VENSTER OP HET VERRE OOSTEN
(van onze columnist, 20 mei 2005)

 
De laatste weken is er sprake van een toenemende handelsfrictie tussen China en het Westen als gevolg van de goedkope Chinese textielimport, maar ook – zonder dat dit nog hardop wordt gezegd – de sterk aanzwellende energievraag. De Europese Unie begint eveneens aan de bel te trekken bij monde van landen als Frankrijk, Italië en Griekenland. Door de Chinezen protectionistische maatregelen voor te houden, hoopt men een revaluatie van de Chinese munt te kunnen bewerkstelligen. Gevolgen voor China: duurdere producten, lagere groei, lagere energiebehoefte. Gevolgen voor de V.S. en de E.U.: lagere energieprijs en een gunstiger handelsbalans.
 
Is deze druk op China terecht? Immers, het vliegwiel van de Aziatische groei werd in hoge mate bevorderd door de koppeling van deze muntsoorten aan de Amerikaanse dollar. Eigenlijk ging de voorkeur naar de dollar al terug tot het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen de kortstondige Japanse hegemonie werd doorkruist door het Amerikaanse militaire machtsvertoon.
 
Hoewel verslagen zijn het juist de Japanners, zoals ook de Duitsers in Europa geweest, die zich op weergaloze wijze economisch hebben gerevancheerd. In die dagen sprak men van het “Wirtschaftswunder”. Dat gold beide verslagen naties. De Japanners kregen alle steun van de V.S. indien ze hun economie op Amerikaanse wijze zouden inrichten. De yen werd derhalve “gefixeerd” op de dollar. De wederopbouw van Duitsland kreeg vooral gestalte door het befaamde Marshall Plan. In goed 35 jaar groeide de Japanse economie uit tot de op één na grootste na de V.S. met Duitsland in het kielzog. De Amerikanen hebben ten volle van deze  ontwikkelingen geprofiteerd.
 
Na de oorlog bleven China en India als economische potente ‘power houses’ achter als gevolg van hun kapitalistische afkeer. Nadat partijleider Deng de communistische doctrine had afgezworen en het land zich nadien schoorvoetend heeft opengesteld voor het lidmaatschap van de WTO (Wereld Handels Organisatie) wilde India als politiek en economisch opponent van China niet achterblijven.
 
De economische inhaalrace (China heeft bovendien te maken met een versneld vergrijzings-probleem a.g.v. de één-kind-per-gezin politiek) van deze landen kan worden gezien als een tweetraps raket. Beide willen zo snel mogelijk minstens op gelijke hoogte met het Westen komen en anderzijds wenst India op geen enkele wijze onder te doen voor China vice versa. Sterker nog, de twee hebben recentelijk 11 “strategische” verdragen ter wederzijdse politieke en economische versterking gesloten. Deze twee landen met meer dan een derde van de wereldbevolking en een gemeenschappelijke grens van meer dan 3000 kilometer vormen daarmee een serieuze machtsfactor.
 
Het protectionistische machtsvertoon vanuit de V.S. en de E.U. komt in wezen niet uit geheel onverdachte hoek. Immers, zijn het juist niet de V.S. alsmede de E.U., die de vrije handel uitdragen? Zijn het juist niet deV.S. en de E.U. geweest, die China hebben doordrongen van de importantie van het lidmaatschap van de WTO en daarmee de openstelling van haar economische grenzen?
 
Opvallend lijkt het dan waar te nemen, dat beide westerse “blokken” menen uit hoofde van hun economische machtsuitstraling de Chinese importen een halt te kunnen toeroepen. Dat klinkt natuurlijk uitermate hypocriet vanuit de vrijhandelsgedachte, maar anderzijds als een voortborduring op de afscherming van goedkope importen vanuit de Derde Wereld met als zoethoudertje de ons bekende Ontwikkelingshulp, die als een soort “aflaat” wordt beschouwd.
 
