VENSTER OP HET VERRE OOSTEN
(van onze columnist, follow up column van 18 juli j.l.)

 
Nog geen week na het verschijnen van deze column bracht China het grote nieuws naar buiten niet alleen de exclusieve koppeling met de U.S. dollar los te laten doch tegelijkertijd de munt, de yuan, met 2,2% op te waarderen. Hieraan toevoegend, dat de Chinese munt opnieuw wordt gekoppeld aan een mandje munten zonder hieraan verder invulling te geven. Ongetwijfeld zal dit mandje aangevuld worden met de belangrijkste handelsvaluta zoals de euro en de yen. De bandbreedte met de dollar, die uiteraard ook in dit mandje toeft, mag niet meer dan 0,3% bedragen. Impliciet betekent dat nog steeds een nauwe relatie met de dollar.
 
Wat heeft China bewogen toch plotsklaps een gebaar te willen maken?
Alles heeft te maken met de toekomst, waarin de Chinese economie internationaal een steeds grotere rol zal gaan spelen. Het punt voor China met de ďsatellietĒ landen, zoals in de eerste plaats Taiwan en verder Zuid-Korea, Thailand, MaleisiŽ en Singapore was niet of de koppeling met de dollar moest worden losgelaten maar veeleer wanneer. Er bestond reeds grote druk hiertoe vanuit de V.S. en de Eurolanden. Het past evenwel niet in het Aziatisch denken om toe geven aan druk van buiten. Ergo, zou die druk er niet zijn geweest dan zou het best kunnen zijn, dat China al eerder was overgegaan tot ontkoppeling. Juist omdat het land bezien vanuit de omvang van de huidige economie (nauwelijks anderhalf maal groter dan die van Nederland en een nationaal inkomen niet meer dan ca. 1000 dollar per hoofd van de bevolking ) een verhoudingsgewijs veel te grote dollarreserve aan het creŽren was met dito valutarisico.
 
De Chinezen wensen uiteindelijk economisch volledig onafhankelijk te zijn van welk buitenland in welke vorm dan ook, maar niet zonder daarmee een goede relatie te kunnen onderhouden; de handel is immers van levensbelang.
 
De koppeling van de yuan aan de dollar was een zeer logische, omdat de meeste handel nu eenmaal richting de V.S. liep. En om het vliegwiel van de economische groei op snelheid te brengen, diende de dollar als motor op de aandrijfas. Dit resulteerde in steeds hogere groeicijfers tot een momentum, waarop men zich begon af te vragen of de wal niet het schip zou kunnen gaan keren. Eťn van deze mechanismen is bijv. de inflatie. Deze leek aanvankelijk te stijgen, maar ligt thans met 1,6% ruim onder de 2%.
 
Nu in weerwil van interne maatregelen, w.o. verhoging van de kredietrente in oververhitte sectoren zoals de bouw, de groei onverminderd rond de 9,5% blijft hangen, heeft men dan toch gekozen voor een voorzichtige revaluatie. Hiermee hoopt men de groei enigszins te kunnen indammen, daar een groei van minstens een vol procentpunt minder als meer evenwichtig wordt ervaren om zodoende nog voldoende nieuwe banen te kunnen scheppen. Deze bescheiden revaluatie geeft tevens iets meer speelruimte om het rente-instrument te bespelen. M.a.w. er wordt meer financiŽle speelruimte gecreŽerd.
 
Voorts speelt het bezoek van de Chinese president aan de Verenigde Staten in september a.s. een rol, die hiermee alvast een signaal wenst af te geven. Echter evenmin mag onvermeld blijven een bijeenkomst in New York op 29 juni j.l. met als titel ĎThe Future of Economic Integration: The US-Japan-China Power Triangle.
 
Met andere woorden de nieuwe economische machtsdriehoek de V.S., Japan en China.
Bekende sprekers waren onder meer: Dr. Kent Calder van de John Hopkins University, Dr. Angang Hu van de Tsinghua University en Naoki Tanaka, voorzitter van het  21e Century Public Policy Institute en persoonlijk adviseur van de Japanse premier Koizumi.
 
Hoewel hieraan in de Europese pers weinig aandacht werd geschonken, werden tijdens deze bijeenkomst de lijnen uitgezet voor een nauwgezette toekomstige samenwerking om de wereldeconomie verder te stimuleren en tevens om te zorgen voor meer stabiliteit in het internationale financiŽle stelsel.
 
Tenslotte wenste China een handelsoorlog met de Amerika en Europa te voorkomen, omdat zulks tot direct banenverlies in China zou leiden. De vraag is nu of het vooralsnog bij deze bescheiden revaluatie zal blijven dan wel bedoeld als eerste stapje in een nieuw proces. Naar het zich laat aanzien zullen de Chinezen eerst de effecten ervan voor enige tijd onder ogen willen zien voordat er een volgende stap wordt gezet.
 
Wat betekent een en ander voor de andere Aziatische landen?
Wel, in de eerste plaats wensen ze in de pas te blijven lopen met China uit angst voor druk uit de V.S. en mogelijke destabiliteit met hun grote broer. Aanpassingen in Zuid-Korea, Taiwan, Japan, Thailand, MaleisiŽ en Singapore hebben intussen plaats gevonden. Ook deze munten zijn alle iets duurder geworden t.o.v. de dollar. George Soros, die destijds het Engelse pond liet devalueren, zal er niet meer aan beginnen, doch je geld zetten op deze Aziatische valutaís zal straks ongetwijfeld zoden aan de dijk zetten. Nogmaals, de absolute groei ligt de komende decennia in deze regio en niet in Europa of de V.S.
 
Wat betekent deze nieuwe situatie voor de V.S.?
De importen uit deze regio worden iets duurder, terwijl de export goedkoper wordt. Tezelfdertijd zal de Aziatische vraag naar dollars wat afnemen gezien de koppeling aan het nieuwe valutamandje. De verwachting is, dat de (olie)landen in het Midden Oosten eveneens hun financiŽle vizier dienovereenkomstig zullen bijstellenen en meer in yen en euroís zullen gaan doen. Indien de vraag naar dollars afneemt, betekent dat automatisch minder animo om de Amerikaanse schuld te financieren. Om dit animo te stimuleren, zal de rente omhoog moeten. Dat is alleen verantwoord bij een onverminderd krachtige groei in de orde van grootte van minstens 3 ŗ 4%, zoals nu nog het geval is. Ook zal de lange rente zich trendmatig meer gaan conformeren aan de korte rente. Met een hogere rente zal er groeivertraging optreden. Immers, het lenen wordt duurder.
 
Wat betekent een en ander voor Europa?
De vraag naar euroís zal waarschijnlijk stijgen als gevolg waarvan de euro duurder wordt Ė goed voor de import en slecht voor de export. De concurrentiepositie verslechtert verder waardoor er nog minder groeipotentie overblijft, voor zover er nog sprake is van groei. De vraag zal dan van binnenuit moeten worden gestimuleerd en dat kan alleen bij meer koopkrachtcreatie en niet bij minder zoals nu. Het rentewapen zal evenwel daartoe niet worden ingezet. Immers, de rente in Europa dient als inflatie-instrument, terwijl Amerika dit wapen hanteert ter afremming of juist stimulatie van de economie.
 
Robert Broncel 
25 juli 2005
www.score-investments.nl