VENSTER OP DE V.S.
(Van onze columnist, 7 mei 2005)

 
Velen onder de oudere lezers van deze column alsmede diverse economen hebben zich afgevraagd hoe het mogelijk is, dat de Amerikaanse economie bij het ontbreken van enige spaarzin intussen niet is bezweken onder de enorme schuldenlast. Deze schulden uiteenvallend in overheidsschuld, opeenvolgende handels/betalingsbalanstekorten alsmede de particuliere schulden – ook wel de ‘triple sisters’ genoemd – lopen gezamenlijk in vele duizenden miljarden dollars (!) en groeien nog steeds. Maar de Amerikaanse economie groeide de laatste jaren ca. 4%, met een inflatiecijfer van gemiddeld 2,5% . Groei alsmede inflatie “dragen” nu eenmaal schuld.
 
Tegen deze achtergrond kun je ook denken aan de 80-er jaren toen de financiële pers bol stond van berichten, dat het Amerikaanse bankenstelsel de rand van de afgrond naderde i.v.m. de uitstaande slechte leningen aan met name landen in Latijns Amerika voor een totaal van meer dan 2000 miljard dollar. Na inflatie spreek je dan over zeg maar dubbele cijfers thans. Tegelijkertijd failleerden diverse Amerikaanse Savings & Loan banken door eveneens oninbare leningen. In de staat Texas gingen in ’85 – ’87 alleen al 88 banken failliet!
 
Naast de “uitvinding” van de Brady Bonds, genoemd naar de Amerikaanse Minister van Financiën onder Reagan, heeft vooral de economische groei het financiële schip weer vlot getrokken. Dat zal nu ongetwijfeld ook weer gebeuren. Daarbuiten heeft de dollar als internationaal betaalmiddel een veel groter draagvlak gekregen.
 
Ondanks een fors gestegen energieprijs toont de Amerikaanse economie weliswaar een iets afzwakkende doch relatief gezien nog steeds redelijk robuuste groei van boven de 3%. De inflatie als gevolg van de oplopende energieprijs loopt hiermee ongeveer in de pas en de korte rente ook. Dus “van boven af gezien” is er in wezen – zo lijkt het – niet zo veel aan de hand, terwijl er toch lieden als Alan Greenspan en Warren Buffett, niet de eersten de besten,  reeds meerdere malen aan de bekende bel hebben getrokken: “Amerika moet inbinden met z’n schulden!”
 
Enkele factoren hebben natuurlijk een niet al te bescheiden rol gespeeld. In de eerste plaats is de korte rente – de zgn. Federal Fund Rate – na 11 september 2001 in ras tempo neerwaarts bijgesteld tot een naoorlogs dieptepunt van 1%, dus zeg maar de geldkraan is tot voor kort wagenwijd open gezet. In de tweede plaats hebben de belastingverlagingen eveneens hun steentje bijgedragen. In de derde plaats hebben de goedkope Aziatische (Chinese) importen mede gezorgd voor het op de plek houden van de lage inflatie. Dit gold trouwens eveneens voor het Amerikaanse bedrijfsleven, dat haar productprijs niet wenste op te voeren om marktaandeel te kunnen behouden. Bovendien kwamen de lonen nauwelijks van hun plaats. Daarenboven werden er vooral met betrekking tot duurzame verbruiksgoederen allerlei interessante financieringslokkertjes voorgehouden.
 
Voorts hebben vele bedrijven de tering naar de nering weten te zetten en zijn ‘meaner and leaner’ geworden, zodat de balansstructuur alleszins weer een aanvaardbaar aanzien begint te krijgen. Maar wellicht het allerbelangrijkst is het vertrouwen in de Amerikaanse economie geweest, dat de beleggers moed heeft kunnen doen behouden.
 
Kijken we naar indexen als de Dow Jones en de Standard & Poor dan zien we slechts rimpels vergeleken met buitenlandse beursindices. Echter, dicht bij huis zien we de AEX vanaf het hoogtepunt van ca.700 punten in het jaar 2000 thans nog steeds gehalveerd. De Dow alsmede de S & P staan nog nagenoeg op hun oude dus hoge niveau van toen.
 
