‘BOOM OR DOOM’?
(15 augustus 2005)


In de beleggingswereld doemt steeds meer de vraag op of we ons thans in een nieuwe groeifase in de wereldeconomie bevinden dan wel dat het eind hiervan in zicht is.


Deze vraag wordt zowel in de V.S. als in Europa gesteld. In de V.S. is er sprake van verbetering sinds daar na 11 september 2001 de rente naar beneden ging en in Europa is er nog steeds niet veel meer dan een minieme groei zichtbaar. Deze staat in schril contrast met de V.S. met een cijfer rond de 4% en Azië met een gemiddelde groei van meer dan 7 ½%.
 
Pijnpunten

De steeds stijgende olieprijs en het stijgende handelstekort van de Verenigde Staten vormen de grootste pijnpunten.Tot nog toe bleef de lange rente in Amerika vrij stabiel, omdat de vraag naar obligaties op peil is gebleven. Dat is vooral te danken aan de Aziatische regio met China voorop. Dit land kan nauwelijks anders met een “voorraadje” dollars van ca. 670 miljard. De opwaardering van de Chinese munt heeft de Chinese centrale bank dus al een slordige 13 miljard dollar gekost. Plus dat de Amerikaanse munt omgerekend een “aderlating” deed van ca. 3%. Vandaar dat de Chinezen geen verdere opwaardering van de Chinese munt toestaan zolang er vanuit het Westen niet al te veel aandrang is om zulks wederom te doen. Vooral omdat de werkgelegenheid in China in het geding is.
 
Intussen ligt er een tariefmuur ter hoogte van 27,5% op Chinees textiel op goedkeuring te wachten zowel in het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat. De Amerikanen verwachten een verdere toename van het handelstekort met China, tenzij de Chinezen een drastische revaluatie van hun munt zouden doorvoeren i.p.v. de recente 2,1%.
 
Het handelstekort met China was in de eerste 6 maanden van dit jaar al 32% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar, toen het tekort al was gestegen naar 162 miljard dollar. Het totale Amerikaanse handelstekort bedraagt op jaarbasis nu al 686 miljard dollar tegen 617 dollar vorig jaar. De stijgende olieprijs doet daaraan evenmin goed. Alleen al in de textielbranche gingen meer dan 25.000 banen verloren. Een zelfde lot is de autobranche beschoren. Dat wordt nog erger als straks Chinese auto’s de Amerikaanse markt gaan veroveren.
 
Zolang de Amerikanen nog een groei van ca. 4% kunnen realiseren, mede omdat de lange leningsrente laag blijft, zou het niet bijster verstandig zijn om bij de Chinezen aan te dringen op een verdere revaluatie van de munt. Het omslagpunt komt te liggen bij een lagere groei in de V.S. Alleen door een verdere depreciatie (afwaardering) van de dollar zou de groei dan weer op een hoger niveau kunnen komen, omdat Amerikaanse producten daardoor goedkoper worden. Tegelijkertijd wordt de import duurder met gevolgen voor het inflatieniveau.
 
Balans

Waar de economische conjunctuur vroeger veel afhankelijker was van binnenlandse ontwikkelingen, zien we nu dat de afhankelijkheid voor een belangrijk deel juist in het buiten-land is gelegen. De uitdrukking ‘global village’ is niet bij toeval uit de lucht komen vallen. Een en ander brengt onevenwichtigheden met zich mee zoals een uit het lood geschoten handelsbalans, die (nog) door de Aziaten met de Chinezen voorop middels aankoop van Amerikaans schatkistpapier (staatsleningen) wordt gestut.
 
Zolang deze onevenwichtigheden (valuta’s, handelstekorten c.q. overschotten en economische groei) als communicerende vaten blijven functioneren, mede in de hand gehouden door de derivatenindustrie, wordt de wereldgroei niet wezenlijk aangetast. Alleen Europa blijft een achterblijver zolang het rigide economische beleid wordt voortgezet met te weinig ruimte voor nieuwe investeringen, arbeidsmobiliteit en het vasthouden aan inmiddels “archaïsche” sociale verworvenheden.
 
Bedrijfsvlucht

Buiten de alsmaar oplopende olieprijs is er de terroristische dreiging. Europa is wat dat betreft kwetsbaarder dan de V.S. Niet dat daarmee een economie wordt plat gelegd, maar bevorderlijk voor een robuuste economische groei is dat evenmin. Steeds meer bedrijven neigen tot uitwijken alleen  al omdat de productiekosten in Oost-Europa en Azië aanzienlijk lager liggen.
 
Kortom, de Europese belegger moet zich niet zozeer laten leiden door hetgeen zich in Europa afspeelt, maar veeleer door wat zich in de rest van de wereld voordoet. De grenzen van de Europese Unie zijn allang niet meer heilig!
 
Signaal

Een ontwikkeling, die enige zorg baart, is de zgn. inverse renteontwikkeling in de V.S., die doorgaans een voorbode tot een neergaande conjunctuur inleidt. Een “inverse” rente-ontwikkeling wordt gekenmerkt door een naar elkaar toe kruipende korte en lange rente. In de V.S. blijft de lange rente rond het 4% niveau hangen, terwijl de korte rente intussen van 1% naar 3 ½% is opgehoogd. Alan Greenspan noemde dit een “conundrum” of wel een ontwikkeling, die hij niet begreep. Immers, de lange rente loopt doorgaans “in tandem” met de korte. Hieruit zou je mogen afleiden, dat er ondanks de immer stijgende olieprijs (nog) niet ernstig op inflatie wordt geanticipeerd.
 
Ongetwijfeld heeft deze “trend” ook te maken met de grootschalige opname van Amerikaanse leningen door de Aziaten. Indien dit “automatisme” op welke wijze ook wordt doorbroken is de kans op een economische ‘distortie’ aanzienlijk. Vraag is dan evenwel of deze soep zo heet wordt gegeten.  Iets soortgelijks luidde immers de ‘Wall Street Crash’ van 1987 in.
 
Paul van der Veer
15 augustus 2005
www.score-investments.nl