Venster op de V.S.
(van onze columnist, 22 februari 2005)

 
Alhoewel sommige onderdelen reeds eerder aan de orde zijn geweest, is het goed kennis te nemen van Ronald Kalf’s recent verschenen boek “Einde van het Amerikaanse business model”, waarin hij vernietigend uithaalt naar de Amerikaanse wijze van bedrijfsvoering. Wat is dat precies? Dit “business model” staat voor het zgn. aandeelhouderskapitalisme, inhoudende dat het belang van de aandeelhouder voorop dient te staan. De “manager” is ingehuurd om dit hoogste doel middels een (korte!) termijn strategie nadrukkelijk na te streven, zoals een voetbalcoach is ingehuurd om van een voetbalelftal binnen de kortste keren een winnend team te maken. Niets mis mee?
 
Indien dit doel op de korte termijn kan worden bewerkstelligd lijkt er optisch geen vuiltje aan de lucht. Indien de winst daadwerkelijk wordt opgekrikt en de aandeelhouders tevreden zijn, weet de “manager”, dat hij z’n bonus in ontvangst mag nemen en wellicht ook nog z’n opties kan verzilveren. Maar is daarmee ook de continuïteit van het bedrijf gewaarborgd? Wat goed is voor de aandeelhouder hoeft niet per sé goed te zijn voor de onderneming.
 
Nochtans spreken wij van ondernemingen. Maar eigenlijk zijn die er intussen onvoldoende bij gebrek aan ondernemers. Er worden nog slechts managers opgeleid en de oudere directieleden van een bedrijf zijn middels talrijke management cursussen eveneens “omgeschoold” tot managers onderweg naar succes op de korte termijn.
 
Om nog even bij het voetbal te blijven, zien we dat er veelal te weinig in de eigen jeugd wordt geïnvesteerd (want kost te veel tijd!). Een voetbalclub bestaat nauwelijks meer uit spelers uit eigen kweek. Zoals destijds bij Ajax met spelers als Johan Cruyff, Pietje Keizer, Bennie Muller en Sjakie Swart met nét dat beetje extra teaminzet in huis. Tegenwoordig is een elftal niet veel meer dan een “bijeengeraapt zooitje” rijkelijk beloonde spelers van veelal buitenlandse afkomst. Een voetbalcoach wordt aangetrokken om hiervan “chocolade te maken”. Dat is een verdraaid lastige klus en lukt dikwijls niet of slechts ten dele omdat er sprake is van onvoldoende cohesie. Hiermee komt dan tegelijkertijd het succes en de continuïteit van de club in het geding.
 
Zou een voetbalclub de tijd worden gegund om een speler uit eigen kweek in te brengen, kost dat veel minder en komt doorgaans de samenhang van de ploeg ten goede. In het  Amerikaanse business model zie je iets soortgelijks. Met voorbijgaan aan het tijdig inbrengen van toegevoegde waarde en met te weinig oog voor de mensen “op de vloer” alsmede de continuïteit op de langere termijn wordt dit model tot hoogste doel verheven. De langere termijn wordt gezien als een te risicovol en te traag “winstmodel”. Volgens de auteur zal dit “korte termijn” winstbejag veel bedrijven opbreken. Het eerst bedrijven met ongezonde balansverhoudingen, te veel schuld en een van te weinig kwaliteit getuigende kasstroom.
 
Binnen het huidige Amerikaanse model wordt van de “manager” verwacht, dat hij in staat is er voor zorg te dragen de winstcurve bij voorkeur in een rechte lijn naar boven te laten lopen, zichtbaar in de opeenvolgende kwartaal- en jaarcijfers. Dit heet in het vakjargon winstoptimalisatie. Hoe bereik je dat op snelle wijze?
 
O.a. door aandeleninkoop (levert een hogere winst per aandeel), vervolgens fusies en overnames (eveneens met het doel de winst te vergroten, maar lukken in meerderheid niet!) en tenslotte door saneringen (ontslag, eenmalige afschrijvingen of afstoting van bedrijfsonderdelen) door te voeren (kostenbesparingen leveren ook winst op).
 
