(BEURS)VOORUITZICHTEN
(Leidraad voor Beleggers, 3 juli 2006)
 

Conform verwachting heeft de FED de korte rente met een kwart verhoogd naar 5 ¼%. De rente in relatie tot de inflatie blijft de groeifactor in hoge mate bepalen. De FED laat het nu aan de verdere marktontwikkelingen of de rente opnieuw verhoogd dient te worden. Maar laten we eerst even teruggaan naar een ander belangrijk document het ‘Beige Book’, dat is bedoeld als leidraad voor het beleid van de FED en 14 dagen eerder verscheen. Hierin stond o.m. het volgende te lezen:
 


 
 
de economie groeit nog steeds in de meeste regio’s van de V.S. maar er zijn tekenen van enige vertraging; de economie werd omschreven als “gezond, maar…….”

 
prijsdruk is zichtbaar in de meeste delen van de V.S., terwijl de loondruk bescheiden blijft
de hoger dan gewenste kerninflatie (zie beneden)
de werkloosheid loopt terug naar thans 4,6%
consumentuitgaven stijgen, zij het in een rustiger tempo

 
de huizenmarkt is in het gehele land bezig af te koelen samen met een afnemende vraag naar bouwmaterialen

 
de productiegroei met name in de sectoren energie, semiconductor en luchtvaart blijft sterk stijgen, zij het hier en daar in een trager tempo.
 

Inflatiefactoren

Als belangrijkste inflatie (= geldontwaarding) bepalende factoren worden gezien: energie (vooral in het doorgeven hiervan door de producent naar de consument) en commodities als basismetalen en landbouwproducten, die in de voorbije periode het hardst waren gestegen.Er zal vooral worden gelet op het doorgeven van de hogere energieprijs. Tot dusver was het te danken aan de sterkte en veerkracht van de Amerikaanse economie dat het doorgeven van de hogere energieprijs beperkt bleef. Wel kunnen blijvend hogere energieprijzen invloed hebben op de  arbeidsproductiviteit. Als gevolg van de hoge olieprijs zal het tekort op de lopende rekening verder oplopen. Niettemin zei Bernanke, dat de langere termijneffecten van een hogere olieprijs beheersbaar zullen blijven mits de olieprijs niet opnieuw uit de pan schiet.
 
Groei
Een en ander werd geplaatst tegen de achtergrond van een intussen (eveneens op 29 juni) opgewaardeerde groei in het eerste kwartaal naar 5,6% (was 5,3%) en een groei van de gemiddelde bedrijfswinst naar 28,5%, de hoogste in 22 jaar! Een maand geleden werd het groeicijfer van de economie al bijgesteld van 4,8% naar 5,3% tegen een matige groei van 1,7% in het vierde kwartaal van vorig jaar als gevolg van het orkaangeweld. De groei in het eerste kwartaal werd vooral gestimuleerd door hogere consumentenuitgaven  (+ 5,1%), bedrijfsinvesteringen (+ 14,2% - de snelste groei in 6 jaar), groeiende software uitgaven en hogere overheidsuitgaven. Op jaarbasis komt het Amerikaanse BBP (Bruto Binnenlands Product) nu uit op 13,04 biljoen dollar of 13.040 miljard dollar.
 
De hogere bedrijfswinsten zijn vooral welkom nieuws, omdat hogere inkoopkosten nog steeds lijken te worden geabsorbeerd zonder dat  deze kosten noemenswaard worden doorberekend  in de afgifteprijzen naar de markt toe. Dit geldt zowel de energie- als de arbeidskosten.
 
Renteverhoging(en)
Op grond van een en ander werd “veiligheidshalve” de rente voor de 17e achtereen-volgende maal (in 2 jaar) met een kwart verhoogd naar 5 ¼%, het hoogste niveau sinds maart 2001. De harde taal van begin mei werd afgezwakt maar liet mogelijke toekomstige renteverhogingen onverlet. Een eventuele nieuwe renteverhoging in augustus of september met nog een kwart werd gelet op de koersstijgingen de dag daarop wereldwijd met “veel applaus” begroet. Zelfs een hogere olieprijs kon deze euforie niet overstemmen.
 
