VENSTER OP DE V.S.
(29 november 2004)

 

Dit maal geen “voordracht uit eigen werk” maar aandacht voor een tweetal artikelen in het laatste (december) nummer van Fortune, Amerika’s meest gezaghebbende zakenblad. Waar gaan deze over?  In essentie over de dollar en alles wat daarmede samenhangt.
 
Het was senator John McCain, vier jaar geleden mededinger naar het presidentschap, die onlangs zijn verontrusting uitsprak over de alsmaar stijgende overheidstekorten. Zwaarder nog tilde hij aan de
laconieke houding binnen de muren van het Witte Huis. Volgens hem dreigen deze overheidstekorten onbeheersbaar te worden als er op korte termijn geen halt en front wordt gemaakt.
 
De generaties van nu staat straks een toekomstig ongedekte schuld te wachten van tussen 50 en 65 biljoen (dat is met 12 nullen). Met name wordt hier gedoeld op sociale uitkeringen en de medische zorg. Het lijkt er op, dat een president wiens eerste verkiezing om electoraal /technische redenen al discutabel was thans als steeds lichtzinniger wordt ervaren in zijn streven harde beslissingen voor zich uit te duwen.
 
Weliswaar heeft Bush aangekondigd het begrotingstekort halverwege zijn ambtstermijn te halveren, maar hij heeft er niet bij gezegd hoe. Naarmate de economische groei afneemt met in het kielzog het fiscale inkomen lijkt zulks steeds meer een utopie dan werkelijkheid. Goed, hij kan het wellicht nog uitzingen tot het eind van z’n ambtstermijn, maar dan dienen zich de eerste ‘babyboomers’ aan voor hun pensioen en medische zorg. Vooral deze laatste wordt gezien als een drijvende ijsberg, die niet smelt maar juist aandikt.
 
Ook Alan Greenspan, die zich aanvankelijk muisstil hield omtrent Bush’ financiële beleid, begint zich thans eveneens zorgen te maken. In de eerste plaats zullen vele Amerikanen zelf slachtoffer worden van dit beleid. Maar ook daarbuiten (lees: de valutamarkten) zal men (lees: buitenlandse regeringsleiders) zich niet onbetuigd laten.
 
Op dit moment gaat het gerucht, dat de Chinezen doende zouden zijn om zich “enigszins” te ontdoen van Amerikaans schuldpapier. Een dergelijk gerucht deed ook de ronde in 1987, toen Japan vraagtekens plaatste achter de Amerikaanse tekorten. Dat dit niet meer dan een gerucht was, moge blijken uit de niet in beweging te krijgen kapitaalmarkt. Het is geenszins in het belang van de Chinezen om aan deze langjarige muntkoppeling een eind te maken. Dat zou bijten in eigen staart zijn (RB).
 
Wat economen wezenlijk bezig houdt, is niet zozeer de omvang van de Amerikaanse tekorten als wel de omvang van de totale Amerikaanse schuld. Deze bedraagt thans bijna 4,4 biljoen dollar. Dat is 37% van het bruto binnenlands product. Het gevaar dreigt dat dit percentage verder oploopt richting 50% en dat is een zeer kritisch percentage. Voor het zover is zijn we 6 à 7 jaar verder, wordt geschat. Punt is evenwel dat vóór die tijd natuurlijk al de nodige bellen  gaan rinkelen. Naarmate de schulden verder oplopen, zal het vertrouwen in de dollar navenant afnemen. Een steeds verder wegzakkende dollar importeert toenemende inflatie met als resultante een hogere rentevoet. Dat is weer slecht voor de economie doch juist goed voor de dollar!
 
Dit scenario doemde eveneens op in het begin van de jaren ’90 na de Golf oorlog, toen papa Bush van ‘read my lips’ gedwongen was om de belastingen wel degelijk te verhogen. Dat kwam omdat ook destijds de schuld snel richting het 50 procentsgetal marcheerde. Na Japan is China intussen goede tweede schuldeiser geworden. Fortune stelt niet ten onrechte dat Bush jr, die tot heden elke buitenlandse kritiek aan z’n laars lapte, straks bij de Japanners en de Chinezen te biecht zal moeten gaan.
 
Bush’ herverkiezing luidde de verdere daling van de dollar in, daar grote (Europese) instituten w.o. hedge funds grootschalig overgingen tot verkoop van de Amerikaanse munt. Tot dusver speelden de sociale voorzieningen noch de oorlog enige financiële rol in het Witte Huis. Toch zal daar op korte termijn een ander geluid hoorbaar moeten worden. Deze wens werd ook kenbaar bij Martin Feldstein, de mogelijk opvolger van Alan Greenspan, huidig voorzitter van de centrale bank. Het artikel eindigt dan met de woorden, dat wellicht de volgende president “Hillary Clinton” ten laatste deze koe bij de horens zal moeten pakken.
 
Wat maakt dit allemaal uit voor de Aziaten? Veel! In Azië is men alleen maar gebaat bij een stabiele internationale economische ontwikkeling, omdat deze de meest ideale ruimte biedt om te expanderen. Niet dat China wakker ligt van de Amerikaanse druk om de yuan te revalueren, maar eenvoudig omdat een verder afbrokkelende Amerikaanse economie ook schadelijk is voor Azië en de rest van de wereld. Wat je intussen eveneens ziet, dat er vele miljarden dollars China binnen stromen afkomstig van Chinese ‘expats’ (buiten China wonend) hopend op een duurdere yuan.
 
De Chinese centrale bank verkoos evenwel het scenario van een hogere rente om de economie een beetje te laten afkoelen. Dit wijst niet in de richting van een opwaardering van de Chinese munt. Hooguit zou de bank bereid kunnen worden gevonden om de bandbreedte enigszins te verhogen. Zelfs de belangrijkste econoom van zakenbank Morgan Stanley, Stephan Roach (door Rienk Kamer nogal warm aanbevolen) moest toegeven inzake de “opwaardering” van de Chinese munt een aantal ‘serious misconceptions’ te hebben gemaakt.
 
Blijft evenwel de vraag hoe nu verder? Immers, indien de V.S. zich thans niet serieus gaan bezighouden met de oplossing van het schuldenprobleem zullen ze zich vroeg of laat uitgeleverd zien aan landen als China en Japan. Deze landen zouden dan hun stempel kunnen drukken op het Amerikaanse financiële beleid. Daarmee verschuift het epicentrum van de macht naar Azië! Dat zou op zich natuurlijk een revolutionaire ontwikkeling betekenen. Met dit perspectief voor ogen zullen de V.S. ongetwijfeld eieren voor hun geld wensen te kiezen.
 
Een stijgend vertrouwen in de dollar zal hiervan dan uiteindelijk het spiegelbeeld zijn.
 
Robert Broncel
29 november 2004
www.score-investments.nl