VENSTER OP HET VERRE OOSTEN
(van onze columnist, 18 juli 2005)

 
In de China Daily viel onlangs te lezen, dat de westerse stem in het wereld economisch forum veel luider is dan die van AziŽ, hetgeen niet langer als terecht wordt gezien en bijgevolg dient te veranderen. Immers, de economische macht in AziŽ is de afgelopen jaren zo sterk gegroeid, dat deze regio een factor van substantiŽle betekenis is geworden. Waar vindt thans een zo robuuste groei plaats die ruim dubbel is vergeleken met de V.S., om maar te zwijgen over de 0-stand in Europa.
 
Op 20 na zijn intussen alle bedrijven van de Fortune 500 in China en in de rest van AziŽ vertegenwoordigd. Het handelsoverschot van de Aziatische landen met China voorop is intussen de 20 miljard dollar gepasseerd. En hierbij zal het ongetwijfeld niet blijven.
 
China, India en de rest van AziŽ bevinden zich nog in de aanvangsfase van een fenomenaal groeiproces, zoals wij dat in het westen sinds de Tweede Wereldoorlog hebben gekend.
 
Bij ons lag de wederopbouw gesteund door het Marshall Plan aan de basis van het enorme groeiproces. In AziŽ (China) is dat gebeurd middels de introductie van het ďkapitalistische systeemĒ na de ontmanteling van het communisme in de voormalige Sovjet-Unie. Een en ander betekent een enorme inhaalslag, die met hoge groeicijfers gepaard gaat. De overheden in landen als China en voormalig aartsrivaal India (was vriend van de Sovjet-Unie) met megabevolkingen van boven het miljard vrezen onrust, indien de groei zich in een rustig  tempo zou voltrekken. De honger naar betere leefomstandigheden is groot.
 
De huidige groei straalt kracht uit maar tevens vraagt dit ook om onevenwichtigheden indien allerlei andere ontwikkelingen daarmee niet (meer) in de pas zouden lopen. Men is zich hiervan zeer wel bewust en probeert dit proces zo goed mogelijk te sturen, dikwijls met inhuur van westerse adviseurs zoals oud-bankiers en andere financieel economische adviseurs. Zo is er een duidelijke behoefte aan plattelands hervorming, dient er voldoende draagvlak te zijn voor allerlei nieuwe richtlijnen en voorschriften alsmede voor de vele urbanisaties. Ook moet men bedacht zijn op elementen als stijgende werkloosheid, inflatie en  een hogere rente. Elementen, die ten tijde van het communisme volstrekt onbekende verschijnselen waren.
 
Alleen China kent al een werkende bevolking van meer dan 800 miljoen; dat is bijna het dubbele van het totaal aantal inwoners van de Europese Unie. Dat werkt daar tegen inkomens van gemiddeld 50 ŗ 80 euro per maand, let wel merendeels in een 6-daagse en soms zelfs.
 
7-daagse werkweek en zonder een noemenswaardige vorm van sociale zekerheid. Hier ligt dan ook het accent van de concurrentiekracht. Niet dat er betere producten gemaakt worden, maar wel veel goedkopere. Het is niet voor niks dat China thans een industrieel overschot kent van maar liefst 70 miljard dollar en dat moet ook nog eens gezien worden tegen het licht van een ernstig arbeidsoverschot. Bij inzet van deze ďreserveĒ zou het industriŽle overschot gemakkelijk naar de 100 miljard dollar kunnen oplopen.
 
Het is voor China maar ook voor India en de rest van AziŽ van levensbelang zich intern verder economisch te ontwikkelen. En ja, het kan dus niet anders dan dat hieruit weer een extra groei-impuls ontstaat. Tezelfdertijd rijst de vraag waar wij onze groei vandaan moeten halen.
 
Europa ligt nagenoeg op dood spoor als gevolg van de tientallen miljarden verslindende eenwording van Duitsland, de tot economische krimp aanleiding gevende begrotingsafspraken van Maastricht, een nog steeds veel te immobiele Ďwork forceí, veel te veel regelgeving en een sociaal vangnet, dat bijna niet meer op te hoesten valt.
 
Terwijl in de V.S. alleen maar meer ruimte voor groei wordt gecreŽerd door de geldkraan bewust langer open te houden dan gewenst is, waardoor de rente laag blijft. Sparen doet men nauwelijks zodat alleen schuldcreatie de groei financiert. Ook hier zal de wal het schip keren, indien aan dit proces geen paal en perk wordt gesteld. De Aziatische landen kennen nauwelijks tekorten en zwemmen in een surplus van meer dan 1000 miljard dollar. Zij zullen deze munt blijven steunen zolang zulks ten faveure van hun eigen economieŽn is.
 
Schrijnend is vooral het gebrek aan visie in het westen over de vraag hoe het nu verder moet. Kennelijk durft geen politicus zich hardop over deze vraag plus antwoord te buigen uit angst hiervoor te worden afgeserveerd. De keerzijde is dat de consument met alsmaar meer koopkrachtverlies wordt opgezadeld.
 
Zoals het wereld economisch ďslagveldĒ er nu bij ligt, lijkt er het vooralsnog op dat wij onze groei vooral moeten zien te ontlenen aan innovatie Ťn de groei in AziŽ. Is het nu nog steeds zo, dat de groei aldaar vooral export georiŽnteerd is en wij er onze productiecapaciteit ďstallenĒ. Straks zal men naarmate de groei daar een bredere basis krijgt, behalve energie en basismetalen ook steeds meer uitkijken naar (ongecopieerde) luxe goederen als kleding, schoeisel, cosmetica maar ook autoís (met name Duitse), westerse wijnen, etc.
 
Hoe dan ook, de 370 Aziatische leden van de Amerikaanse Koophandel blijven onverkort Ďbullishí voor Zuidoost AziŽ. Volgens een onderzoek van Gallup, het meest bekende Amerikaanse onderzoeksbureau, gaat het hier om een percentage van 81% dat in de komende 2 jaar groei in AziŽ blijft voorzien ongeacht de gestegen olieprijs, het Amerikaanse handelstekort en de stijgende rente in Amerika. Meer dan de helft verwacht meer mensen in dienst te nemen, terwijl 80% meer winst verwacht. De Japanners zijn in het bijzonder positief over China, waarin zij meer denken te investeren.
 
Hoewel de groei in Thailand dit jaar wat achterblijft, zal er vanuit China de volgende jaren een flinke impuls komen uit hoofde van een nieuwe overeenkomst voor bilaterale samen-werking op het vlak van internationale politiek, handel, toerisme en investeringen. China is voornemens met andere landen in de regio soortgelijke afspraken te maken, die een positieve uitstraling zullen hebben op de economische ontwikkeling in deze regio. Zelfs met India worden de banden aangehaald.
 
Vanuit het Aziatische perspectief kan een en ander kan niet los worden gezien van de economische machtsblokken van Amerika en Europa. Van een Aziatisch machtsblok is nog geen sprake maar het groeit wel uit tot nieuwe motor van de wereldeconomie. Het afremmen hiervan middels het heffen van importquota of -rechten snijdt direct in ons eigen vlees en is in strijd met de liberalisering van de wereldhandel.
 
Behoorde de 19e eeuw nog toe aan Groot-BrittanniŽ en de 20e eeuw aan de Verenigde Staten, de 21e eeuw zal onmiskenbaar in het teken van AziŽ staan.
 
Robert Broncel
18 juli 2005
www.score-investments.nl