ENERGIE IN DE 21e EEUW
 (van onze columnist, 25 januari 2005)

 
Wat drijft de olieprijs? U leest er bijna dagelijks over in de media. Oliedeskundigen spreken dikwijls een andere taal dan officiële instanties, die nog wel eens “olie op de golven” wensen te doen. Bij de lezer dreigt er daardoor een niet altijd juist beeld te ontstaan.
 
“De huidige hoge olieprijs wordt niet veroorzaakt door een feitelijk tekort maar is in wezen het gevolg van onvolledige c.q. onbetrouwbare marktinformatie. Er is zelfs op dit moment meer aanbod dan vraag! De hoge prijs is vooral het gevolg van de angst, dat we in een welhaast onvoorspelbare en gevaarlijke wereld leven. Dit op zich al maakt een inschatting van de toekomstige olieprijs lastig”.
 
Deze uitspraken zijn te lezen in een rapport van de IEA (International Energy Agency) in Parijs. Wel wordt er volgens dit orgaan thans onvoldoende olie en gas gevonden om aan de toekomstige marktvraag te voldoen om 2 redenen:
 

 1)
 
 

oliemaatschappijen hebben hun neus eerder gebrand aan relatief hoge kostprijsbronnen en dure installaties (raffinaderijen) en wensen de kat nu wat langer uit de boom te kijken

2)
 

oliemaatschappijen mogen dikwijls niet naar olie en gas zoeken op gevoelige milieu locaties.

 

Volgens dit rapport zal de vraag naar olie en gas binnen 25 jaar maar liefst 60% stijgen! Daarbij dient men zich tegelijkertijd te realiseren, dat ook de CO2 uitstoot met dit percentage zal stijgen. Bij ongewijzigd beleid leidt dit tot rampzalige gevolgen voor ons klimaat. De wal mag het schip niet keren. Er zal daarom fors moeten worden geïnvesteerd in alternatieve energiebronnen, energiezuinige machines w.o. auto’s alsmede in nieuwe technologieën. Een en ander zal veel geld vergen.
 
Zoals de situatie zich nu laat aanzien, beginnen we ons m.b.t. het energievraagstuk op een hellend vlak te begeven. De verwachting luidt, dat over 5 jaar het punt van de “piek”-produktie zal zijn gepasseerd. Daarna zullen de voorraden alleen maar slinken, omdat bestaande bronnen “depletie”(uitputtings)verschijnselen beginnen te vertonen, terwijl er minder nieuwe bronnen worden aangeboord. Driekwart van ’s werelds huidige olieproductie is afkomstig van olievelden, die al langer dan 25 jaar worden geëxploiteerd. Alleen de landen in het Midden Oosten m.u.v. Iran hebben een langere adem. Een gunstige aansluiting in dit kader vormt Libyë met een dagproductie van 1,5 miljoen vaten met een mogelijke uitloop naar wellicht 2 miljoen vaten per dag. Libyë zal weer een factor worden op de internationale oliemarkt nu de V.S. hun boycot grotendeels hebben laten varen.
 
Vooral de opkomende grootmachten China en India zullen een toenemend beslag leggen op de olie- en gasproductie. Alleen al voor dit jaar wordt een toename van de energie consumptie van ruim 30% verwacht. En dit is altijd nog een fractie van het energieverbruik in de V.S. Azië met bijna de helft van de wereldbevolking verbruikt thans ca. 20 miljoen vaten per dag. De V.S. met een bevolking van nog geen 300 miljoen verbruikt 22 miljoen vaten.
 
Bij een stijging van het energieverbruik in Azië gelijk aan 1/5e van het verbruik in Amerika vergt dat reeds het dubbele aantal vaten van thans. De verwachting is dan ook dat Azië de geopolitieke verhoudingen in de toekomst danig zal “opschudden” in de wetenschap, dat China nu al bijna 50% van haar olieverbruik uit het Midden Oosten (Iran, Golfstaten, Saudi-Arabië) haalt.
 
De verwachting is dat na 2010 de discrepantie tussen vraag en aanbod steeds verder uiteen zal gaan lopen. Een en ander zou dus impliceren, dat de olieprijs maar één kant uit kan. Het huidige prijsniveau lijkt hiervan reeds een afspiegeling, maar is feitelijk onjuist! In aanmerking nemende, dat olie en gas weliswaar in US dollars flink zijn gestegen, maar reëel niet in bijv. euro’s. Immers, vier jaar geleden was de dollar nog 50% duurder dan de euro en deed de olieprijs rond US$ 26 per vat. M.a.w. een olieprijs thans van 52 dollar is niets meer of minder dan die 26 dollar van toen.
 
Echter, de olieprijs zal in de toekomst ongetwijfeld verder stijgen. Niet alleen vanwege de groeiende discrepantie tussen vraag en aanbod maar ook als gevolg van steeds hogere investeringen om bestaande bronnen gaande te houden, duurdere nieuw aan te boren velden alsmede de noodzakelijke uitbreiding van aan de laatste milieunormen tegemoetkomende raffinagecapaciteit. In de V.S. worden al olieprijzen van 100 tot 160 dollar per vat genoemd. De Europeaan dient evenwel ook op de valutaverhouding te blijven letten. De historische inflatie vanaf 1985 in aanmerking genomen zou de olieprijs in dollars per vat thans US$ 49,76  moeten bedragen.
 
Van geheel andere orde is vervolgens Saudi-Arabië, dat een factor van toenemende onzekerheid aan het worden is. Het huidige regiem weet zich nog in het zadel te houden met grote giften aan Al Qaeda om zodoende de dreiging van militante moslims te neutraliseren. Volgens de ICG, de International Crisis Group bevindt dit land zich thans in een kritieke fase van haar historie. De druk op het Fahd regime om hervormingen door te voeren is groot, zowel vanuit het Westen als van binnenuit. Aanslagen op olie-installaties kunnen het land verder destabiliseren. Het regime is uiterst rigide van opstelling en lijkt niet genegen daadwerkelijk aan de hervormingslokroep tegemoet te komen. De toekomst van het land blijft daardoor buitengewoon ongewis. En aangezien dit land veruit de grootste olieboer ter wereld is, draagt het bovenstaande evenmin bij tot evenwichtigheid op de oliemarkt.
 
Een andere factor van toenemende onevenwichtigheid is Iran, dat enerzijds plechtig beloofd heeft alleen kernenergie aan te wenden voor vreedzame doeleinden (?) en anderzijds blijkt vrolijk door te gaan met de verwezenlijking van haar militaire intenties (wel logisch met ‘Uncle Sam’ als militaire buurman in Irak).
 
Wat betekent een en ander voor de energiefondsen? Waar het puur olie betreft: bij een gelijkblijvende olieprijs betekent dat afnemende winstmarges als gevolg van stijgende kosten door hogere exploratie-, onderhouds- en herstelkosten alsmede hogere investeringen in nieuwe installaties. De toenemende vraag bij een korter wordende ‘reserve cyclus’ (verhouding tussen nieuwe vondsten en actuele verkopen) in combinatie met geopolitieke spanningen zal de olieprijs echter verder omhoog stuwen. Zo hoog dat ook andere vormen van energie betaalbaar worden waar dit tot voor kort nog een probleem was. Koninklijke Olie past zeer goed in dit nieuwe ‘Umfeld’.
 
Robert Broncel
25 januari 2005
www.score-investments.nl