Gevolgen voor de Amerikaanse groei
Dit applaus lijkt vooralsnog voorbarig, tenzij het bij deze renteverhoging zou blijven. Maar dan nog moet worden gekeken naar de beperkte ruimte waarover de FED in wezen beschikt. Immers, ook al zou de inflatie blijven stijgen dan kan de FED weliswaar doorgaan met renteverhogingen, maar daarmee wordt het kind met het badwater weggegooid. De groei stokt dan zonder dat er enig middel is om deze weer aan de praat te krijgen tenzij de dollar verder daalt zodat de export kan aantrekken. Blijft de inflatie evenwel hoog dan wordt het ene effect opnieuw door het andere geneutraliseerd. Dat risico dient te worden vermeden.
 
In de verklaring van 29 juni j.l. werd de renteverhoging zorgvuldig afgewogen tegen de gestegen inflatie enerzijds en anderzijds de hoge productiviteit (werkt gunstig op de inflatie), de afnemende groei in de huizenmarkt (gunstig voor inflatie) en het nog te meten resultaat van de renteverhogingen na 5 à 6 maanden voordat een en ander goed zichtbaar wordt.
 
De toekomstige economische groei blijft het uitgangspunt. Over 3 weken doet de FED hierover in het Congres nadere uitspraken. Als de groei terugloopt naar gemiddeld 3% op jaarbasis dan wordt de grootste zorg van een stijging van de zgn. core inflation (zonder energie en voeding) weggenomen. Deze was met een stijging van 0,3% in de afgelopen 3 kwartalen resulterend in een stijging op jaarbasis van 3,8% te hoog binnen de FED’s doelstelling van maximaal 2% op jaarbasis.
 
Een punt dat niet aan de orde kwam maar minstens zo belangrijk is hoe de Amerikaanse overheid meent haar schuld te kunnen blijven financieren naarmate de belastinginkomsten teruglopen als gevolg van de afnemende economische groei (zie verder). Ook dit facet vormt een reden voor niet al te veel groeiafbraak. Het feit dat de stekker uit de groei van de vastgoedsector dreigt te worden getrokken is al een factor om rekening mee te houden.
 
Internationale gevolgen
Vorige week meldde de BIB, Bank voor Internationale Betalingen – de centrale bank van alle centrale banken ter wereld – dat de inflatierisico’s groter zijn dan in lange tijd het geval is geweest. Gezien de ontaarde groei van de geldhoeveelheid zal een reeks van renteverhogingen nodig blijken te zijn, zo werd gezegd. Deze verhogingen dienen geleidelijk ingevoerd te worden om te voorkomen dat landen met grote onevenwichtigheden zoals de V.S. in de problemen komen, zo meent de bank.
 
Mede als gevolg van de groei in Azië blijft de groei in de geïndustrialiseerde wereld met 4,4% op een redelijk hoog niveau. De groei in Europa met minder dan de helft blijft hierbij nog flink achter. De verwachte inflatie van 3,2% is echter te hoog voor een meer evenwichtige economische groei. Maar zolang de groei de inflatie voorblijft is er evenwel nog niet zoveel aan de hand.
 
Voor de BIB vormen de forse begrotings- en betalingsbalanstekorten, de lage spaarquote en lage overheidsinvesteringen (behalve in wapens) in de V.S. de voornaamste bron van zorg. De bank kan niet voorspellen op welke wijze deze onbalans zich uiteindelijk zal ontladen en evenmin wanneer.
 
Het feit dat er sinds november vorig jaar meer geld uit de beurs werd gehaald en werd belegd in grondstoffen en edelmetalen wijst in een zekere richting. Sinds de introductie van het papieren geld vertaalt het vertrouwen zich in een stijging of daling van de commodities. Op de langere termijn blijkt dat grondstoffen de beste ‘hedge’ (bescherming) vormen tegen geldontwaarding. Deze keer werd de stijging van de commodities bovendien sterk in de hand gewerkt door de opkomende markten in Azië. Deze factoren blijven overigens domineren.
 
Terug naar de V.S.
Opvallend is dat de gouden muntenverkoop in Amerika hand over hand toeneemt. Dat wijst op afnemend vertrouwen in de ‘greenback’. Meerdere malen reeds is het Amerikaanse schuldencomplex uitvoerig aan de orde geweest. Dat is alleen maar verder toegenomen. De staatsschuld staat nu op 8200 miljard dollar, de hypotheekschuld (met veelal variabele rente) bedraagt ca. 8700 miljard dollar en het consumentenkrediet (credit cards) 2200 miljard  dollar. Deze schulden opgeteld brengt de schuld per hoofd van de bevolking op gemiddeld 64.000 dollar. De tegoeden van meer dan 600 dollar per hoofd in China en 25.000 dollar in Japan staan hiermee in schril contrast. Bovendien groeien deze voortdurend.
 
