VENSTER OP DE V.S.
(van onze columnist, 22 oktober 2005)

 
Koorddansen

Gelet op de stroomversnellingen in het afgelopen jaar begint beleggen steeds meer op koorddansen te lijken. Fondsmanagers zijn niet te benijden. De meeste grote zakenbanken waren zelfs nog deze zomer van mening dat de groei ondanks de trapsgewijze renteverhogingen hieronder nauwelijks te lijden zou hebben. De jongste inflatiecijfers gooiden evenwel roet in het eten.  De consumenten prijsindex (CPI) inclusief voeding en energie steeg met 4,7%. Tegelijk deden de producentenprijzen er met een stijging van 6,9% nog een schepje bovenop. Tegen de achtergrond van verdere rentestijgingen zien beleggers de bui hangen. Het woord stagflatie is al weer gevallen en vergelijkingen met de tweede oliecrisis begin jaren ’80 doen opnieuw opgeld. Deze zullen echter mank gaan aan de veel betere inflatiebeheersing van thans alsmede de opkomende derde wereld.
 
Duidelijk is dat een verdere verhoging van de korte rente niet bijdraagt tot meer groei. Daarbij doet zich het euvel voor van een gigantische schuldcreatie gepaard aan een absoluut minimale spaarquote. Kortom, reserves om het tij te keren zijn er in wezen niet. Hoe vreemd het ook moge klinken, de enige hulp tot dus ver is afkomstig vanuit Azië en Midden Oosten terugvloeiende (petro)dollars in Amerikaans schuldpapier. Zou deze ontwikkeling zich ook hebben voorgedaan in 1979 dan zou de situatie destijds niet zo dramatisch uit de hand zijn gelopen. Als gevolg van import uit de lage lonenlanden kon de inflatie thans lang laag blijven en was een lage rente sinds 11 september 2001 achteraf min of meer gerechtvaardigd.
 
Energievraag

De opkomst van de lage lonenlanden heeft tegelijk gezorgd voor een veel grotere vraag naar energie. Een oude economische wet luidt: bij een stijgende vraag in een stadium van een min of meer gelijkblijvend aanbod stijgt ook de prijs. Deze ontwikkeling werd versterkt door de orkanen Katrina en Rita. En deze zullen beslist niet de laatste zijn, die dit energiegevoelige gebied aandoen. Weliswaar is nu even de druk van de ketel en daalt de olieprijs. Vraag is waar de bodem ligt en voor hoe lang.
 
Wellicht is het goed even te kijken naar de ontwikkeling van de olieprijs in het afgelopen jaar. In januari stond er nog een niveau van ruim 40 dollar op de borden. Deze liep vervolgens op naar ruim 50 dollar in april en 60 dollar in augustus. De recente stijging naar 70 dollar is dus puur toe te schrijven aan het ongeëvenaarde stormgeweld in de Mexicaanse Golf.
 
Gevolgen
De hoge olieprijs is nog onvoldoende ingeprijsd in de economie en dat zal ongetwijfeld leiden tot verdere renteverhogingen. Beleggers zijn gewaarschuwd en beginnen zich om deze reden af te wenden van de V.S. Wat zijn de alternatieven? Vooralsnog gooit Azië de hoogste ogen. Echter, ook daar betaalt men het energiegelag. Energie wordt in dollars gekocht. Voor zover deze landen import afhankelijk zijn, kan er dus minder in Amerikaans schatkistpapier worden gestoken. Dit kan een kettingreactie los maken in beleggersland.
 
Hier ligt Greenspan’s grootste angst: de tekortfinanciering in de niet al te verre toekomst. Dus buiten de inflatie moet om deze reden de rente omhoog! Hierop is in deze column al eerder gewezen. Dat is natuurlijk niet positief voor de bedrijfswinstontwikkeling. De huidige relatief hoge koerswinst verhoudingen worden bijgevolg niet langer geschraagd.
 
