaan?
 
Revaluatie Chinese munt optie?

Vanuit deze optiek wordt er op China steeds meer druk uitgeoefend om de munt te revalueren. Dat is vorig jaar zomer al met 2,1% gebeurd. Maar wat betekent dat effectief voor dat land? Wel, uitgaande van de huidige opgepotte dollarreserve van meer dan 800 miljard betekent dat effectief een verlies van 16,8 miljard dollar. Elk procent additionele revaluatie kost China dus ruim 8 miljard dollar op basis van de huidige reserve. Onlangs heeft het Amerikaanse ministerie van Financiën weer 48 miljard aan schuldpapier in de markt gezet in de wetenschap, dat China buiten de rest van Azië (Japan, Taiwan, Zd-Korea, Singapore) hierin ruimschoots zal participeren.
 
Nu komt de ‘crux’van het verhaal. Als de V.S. nieuw schuldpapier uitbrengen in de hoogte van 48 miljard dollar (ca. 0,6% van de staatsschuld), waarvan China bijvoorbeeld de helft of 0,3% opneemt, dan koopt het land puur gebakken lucht indien het de munt met hetzelfde percentage zou revalueren. Alleen de rente-ontvangsten blijven doorlopen, die dan als een compensatie voor het valutaverlies dienen.
 
Voor China geldt de economische ontwikkeling als hoogste prioriteit. Zolang dit land haar export voor een groot deel kwijt kan aan de V.S. en er financieel niet op hoeft toe te leggen, is men bereid om dollars op te nemen. Deze komen binnen via de exportopbrengsten. Zolang dit proces niet wordt verstoord, zal deze kruik te water blijven. Dit begint nu meer en meer de overtuiging te worden.
 
Oude wijn in nieuwe kannen

Nu komt men in de Amerikaanse financiële pers weer oude namen tegen van analisten als Acampora, Abby Cohen en Tobias Levkovich. Acampora was de aartsoptimist, die in 2000 een Dow-stand voorspelde van 33.000 punten. Maar ook Cohen en Levkovich zagen in dat jaar de beurs nog stevig doorstijgen. Intussen weten we beter. Opvallend is dat de meningen thans uiteenlopen van minus 20% tot plus 10%. Volgens een nieuwe wetgeving mogen analisten thans niet meer “voor eigen parochie prediken”. De “min”uitspraken zijn in de meerderheid. Dat heeft te maken met de huidige presidentsperiode, n.l. het tweede en doorgaans beurstechnisch gezien het zwakste jaar. Dat blijkt uit het verleden met de meest recente opvallende uitschieters in 1987 (volgend op het uitblijven van een terugslag in 1986) en in 2002 als na-ijleffect van 11 september 2001. Vandaar de nogal uiteenlopende meningen. De “min”-profeten achten een correctie een gezonde ontwikkeling voor een nieuwe instapmogelijkheid.
 
De min-verwachting is vooral gestoeld op de afname van de populariteit van de president, de afname van het consumentenvertrouwen en de afkoeling van de economie. Van de eerste is nadrukkelijk sprake, culminerend met Irak en de kosten die dat met zich meebrengt. Het consumentenvertrouwen blijft nog redelijk op koers op basis van afnemende werkloosheid (nu laagste in 4 jaar) en een licht aantrekkende loonontwikkeling. De economie was in het vierde kwartaal inderdaad teruggezakt naar een BNP van 1,1% tegen 4,1% groei in het derde kwartaal. Echter deze groeivertraging stond niet los van het orkaangeweld in de Mexicaanse Golf alsmede de inherent sterke stijging van de olieprijs.
 
Cruciaal

Voor de beurs blijft echter de ontwikkeling op vastgoedgebied in nauwe relatie met de renteontwikkeling cruciaal. Door na 11 september ’01 de rente naar een welhaast ongekend laag niveau terug te schroeven kon de huizenmarkt hiervan sterk profiteren. Dat effect is nu uitgewerkt, de prijzen stijgen nauwelijks meer, terwijl hier en daar al sprake is van een lichte daling. De meeste huiseigenaren hebben hun overwaarde intussen opgesoupeerd. De economie zal dus het stokje moeten overnemen. Naarmate dit moeizamer gaat, zal er bij de Chinezen des te sterker op worden aangedrongen hun valuta opwaarts bij te stellen.
 
Spagaat

De Amerikanen zitten natuurlijk in een buitengewoon lastig parket. Om de economie een nieuwe impuls te geven, dient de koopkracht opnieuw te stijgen.Nu niet meer via een lage rente of duurzame producten zoals auto’s, inrichting e.d. tegen een 0-tarief te financieren maar door meer werkgelegenheid en hogere lonen. Maar wakkert dat nu juist niet de inflatie aan? Een andere manier is om de export verder te bevorderen, maar dan moet de dollar omlaag tenzij er sprake is van voldoende toegevoegde waarde in het product.
 
Aangezien de dollar een buitengewoon rentegevoelige valuta is, zou de rente juist omlaag moeten om de concurrentiekracht met het buitenland te kunnen vergroten. Zoals hierboven aangegeven is renteverlaging thans geen optie.
 
Trends onderkennen

Voor de beleggers wereldwijd lijkt het een beetje op tasten in het duister. Daarbij is het echter vooral van belang trends te onderkennen, die in weerwil van welke ontwikkeling ook onomkeerbaar zijn, zoals:

 

1)
 

de verzande (te weinig flexibele en mobiele) economie in Europa (vereist forse ingrepen)

2)
 

de stijging van de energieprijs, zoals o.m. uiteengezet in de column “Het echte goud is zwart”

3) de opkomst van alternatieve energieproductie en voorziening
4)

innoverende technologieën zoals bijvoorbeeld “Nano”

5) de ontstuitbare economische ontwikkelingen in het Verre Oosten
6) de “hang” naar het edelmetaal naarmate de tijden onzekerder worden.
 

Enerzijds hebben beleggers nu eenmaal angst voor ongewisse ontwikkelingen; anderzijds valt er aan het ongewisse ook veel te verdienen. Het is alleen zaak er tijdig bij te zijn en niet te wachten totdat de meesten reeds zijn ingestapt.
 
Robert Broncel
16 februari 2006
www.score-investments.nl