Dan is er ook nog het tekort op de handelsbalans, nu opgelopen naar een slordige 2 miljard dollar per dag. Japan en China hebben samen thans 1.800 miljard dollar op de plank liggen. Amerika blijft lenen tegen afgifte van schuldpapier.
 
Vertrouwen in de dollar
Als het vertrouwen in de dollar verder afneemt, neemt dan het vertrouwen in andere valuta’s toe? Naarmate een valuta meer dollargevoelig is, lijkt dat niet waarschijnlijk. Als de rol van de dollar als reservevaluta raakt uitgespeeld zijn we weer terug bij af en bij het goud. Centrale banken zullen dan weer grootschalig goud moeten inkopen in plaats van verkopen. De geldgroei is zo gigantisch uit de klauw gelopen, dat de gouddekking wereldwijd gemiddeld nog maar 0,4% bedraagt. Analisten verwachten bij een instorting van het vertrouwen in de dollar een stijging van de goudprijs in de richting van 5.000 dollar per ounce of meer.
 
Met de presidentsverkiezingen van november 2008 weer in het vooruitzicht zullen de Republikeinen er voor willen zorgen om het schip van de economie op open zee te houden. Misschien is er nog net tijd genoeg om de nu afvlakkende groei te laten afnemen tot het aanvaardbare niveau van 2,5% - 3%. Tegen die tijd zal de rente wel weer wat zijn gezakt en dat is goed voor de beurs. Nog beter is als de overheid de schuldgroei weet in te perken.
 
Dollarrisico
Uit het koersverloop op de Amerikaanse beurzen blijkt dat de waarde van de dollar zich omgekeerd evenredig verhoudt tot de koersvorming op de beurs. Waar de dollar met ruim 50% tegenover de euro is teruggevallen, heeft dat niet geleid tot een beursval in Amerika. De NASDAQ wist zelfs een deel van de opgelopen averij in 2000 en 2001 weer in te lopen. In Europa daarentegen staan we nog steeds ver af van de hoogtepunten in 2001. Dit heeft alles te maken met de grote dollargevoeligheid van veel Europese fondsen. 
 
Vooruitzichten beurs
Een gematigder groei tegen de achtergrond van een mogelijk wereldwijd verder stijgende rente (wereldwijd) vormt geen aanleiding voor een hoerastemming op de beurs. Gegeven de nog onzekere uitkomsten van de serie renteverhogingen in de V.S. lijkt een pas op de plaats na de recente koersval in ieder geval het meest op z’n plaats. Opvallend genoeg zien pensioenfondsen nog het meeste brood in Amerikaanse fondsen, omdat de rendementsverwachtingen daar met een kwart procent zijn gestegen.
 
Vooruitzichten commodities
Door de weinig florissante financiële situatie in de V.S. en een verder afzwakkende dollar zullen commodities blijken het beste hiertegen bestand te zijn. Door het rentewapen onlangs wat nadrukkelijker in stelling te brengen, zakten deze prijzen m.u.v. olie tijdelijk flink terug. Hiermee werd de angel uit de snelstijgende inflatie gehaald en dat was precies de opzet van de centrale bankiers van Amerika, Europa en Japan. Doch bij nieuw orkaangeweld in de Golf van Mexico kan dit beeld zo maar weer 180 graden draaien. Daarnaast kunnen zich ook allerlei andere oorzaken voordoen (zie hiervoor de voorgaande energie columns).
 
De aanjagers zoals de ‘hedge funds’ met visie op de korte termijn die dikwijls ‘short’ gaan en ‘exchange traded funds’ die  zich toeleggen op specifieke deelterreinen zoals commodities, zullen na de forse terugval voorlopig nog wel even uit de markt willen blijven. Daarmee is de ‘bubble’ er grotendeels weer uit. De pensioenfondsen zijn juist daardoor ook meer in grondstoffen geïnteresseerd. Ruim 60% geeft aan de toewijzing aan deze beleggingscategorie te verhogen.
 
Waarin beleggen?
Voor de langere termijn in hoofdzaak in grondstoffen, edelmetalen en fondsen met het accent op innovatie en productiviteitsgroei.
 
Robert Broncel
3 juli 2006
www.score-investments.nl