“DE CHINESE REGIO”
(5 februari 2004)
 

Zojuist teruggekeerd van een korte rondreis in het Verre Oosten moge één ding duidelijk zijn: de economische uitstraling van China op de andere landen in deze regio. Was het tot 1990 Japan dat de economische kar trok. Deze rol is intussen voor een groot deel door China over-genomen. De politieke ommezwaai van dit land, de liberalisering van het economisch model alsmede het lidmaatschap van de Wereld Handels Organisatie (WTO) zijn hieraan niet vreemd. Voeg daarbij het enorme economisch potentieel met een marktgebied van bijna 1,3 miljard inwoners of wel een vijfde van de wereldbevolking. Tellen we daar de in de regio “uitgewaaierde” Chinezen bij dan komen we op een kwart van de wereldbevolking. Het zal duidelijk zijn, dat de groei van de wereldeconomie in de toekomst in belangrijke mate zal worden bepaald door wat ons in deze regio te wachten staat.
 
Zo is China de top bestemming geworden van buitenlands kapitaal. Afgezien van de olie-importen in de V.S. is China de grootste exporteur naar de V.S. geworden. Gezien de lage lonen aldaar heeft dat een deflatoir effect op het prijsniveau in Amerika. En het Chinese bedrijfsleven heeft vorig jaar voor meer dan 15 miljard dollar geïnvesteerd in het buitenland. Prominente investeerders waren o.m. China National Petroleum Corporation en PetroChina. 
 
Tegelijkertijd is de vraag naar ruwe grondstoffen de laatste jaren sterk aan het stijgen. Voor een belangrijk deel veroorzaakt door de alsmaar stijgende vraag in China. Het gevolg hiervan is een scherpe daling van de aanwezige voorraden, met name koper, nikkel en lood. Hierdoor stijgen de prijzen, vooral vertaald in duurdere munten van de landen die op dit gebied flink aan de weg timmeren zoals Australië, Zuid-Afrika en Canada. Deze muntsoorten zijn t.o.v. de Amerikaanse dollar het afgelopen jaar met resp. 65%, 50% en 20% gestegen. En doordat deze muntsoorten relatief veel sterker zijn gestegen heeft zulks tot gevolg, dat er nog steeds veel te weinig animo is om de produktie uit te breiden. Dit is duidelijk waarneembaar als we kijken naar het investeringsniveau op dit gebied, dat nu met 2,5 miljard dollar slechts ligt op het peil van 1986. Hogere prijzen liggen dan ook in het verschiet en dat werkt weer inflatoir.
 
Maar waar China de prijzen van ruwe grondstoffen aan de ene kant opjaagt, worden de prijzen van eindprodukten (met name textiel, huishoudelijke artikelen, speelgoed, vuurwerk onderdelen) door de lage lonen weer gedrukt. Het netto effect is vooralsnog deflatoir. Echter, bij het aanhouden van de huidige groei ligt de inflatie op de loer, zeker naarmate de vraag naar ruwe grondstoffen verder toeneemt.
 
In dat kader is dan ook de vraag gewettigd in hoeverre de Chinese munt aan de Amerikaanse dollar blijft gekoppeld. Vooralsnog zijn de Chinezen niet van plan deze koppeling op te geven. Immers, deze werkt perfect en stelt de Chinezen in staat om jaar op jaar met groeicijfers te komen van tegen de 10%. Deze groei is voor de Chinese regering van doorslag-gevend belang om de sociale rust in het land te bewaren. Dit zelfde geldt overigens eveneens voor een land als India. Maar ook landen met een onevenredig grote Chinese vertegenwoordiging zoals Thailand ca. 50% en Maleisië ca. 40% laten een bovenmatig hoge groei zien van 7 à 8%.
 
Door de muntkoppeling aan de Amerikaanse dollar blijft ook de rente laag en dat leidt weer tot een toenemende koopkracht in de gehele regio. De snelle economische groei in Azië leidt op zich weer tot een toenemende vraag naar buitenlandse goederen. De Amerikaanse export naar China is alleen al vorig jaar met 54% gegroeid.
 
De effecten van de Chinese economische groei op de regio en daarbuiten werpen natuurlijk de vraag op wat er eventueel fout zou kunnen gaan. Zo zijn er zorgen over het Chinese banken-systeem en niet alleen dat. Ook vraagt men zich af of de Chinese overheid op dezelfde wijze kan blijven opereren met betrekking tot het privatiseringsprogramma van overheidsbedrijven. Voordat ze in de markt worden gezet worden er vele miljoenen besteed aan de sanering van deze bedrijven. Echter, zolang de economie de groeicijfers van de afgelopen jaren blijft evenaren zal er aan overheidsgeld geen gebrek zijn en zullen bijgevolg deze zorgen van theoretische aard blijven. En wat het bankensysteem betreft wordt er veel expertise van buiten aangetrokken.
 
Alleen indien de inflatie (thans ca. 3%) mocht gaan oplopen bestaat de kans om de kredietteugels  aan te trekken. De kredietexpansie is vorig jaar verder gegroeid van gemiddeld 12% groei naar bijna 20% vorig jaar. Naar het zich laat aanzien wenst de staat dit percentage weer meer in overeenstemming te brengen met het gemiddelde cijfer van 12%. Ook deze aanpassing zou een enigszins tragere groei kunnen veroorzaken. Een relatief tragere groei zal op zich op de langere termijn tot een meer uitgebalanceerde economische ontwikkeling leiden.
 

Gezien de potentie van de regio heeft dit reeds veel beleggers aangetrokken. Het resultaat was dat de Chinese beurs vorig jaar met ruim 80% stijging jaar met kop en schouders uitstak boven de stijgingen in de V.S. en de rest van de westerse wereld. Thailand deed er nog een schepje bovenop met een stijging van 116%. Een dermate stijging is natuurlijk voor geen enkele beurs vol te houden. Kijken we evenwel naar de gemiddelde koerswinst-verhouding van 16 afgezet tegen 28 in de V.S. dan is er stellig nog veel ruimte. Dit geldt met name ook voor een land als Thailand met een industriële bezettingsgraad van slechts 72% en een verwacht groeicijfer van 7% à 8%.
 

Gezien de uitbraak van de ‘bird flu’ is het thans verstandig de ontwikkelingen maar even af te wachten. Er wordt mede als gevolg hiervan al rekening gehouden met een afkalving van de economische groei van een half tot een vol procent. Deze afkalving kan sterker worden naarmate de effecten van deze ziekte toenemen. Dit vertaalt zich ook in lagere koersen. Naar alle waarschijnlijkheid zal eveneens de kredietvraag afnemen met in het kielzog de inflatie. Dus op termijn veelal gunstige instapmomenten. Tenslotte, is dit het jaar van de “aap” en wordt gezien als het jaar van ultieme winstgroei. De aap was één van de 12 diersoorten, die gehoor gaf aan de oproep van Buddha teneinde de orde op aarde te herstellen.
 

Robert Broncel
5 februari 2004
www.score-investments.nl