Binnenlandse bestedingen
Nu zal Wall Street niet gelijk leeg lopen, maar de ontwikkeling op de hypotheekmarkt stemt evenmin hoopvol. De rente is nu weer gestegen tot boven de 6%. Immers, indien de huizenprijzen niet meer stijgen en eerder tenderen tot dalen zoals in de New York regio dan zal de consument bij een gelijk blijvend inkomen niet opnieuw de meerwaarde uit z’n huis kunnen uitgeven. Het sterk gegroeide energiebeslag op z’n portemonnee leidt er mede toe dat de consument met een participatie van ruim 70% in de economie hoe dan ook minder te besteden heeft. De binnenlandse groei is hiermee uitgestimuleerd en dreigt deze “bubbel” leeg te gaan lopen. Nog een veeg teken: staffunctionarissen van diverse Amerikaanse bedrijven zijn al sinds februari bezig zijn zich van aandelen in hun eigen maatschappij te ontdoen.
 
De biljoenen aan beleggingsgeld moeten anderzijds wel ergens “geparkeerd” worden. Zolang de Amerikaanse rente met afstand boven de rentestanden in andere regio’s – Europa, Azië – staat, zal de dollar tot op zekere hoogte een gewild “object” blijven. Vooral talrijke (bedrijfs)- pensioenfondsen in de V.S., die gezamenlijk met een tekort van dik 360 miljard dollar te kampen hebben, zullen deze ontwikkeling aangrijpen. Maar voor aandelenbeleggers valt hieruit weinig voordeel te behalen.
 
Alternatief
Beleggen is proberen vooruit te zien zonder het verleden te verloochenen. Immers, toen midden jaren ’90 in de V.S. de rente ook omhoog ging, volgde daarop de Azië crisis in 1997. Moeilijk valt nog in te schatten wat de gevolgen zullen zijn van de huidige trend. Een lagere  bestedingsruimte in de V.S. heeft ongetwijfeld gevolgen voor de Aziatische export naar de grootste afnemer. Gevolg: afnemende groei uit export. Deze ontwikkeling kan alleen worden opgevangen door stimulering van de binnenlandse vraag. Hieraan zal met name in China middels het nieuwe 5-jarenplan hard gewerkt gaan worden. In de tweede grootmacht India wordt eveneens hard aan de weg getimmerd. Azië wordt pas echt een economische grootmacht zodra men niet langer afhankelijk is van de dollar. Dat is aldaar ook de doelstelling. Het initiatief van de Asian Development Bank om tot een equivalent van de euro te komen vormt hiertoe de eerste aanzet.
 
Hierop is thans veel hoop gevestigd, aangezien deze bijdraagt tot een verbreding van de wereldeconomie. Belangrijk in dit kader is dat er in Azië evident sprake is van een groei-economie vergelijkbaar met die in Europa na de Tweede Wereldoorlog. In de V.S. is juist sprake van een verzadigingseconomie, die alleen nog met kunst en vliegwerk op de been kan worden gehouden. Alleen productiviteitsverbetering en innovatie in de westerse wereld kunnen de groei weer echt op gang brengen.
 
Europa?
Welke rol is Europa in dit spectrum toebedeeld? Er zijn zeer voorzichtige tekenen van beterschap, althans van een niet verder afglijdende conjunctuur. Maar ook Europa is intussen tot een verzadigingseconomie “verworden”, met weer andere blokken aan het been. Hier een  voornamelijk nog steeds stagnerende economie ondanks een lage rente. Een voorzichtig aanwakkerende inflatie. Te hoge lonen en een dreigend onbetaalbaar sociaal stelsel met een onhoudbare pensioensopbouw in de Latijnse landen voorop. Voorts toegenomen twijfels over de toekomst van de Europese Unie en de euro (Bolkestein ziet de afgang al gloren).
 
Alleen een sterkere dollar zou Europa een steuntje in de rug kunnen geven. Hierdoor zou niet alleen de exportpositie verbeteren maar ook de balans van de vele (grote) bedrijven met belangen in de V.S.

 

Robert Broncel
22 oktober 2005
www.score-investments.nl