Hoe kan dat? Wel, het zijn niet de binnenlandse beleggers geweest die vertrouwen hebben verloren doch juist de buitenlandse beleggers. Als gevolg daarvan is de Amerikaanse munt t.o.v. de euro in een paar jaar met nagenoeg de helft gedaald. De verwevenheid van het Nederlandse bedrijfsleven met het Amerikaanse verklaart daarom dan ook de halvering van de AEX. Wat leert ons dit? Dat het in wezen niet uitmaakt op welke beurs men belegt. Want zelfs in het omgekeerde geval waar de Amerikaanse inflatie alsmede de rente stijgt, zal ongetwijfeld de dollar aantrekken t.o.v. de euro en de yen, met een nivellerend effect op onze eigen beurs. De eerste aanzet daartoe is reeds gegeven.
 
Wat mogen we nu verder vanuit de V.S. verwachten? Wel, hoe het ook gaat, het is in de eerste plaats intussen wel duidelijk, dat de rest van de wereld de prijs betaalt voor de financiële “scheefgroei” in de V.S. De Aziatische landen hebben een en ander veel beter onderkend dan wij hier in Europa. Door hun valuta op een of andere wijze te binden aan de Amerikaanse munt groeien ze als het ware op dezelfde wijze mee. Echter onder het éclatante voordeel, dat zij tegen een aanzienlijk lagere kostprijs werken en op deze wijze als het ware een dubbel voordeel toucheren ten opzichte van de rest van de wereld. Europa moet hierop dan ook het antwoord schuldig blijven en mede door de stagnerende groei a.g.v. het samen-gaan van West- en Oost Duitsland , de “accoorden” van Maastricht als ook de “molensteen” van het sociale vangnet raakt het achter in de mondiale economie.
 
Nu het Amerikaanse bedrijfsleven als gevolg van lagere schulden gepaard aan een nog steeds goedkope rente zich weet te herstellen van de klappen in 2000 en 2001 lijkt het tij althans economisch te keren. Belangrijk is vooral dat de huidige rente-ophogingen niet echt voor de voeten van het economisch herstel gaan lopen. De Fed reageert accuraat doch behoedzaam. Toch is er meer nodig om ook het internationale vertrouwen in de Amerikaanse economie weer te doen toenemen. Dat vertrouwen is nogmaals in hoge mate gestoeld op het Amerikaanse “schuldencomplex”. Immers, bij een onvoldoende financierbaarheid ervan moet de rente verder omhoog en dat zal fnuikend blijken voor het economisch groeiproces.
 
Zolang de Aziaten Amerikaans schuldpapier blijven kopen, is er niet zo veel aan de hand. En eigenlijk kunnen ze ook niet anders. Immers, enerzijds is hun economische groei in hoge mate van Amerika afhankelijk en anderzijds lopen ze weinig valutarisico zolang ze in de dollar-sfeer blijven. Hoewel er met name vanuit de V.S. wordt aangedrongen op een loskoppeling van hun munten – want zou de Amerikaanse handelsbalans kunnen verbeteren – zal zulks natuurlijk een enorme aderlating betekenen voor de aldaar opgebouwde dollar tegoeden. Vandaar deze status quo. Ook moet niet worden vergeten dat de Amerikaanse economie steeds meer stimulansen ontvangt vanuit de Aziatische groeimarkt.
 
Gelet op bovenstaande ontwikkelingen ligt het voor de hand de conclusie te trekken, dat Europa uit hoofde van de geringe groeipotentie de minst interessante beleggingsregio blijft en dat je je met name moet richten op de V.S. maar in feite nog meer nog op Azië. Maar het valutarisico dan? Wel, dat leert de laatste alinea op de vorige pagina. Let daarbij trouwens ook nog even op 2 andere beleggingscategorieën zoals ‘commodities’ (gronstoffen, edel-metalen) en vastgoed, die in tegenwaarde van dollars in nagenoeg alle dollar gerelateerde regio’s in waarde zijn verdubbeld of zelfs meer. Ook deze prijsontwikkelingen sluiten weer nagenoeg naadloos aan op de waardedaling van de dollar in de afgelopen jaren.
 
Tenslotte zijn verschillende financiële experts van mening, dat de dollar a.g.v. de boven aangegeven schulden wel verder zal dalen. Dan dient men zich wel te realiseren, dat de kans levensgroot is, dat de energieprijs in Amerika verder stijgt, de inflatie stijgt, de koopkracht afneemt en de economie in een staat van stagflatie komt te verkeren. Dat wil niemand en zeker Amerika niet!
 
Robert Broncel
7 mei 2005
www.score-investments.nl