VENSTER OP RUSLAND
(8 april 2004)

 
Met 6% van de wereldoliereserve en met 10% van de wereldolieproductie is Rusland verreweg de belangrijkste non-OPEC olieproducent. Daarmee is het land niet alleen geheel ‘self supporting’, maar tegelijkertijd een zeer belangrijk strategisch speler in de markt. Gegeven het prijsbeleid van de OPEC zal Rusland zich hierdoor graag laten leiden. Naar buiten toe wordt er zelden of nooit gerept van een bepaald (communicerend) beleid.
 
Gegeven het communistisch verleden met haar geleide economie zal een dergelijk beleid er op gericht zijn zoveel mogelijk olie te produceren en te verkopen tegen de hoogste prijs. Immers, het land verkeert nog volop in de fase van ontwikkeling als zelfstandige republiek, in 1991 voortgekomen uit de schoot van de voormalige Soviet-Unie.
 
Verkeerde het land tot 1999 nog in een turbulente fase met de zware val van de roebel als climax, vanaf dat moment is het eigenlijk alleen maar beter gegaan. Niettemin mag het na bijna 75 jaar communisme een wonder heten dat de overschakeling op het kapitalistisch model tot niet meer onrust heeft geleid. Voor een belangrijk deel is dit te danken geweest aan de snelle prijsstijging van de ruwe grondstoffen met olie en gas voorop.  In tegenstelling tot China, waar de geleide economie met kapitalistische injecties tot leven werd gebracht, heeft Rusland zoals de meeste andere voormalige Soviet republieken resoluut gebroken met de communistische geleide structuur.
 
Nadien verkreeg voormalig President Yeltsin toch steeds meer geloofwaardigheid, zei het met een saus van corruptie. Dat zou ook niet anders gekund hebben na een zo lange tijd van staats”terrorisme”, brutalisering van de bevolking alsmede verkrachting van bijna alles wat waarheid heette te zijn. Zonder de harde correcties in 1998 en vervolgens de stijgende olie- en gasprijs alsmede van andere strategische grondstoffen zou het land meer tijd nodig hebben gehad om als een Feniks uit haar as te herrijzen. Daarenboven was het land overladen met dollarschulden.
 
Anno 2004 ziet de situatie er financieel/economisch een stuk beter uit. Weliswaar is het optisch evenwicht nog broos, doch zo lang er sprake is van economische vooruitgang krijgt Putin de gelegenheid meer stabiliteit in te bouwen. Kijk alleen maar naar de beurs: meer dan 1200% in de plus sinds de crisis in 1998 en alleen al 60% in 2003. Bush zou z’n vingers hierbij aflikken!
 
Sinds Putin in het jaar 2000 aan de macht kwam, heeft hij snel hervormingen doorgevoerd in een land dat in z’n gehele geschiedenis werd getekend door nepotisme en corruptie. Wat Putin in het bijzonder goed gedaan heeft, is de invoering van een adequaat belastingstelsel met relatief lage drempels zowel voor het bedrijfsleven met 24% heffing  als in de particuliere sfeer met slechts 13%. Dat heeft tot gevolg gehad, dat de aangiftes al snel een hoog gehalte van eerlijkheid en betrouwbaarheid meekregen. Een andere aanzet betrof de deregulering van de energie- en banksector alsmede de moderne wijze van supervisie van de beurs in Moskou, die ook buitenlandse investeerders en beleggers aantrekt.
 
In de macro-economische statistieken is een en ander duidelijk zichtbaar geworden. De reële groei met ruim 7% in 2003 doet nauwelijks nog onder voor die van China. Goed, dit jaar zal de groei waarschijnlijk op een iets lager niveau liggen met een schatting tussen de 5% en 7%. In tegenstelling tot veel landen in het westen werkt Rusland intussen met een positieve begroting. Dat wil zeggen: er komt meer binnen dan er uit gaat zodat ook de buitenlandse schuld in een versneld tempo kan worden afgelost. Tegelijkertijd daalt de inflatie gestaag en dit neemt veel druk van de renteketel weg.
 
Gezien Rusland’s enorme reserves op het terrein van ruwe grondstoffen zal het land alleen maar profiteren van de gestegen vraag alsmede de gestegen prijzen. Tevens profiteert het land mede van de snelle groei in buurlanden als China en India. En wat te denken van een land als  Zuid Korea, waar de olieconsumptie in 15 jaar is verviervoudigd en nu reeds 60% bedraagt van die van de V.S. met 3700 liter per persoon per jaar. Vergelijk hiermee China met nog geen 400 liter per persoon per jaar. Maar ook hier stijgt de vraag naar energie dramatisch als gevolg van de enorme groei, die nu al bijdraagt tot 16% van de groei van de wereldhandel!
 
Volgens ruwe schattingen zal de energiebehoefte wereldwijd met gemiddeld 2,1% per jaar stijgen, terwijl de gasconsumptie op bijna 3,5% groei per jaar ligt. Verreweg de grootste aardgasproducent is het Russische Gazprom. Gezien de nog maar korte kapitalistisch ingeslagen weg liggen de koers/winstverhoudingen van de ruwe grondstofproducenten op een ondenkbaar laag niveau van ca. 10%. Hieruit spreekt nog een zeker wantrouwen. Dit is een uiterst aantrekkelijk disagio, dat in de loop der tijd zeker zal worden recht getrokken.
 
Voor het land is het te hopen, dat de prijzen van ruwe grondstoffen op een relatief hoog niveau blijven liggen. Want afgezien van een zich inmiddels aftekenende middenklasse in de grote steden als Moskou en St. Petersburg heerst er ook nog veel armoede in het land en kent men er nog nauwelijks sociale voorzieningen. Waar de helft van de inwoners van beide steden intussen over een mobieltje beschikt, is dat op het platte land met een inwoneraantal van 125 miljoen niet meer dan hooguit 15%. Duidelijk is niettemin, dat er ook hier sprake is van een  economische expansie vooropgesteld, dat de commodity prijzen redelijk stand weten te houden.
 
Kortom, Rusland wordt een factor waarmee in de nabije toekomst steeds meer rekening zal moeten worden gehouden, thans niet meer in de sfeer van haar militaire maar juist haar economische macht. Putin let daarbij sterk op de ontwikkelingen in China in de wetenschap dat ook zijn bevolking begint te morrelen indien de hoge groeicijfers zouden wegvallen. Rusland zal echter in dit geval veel sterker van haar natuurlijke hulpbronnen afhankelijk zijn.
 

Robert Broncel
8 april 2004
www.score-investments.nl