GOUD
(14 april 2004)

  
In het vorige artikel “Goudkoorts (?)” van 1 maart j.l. kon u lezen, dat het momentum voor een verdere opmars van het goud sinds de jaren ’70 niet meer zo sterk is geweest. Verder kon u lezen, dat een goudprijsstijging ook in euro’s eveneens onafwendbaar lijkt. Hoewel de geschiedenis zich zelden herhaalt, is een vergelijking met de jaren ’70 wel voor de hand liggend. Immers, ook toen was de stijging van het goud voornamelijk terug te vinden in de goud-dollar verhouding. Dat is thans eveneens het geval. Maar dat veranderde pas eind 1978 en doorlopend in 1979. En ook pas in dat jaar begon het goud aan zijn ongekende opmars van ruim 250 dollar naar boven de 800 dollar per troy ounce aan het eind van dat jaar. In guldens (!) steeg de goudprijs van ca. 18.500 gulden naar meer dan 50.000 gulden per kilo.
 
Nu er opnieuw inflatie (geld wordt minder waard) dreigt als gevolg van de gigantische monetaire papieromloop en er geen enkele bank meer is waar je je geld nog kunt omwisselen tegen goud, ligt een soortgelijke ontwikkeling als in de jaren ’70 in het verschiet.
 
Naarmate de tijd vordert, wordt er steeds meer ammunitie hiertoe aangedragen. Buiten het op de loer liggend inflatiegevaar is sprake van een negatieve reële rente (inflatie is hoger dan de huidige rentevoet). Voorts stijgt de ‘yield’ door koersdaling van obligaties. Vervolgens de hoge olieprijs in combinatie met de stijgende commodity prijzen in het algemeen. En tenslotte de nog steeds groeiende overheidsschulden. Als gevolg van een en ander groeit de vraag-aanbod verhouding door meer vraag dan aanbod steeds verder uit elkaar.
 
Maar er dreigt nog iets anders. Het gaat om een ontwikkeling, waarover al eerder is geschreven en wel om het gigantische dollarbezit van Japan en China. Zo bezit Japan bijna 750 miljard dollar en China rond de 500 miljard dollar. Terwijl het goudbezit op deze geweldige dollarreserves (nog!) bijna verwaarloosbaar is met percentages van ruwweg 1 ½% en 2% uitgedrukt in een percentage van het totale bezit aan buitenlandse valuta. De centrale bankiers beseffen zeer goed, dat snelle en omvangrijke goudtransacties voor veel onrust op de financiële markten zullen zorgen. Maar verder zullen dit soort transacties ook niet worden aangekondigd en zullen deze zich aan ons gezichtsveld onttrekken.
 
Je kan zeggen, dat het nog slechts een kwestie van tijd is nodig om de goudprijs wederom te laten escaleren. Maar zelfs al mocht dat nog in een gematigde vorm zijn, is het raadzaam om nu in ieder geval te zorgen voor een goudopname van tenminste 15% in de portefeuille. Zoals eerder gezegd, gaat de voorkeur uit naar goudmijnaandelen daar de reservewaarderingen zijn achtergebleven bij de stijging van de goudprijs.
 
Deze week is de goudprijs fors gekelderd met een verlies van zelfs 13 dollar op één dag. De daling was een gevolg van hoger dan verwachte detailhandelscijfers. Als gevolg hiervan steeg het vertrouwen in de Amerikaanse dollar en daalde het goud. Maar alle eerder genoemde factoren blijven onverkort van kracht. Indien u nog niet in goud zit en dit overweegt, is verstandig dit te doen op een “dip” van de goudprijs. Door de toenemende marktonzekerheid ligt een volatiele goudprijsontwikkeling in de lijn der verwachtingen.

Robert Broncel

14 april 2004

www.score-investments.nl
 
NB. het gebruik van deze informatie is te allen tijde voor eigen risico.