Nu Azië zich als een serieus economisch machtsblok begint te manifesteren, dient het opeens in te binden. Kortzichtigheid is wederom troef. Immers:
 
1. Protectionisme heeft nog nooit tot economische groei doch juist tot het omgekeerde geleid.
 
2. Het vrijmaken van de handel komt in Azië in een zeer vreemd daglicht te staan. Het kan natuurlijk niet zo zijn, dat China z’n markt opent, terwijl het Westen dreigt de zaak op slot te gooien in het geval de concurrentie te sterk wordt. Dan beginnen in China de stoppen door te slaan en wordt daar de indruk gewekt, dat de WTO niets anders is dan een instrument van het Westers imperialisme – dat was al het stokpaardje van ene Mao Tse Tung in de jaren ’60 en ’70!
 
3. De protectionistische dreigementen vanuit het Westen werpen olie op het vuur van de internationale financiële wereld.
 
4. Een eventuele opwaardering van de Chinese munt zal enerzijds de handel doen afnemen en impliciet het Chinese dollartegoed met hetzelfde percentage afwaarderen – een gevoelig verlies.
 
Want stel, dat de Chinezen de handschoen opnemen door aan te kondigen hun voorraad Amerikaans schuldpapier (ca. 1600 miljard dollar) te willen afbouwen. Alleen aankondigen is al genoeg! Welke implicaties heeft dat voor de Amerikaanse munt en de rente? Aanvankelijk  gaat eerst de een omlaag en vervolgens de ander omhoog resulterend in een schokgolf. Zal de Aziatische groei er onder lijden? Ja, maar aanzienlijk geringer dan de westerse economieën. Waarom? In Azië kent men geen schulden zoals in de V.S. en evenmin een buitengewoon kostbaar sociaal vangnet, dat de economie gevangen houdt, zoals in Europa.
 
Kortom, de gebiedende toon vanuit de Westerse wereld zal blijken contraproductief te werken. Zoals men in de V.S. pleegt te zeggen ‘if you can’t beat them, just join them’. Dat is voor alle blokken verreweg het beste handelsbevorderende alternatief. Het betekent tevens, dat het Westen zich meer zal moeten richten op Azië, zoals ook Azië zich op ons richt.

 

En laten we wel wezen, zonder de goedkope importen vanuit Azië zouden we bijvoorbeeld voor kleding, schoeisel, speelgoed en talrijke huishoudelijke artikelen aanzienlijk duurder zijn uit geweest. Dat heeft hier inflatie dempend gewerkt. Nu evenwel het Aziatische productie apparaat tegelijkertijd steeds meer energie behoeft, hetgeen de inflatie in de V.S. en Europa enigszins begint op te stuwen, dient dat apparaat de export dus de groei terug te schroeven dan wel de munt na 11 jaar los te koppelen van de dollar.
 
Alan Greenspan, voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank heeft gewezen op de eveneens toenemende binnenlandse schuld van China, waarvan de financiering op termijn om een hogere rente vraagt. Dit zou deels ongedaan kunnen worden gemaakt door een revaluatie van de Chinese munt. Als gevolg daarvan zou dan een groeivertraging optreden met tevens een afnemende schuldopbouw. Ook wees Greenspan er op, dat het opkopen van Amerikaans schuldpapier beter zou kunnen worden aangewend om de productiviteit te verhogen. Hij doelde hiermee op de bewerkstelliging van een stijging van de uurlonen. Tevens zou dat de Amerikaanse handelsbalans natuurlijk doen verbeteren, maar tegen welke prijs (RB)?
 
Goed, het groeitempo van de Chinese economie lag het eerste kwartaal van dit jaar wederom op 9 ¼% ondanks pogingen om dat tempo wat in te dammen. Echter, alleen echte interne spanningen zullen tot een loskoppeling kunnen leiden. Tot dat moment zullen de Chinezen ongevoelig blijken voor druk van buitenaf. Die kun je niet afdwingen, terwijl daarmee  bovendien het Aziatische eergevoel wordt aangetast. Veranderingen komen er stellig maar niet nu.
 
Hoe dan ook, investeren c.q. beleggen in Azië biedt voor de langere termijn de beste perspectieven, zowel kwa groei als in termen van een toekomstige opwaardering van de muntsoorten. Deze visie wordt overigens bevestigd door de Wereldbank in haar rapport van 7 april j.l., waarin wordt gesteld dat de Aziatische ontwikkelingslanden de komende jaren nog volop zullen profiteren van een forse economische groei.
 
Robert Broncel
20 mei 2005
www.score-investments.nl