Is daarmee ook de toekomstige winstgroei veiliggesteld? De praktijk leert anders. Immers,  investeringen voor de langere termijn dreigen te worden opgeofferd aan de winstgroei doelstelling op de korte termijn.
Dat impliceert tevens dat er minder geld beschikbaar komt voor onderzoek, product ontwikkeling en innovatie. En daarmee wordt de continuïteit c.q. gezondheid van de betreffende onderneming op den duur geen dienst bewezen.
 
Immers, aandeleninkoop, fusies en overnames alsmede saneringen leveren te weinig of zelfs in het geheel geen toegevoegde waarde op. Dat laatste wordt juist verkregen uit onderzoek, innovatie en nieuwe product ontwikkeling. Deze elementen, waarmee tijd en kapitaal gemoeid zijn, verhouden zich slecht met dat op de korte termijn uitgezette ‘business model’.
 
Zoals een voetbalcoach meestal een kort leven is beschoren bij een voetbalclub geldt dat voor de meeste managers bij een bedrijf ook. Zij weten waarvoor zij zijn ingehuurd en weten ook dat zij er binnen de kortste keren weer uit kunnen liggen, indien niet aan die winstdoelstelling wordt  beantwoord. Gezien dit risico wensen zij een dikwijls te hoge beloning met dito bonus, aandelenopties en een gouden handdruk. Er zijn zelfs “managers”, die hierop aansturen en op deze wijze op korte termijn een ongekend hoog inkomen bij elkaar weten te harken. Het kost meestal 1 – 1 ½ jaar voordat een bedrijf na het vertrek van de leiding weer “op spoor staat”.
 
Nog erger wordt het, zoals in dit boek te lezen valt dat de “manager van vandaag” meer dan 50% van zijn tijd verdoet met het verdedigen van zijn eigen positie middels talrijke interne als ook externe gesprekken. Dat betekent dat er tegelijkertijd minder dan 50% over blijft om leiding aan het bedrijf te geven. Kijk maar hoe fout het heeft kunnen gaan met onze eigen Koninklijke Ahold, Koninklijke Olie en Unielever, die in de jaren ’90 alle het Amerikaanse model hebben omarmd. Olies probeert nu dit model weer te verlaten.
 
Is er nog kans op het terugdraaien van dit model? Ja, die kans is in Europa aanzienlijk groter dan in Amerika, waar dit proces nagenoeg onomkeerbaar lijkt. Waarom? In Europa is niet meer dan 25% van het bedrijfskapitaal beurs gerelateerd. In Amerika loopt dat tegen de 80%. In Europa wordt het merendeel van het bedrijfskapitaal privé ingebracht (met als voorbeeld in ons land de Brenninkmeyers, de Fentener van Vlissingens en deels de familie Heineken, die nog een beslissende stem in het aandelenkapittel heeft). Dit zijn nog echte ondernemers, die vooruit durven zien, in de toekomst investeren, de gezondheid en continuïteit van het bedrijf als doelstelling voeren. En te dien einde bereid zijn waar nodig meer risico te nemen.
 
Het is dan ook geen toeval dat Invision Investments als één der eerste beleggingsinstituten in Nederland nanotechnologie tot speerpunt van haar onderzoek heeft gemaakt. Straks zal deze revolutionair innoverende technologie een wereldwijde waterscheiding in het bedrijfsleven te weeg brengen. Bedrijven met een te zwakke kasstroom of een te grote schuldenlast zullen onvoldoende bij machte zijn het NANO-spoor te volgen en bijgevolg op een dood spoor belanden. Ook bij de selectie van nanotech’ers wordt sterk op de kas- en de productenstroom gelet. Immers, deze stromen zeggen véél(!) over de toekomstige winstgroei!
 
Robert Broncel
22 februari 2005

www.score-investments.nl