WAARSCHUWINGEN VAN IMF EN IEA

 
De recente groeiwaarschuwingen van het Internationale Monetaire Fonds en het Internationale Energie Agentschap hebben de grondstoffenmarkt- alsmede de tot die groep behorende edelmetalen niet onberoerd gelaten. De prijzen zijn de laatste dagen fors gedaald. In de financiële pers leest men commentaren van zakenbanken als Morgan Stanley en Goldman Sachs met een tegenstrijdige strekking. Beleggers gooien de handdoek in de ring en wachten verder af. Hoe nu verder?
 
In de eerste plaats dienen deze waarschuwingen serieus te worden genomen ongeacht de motivatie. Deze hebben betrekking op een afnemende economische groei in de V.S. Het zijn dan met name de basismetalen als ijzer, koper, zink, nikkel, bauxiet etc. alsmede brandstoffen (olie, gas, steenkolen) die te maken zouden kunnen krijgen met een afnemende vraag (want bijvoorbeeld minder huizenbouw). Maar ook de edelmetalen gingen onderuit. In een binnenkort speciaal uit te brengen rapport komen we op dit laatste onderdeel terug.
 
Vooruitziende blik
Opvallend in het betoog van het IMF was dat de dalende vraag zich vooral zou toespitsen in 2010. Even opvallend is dat beide instituten onafhankelijk(?) van elkaar hun toekomstvisie hebben gegeven. Het is slechts weinigen gegeven zolang vooruit te kunnen kijken. In dit geval is dat wel begrijpelijk, omdat deze waarschuwingen duidelijk zijn bedoeld om een mogelijke stagflatie te voorkomen. Immers, als de Amerikaanse economie begint af te koelen in samenhang met oplopende ‘commodity’ prijzen dan zou de inflatie ook nog wel eens kunnen stijgen. Met nieuwe rentestijgingen in het vooruitzicht zou de economie daardoor nog harder worden getroffen en dreigt er stagflatie (stagnerende economie in combinatie met inflatiedruk). Dat is de boodschap van beide instituten.
 
Wat de basisgrondstoffen betreft hebben beide instituten zeer bewust de langere termijn op de korrel genomen. Als gevolg van de lage prijzen in de jaren ’80 en ’90 is op het gebied van winning en exploitatie veel te weinig geïnvesteerd.
 
Door de opkomst van landen als China en India begon de vraag in het begin van deze eeuw steeds verder op te lopen. Door de beursval in 2000/1 en de gebeurtenissen op 9 september 2001 bestond er nog steeds weinig animo om te gaan denken aan uitbreiding van de toenmalige reserveportefeuilles. Thans gebeurt dat in dermate sterke mate, dat er grote spanningen optreden bij het verkrijgen van materieel (tot en met trucks en truckbanden) alsmede gekwalificeerd personeel (ingenieurs en geologen).
 
China en India
Zal een en ander China en India afhouden van verdere ontwikkeling? Dat lijkt buitengewoon onwaarschijnlijk, tenzij er sprake zou zijn van een catastrofale recessie. Dus veel meer dan proberen de druk een beetje van de ketel te halen kunnen deze uitspraken niet bewerkstelligen. Alleen zink zou mogelijkerwijs wel aanzienlijk in prijs kunnen terugvallen omdat dit metaal veel sneller in exploitatie kan worden gebracht, los van de daarbij behorende (milieu)toestemmingen.
 
Olie- en gasprijzen
Voorts wordt de prijs van olie en gas ook door andere factoren bepaald zoals de voorraadvorming in de V.S., het fenomeen ‘huricane’ in de Golf van Mexico en geopolitieke spanningen. Nu de voorraden goed op peil liggen, tropische stormen vooralsnog uitblijven, Israël en Hezbollah wapenstilstand (voor hoe lang?) hebben aanvaard en Iran zich even een “pietsje” inschikkelijker toont is er reden voor een lagere olieprijs. Echter, zodra één van deze factoren weer opspeelt zal dat weer een opwaarts effect op de olie- en gasprijzen hebben.
 
Rust in de markt
Door het jaar 2010 in het vizier te nemen hopen beide instituten te bereiken dat de huidige ‘frenzy’ (koortsachtigheid) rondom exploratie en exploitatie wat afneemt en tevens om te voorkomen dat de vraag- en aanbod verhoudingen zowel nu als straks uit de hand lopen. Het duurt gemiddeld 5 jaar om inclusief alle toestemmingen een nieuwe mijn op te starten en tegen tijd zou er een aanzienlijk aanbod dreigen los te barsten.
 
Voor olie- en gas als ook voor edelmetaal is dat overigens niet meer relevant  gezien de steeds verder teruglopende reserves. En wat olie betreft zal de OPEC (nog altijd goed voor 40% van de wereldproductie) er wel voor zorgen dat de prijs van ruwe olie niet al te ver uit de pas zal lopen. Bovendien ligt het productieplafond van de OPEC op 28 miljoen vaten per dag (wereldproductie is 82 miljoen vaten per dag) terwijl de meeste OPEC landen halen hun quotum niet eens halen.
 
Lagere instapkansen
Omdat beleggers deze situatie nog niet (goed) in kaart hebben zijn ze geneigd alles dat met ‘commodities’ te maken heeft over boord te zetten. Dat is op de beurs goed zichtbaar ongeacht of het nu landbouwproducten, edel- of basismetalen of zelfs olie/gas servicebedrijven betreft. In Europa zijn we minder snel geneigd het hoofd te verliezen. Ons advies is niettemin de “vloedgolf” even af te wachten omdat deze ongetwijfeld kansen biedt op lagere instapniveaus.
 
Paul van der Veer
13 september 2006
www.score-investments.nl