DE DOLLAR
Van onze columnist,  3 juni 2005

 
Begin van het jaar werd in mijn Venster column de daling van de dollar ondanks veler skepsis reeds voorzien. Dit vooral gelet op de waarschuwingen van Alan Greenspan aan het adres van het Witte Huis om de begrotingstekorten nu toch echt serieus te gaan aanpakken, in samenhang met de aangekondigde renteverhogingen. Intussen is de inflatie in april op jaarbasis met 4,8% gestegen na aanvankelijk begin dit jaar nog op ca. de helft te hebben gestaan. Dat moet welhaast leiden tot een nieuwe renteverhoging en bijgevolg tot verdere versterking van de Amerikaanse munt.
 
Deze trend werd voorts gevoed door een artikel in de Wall Street Journal van 30 mei j.l., waarin het grote handelstekort van de V.S. met name werd toegeschreven aan het hoge percentage internationale handel binnen één het zelfde bedrijf, dat voor een significant quantum haar produktie naar het buitenland heeft overgeheveld. Zo werd de import vanuit Ierland met bijna 90%, vanuit Singapore voor bijna 75% alsmede vanuit Duitsland en Mexico voor meer dan 60% toegeschreven aan dit handelsverkeer. Het reële tekort op de handelsbalans krijgt daardoor een ander aanzien en lijkt daardoor minder dramatisch.
 
Omdat veel Amerikaanse bedrijven een (groot) deel van hun productie naar lage lonen landen, w.o. China en India hebben uitbesteed, worden er bijgevolg ook weer veel eigen producten en halffabrikaten uit deze landen geďmporteerd. Een lage dollar kan dan zelfs niet op tegen de  kostenbesparingen plus de transportkosten. Immers, de loonkosten liggen in de Aziatische  regio 80% tot 90% lager. 
 
Het laatste onvoorziene stootje richting een sterkere dollar kwam vanuit de eurozone zelf. De uitslagen van de referenda in Frankrijk en Nederland deden het vertrouwen in de euro verder afnemen. Intussen is de dollar met bijna 10% gestegen t.o.v. de euro. Dat niveau dateert al weer van een jaar geleden. Ongetwijfeld heeft deze ontwikkeling ook te maken met de veel robuustere groei van de Amerikaanse economie. Deze moest recent voor het eerste kwartaal van dit jaar worden bijgesteld van plus 3,1% naar 3,5%, ofschoon voor de rest van het jaar een licht afvlakkende groei wordt voorzien.
 
Een hogere dollar zal op termijn een dempend effect hebben op de inflatie in de V.S., daar geďmporteerde goederen immers goedkoper worden. Dit geldt dan weer niet voor de Chinese import, daar de Chinese munt nog steeds is gekoppeld aan de Amerikaanse. Ondanks allerlei dreigementen vanuit het Witte Huis ziet China vooralsnog geen enkele reden de yuan los te koppelen. Op dat moment zou deze ontoelaatbaar kunnen stijgen met 2 gevolgen:
 

1)      substantiële inperking van de export gepaard met een aanzienlijk banenverlies

2)      afwaardering van de immense dollarreserve


De Amerikanen zouden zich wel 2 maal dienen te bedenken om druk op China uit te oefenen. Want zodra de Chinezen te kennen zouden geven minder Amerikaans schuldpapier te willen kopen, dwingen de Chinezen de Federal Reserve Board welhaast de rente verder te verhogen. Dat is slecht voor de Amerikaanse economie maar wel goed voor de Chinese dollarreserve.
 
M.a.w. de Chinezen lopen niet aan de leiband van de Amerikanen maar veeleer andersom. Het zijn ook de Chinezen, die verreweg het grootste aandeel in de Amerikaanse staatsschuld hebben verworven. Bovendien zouden eventuele importbeperkingen niet stroken met afspraken, die binnen het kader van de WTO zijn gemaakt, tenzij sprake van ‘dumping’ zou zijn. Dat is wat de Chinese textiel betreft niet aan de orde, temeer omdat er geen quantum afspraken meer bestaan.
 
Zoals gemeld zal een sterkere dollar invloed hebben op de Amerikaanse handelspositie doordat geďmporteerde goederen goedkoper worden en tegelijkertijd Amerikaanse export producten duurder. Omgekeerd wordt de euro goedkoper, hetgeen weer gunstig is voor de Europese export.
 
Gelet op de zwakke economische en nu ook politieke vertoning in Europa lijkt er een eind te zijn gekomen aan de zwakke dollartrend. Pas als de economische groei in Europa op gelijke hoogte zou komen met de Amerikaanse en de rente eveneens nagenoeg gelijk aan de Amerikaanse rente, zal er over en weer sprake kunnen zijn van een stabiele valutarelatie.
 
Buitenlandse bezitters van Amerikaans waardepapier zien hun portefeuillewaarde bij een stabiele koersontwikkeling bijgevolg evenredig stijgen. Gezien de talrijke belangen van het Europese en vooral Nederlandse bedrijfsleven in de V.S. zal een sterkere dollar voor die betreffende fondsen een ruggesteun blijken, zoals ze in de afgelopen drie zwakke dollarjaren omgekeerd het omgekeerde bleek.
 
Robert Broncel
3 juni 2005
www.score-investments.nl